Vier-één
Ach, voorstellen moet niet nodig zijn. Ik geloof dat jullie aardig op de hoogte
van mij zijn.
Misschien niet voor een ieder, daarom zal ik mezelf kort introduceren;
Ik ben Britt Michiels, de blonde, ook wel genoemd, of Rottweiler Michiels
(volgens Pasmans).
Ik ben weduwe van Marc, en ik woon met mijn dochter Dorien in Gent. We redden
ons prima samen.
De komende weken zullen jullie moeten delen met mijn column over mijn
belevenissen binnen het Gentse Flikkenkorps. Mijn huidige partner is Sofie
Beeckman, voorheen was dit Tony Dierickx. Maar zij heeft een kind gebaard en ons
korps verlaten. Ik mis haar nog regelmatig, maar Sofie vult haar plaats prima
in. We beleven samen de meest droevige, gewelddadigste en hilarische momenten!
Om gelijk maar even een collegaflik terug te pakken; Pasmans.
Wilfried is de geestige onder ons allen. Tenminste, dat dénkt hij. Híj is
degene die ooit Rottweiler Michiels ingevoerd heeft. Hij dacht indruk te kunnen
maken op een meiske. Helaas zonder resultaat.
Ik zal bij het begin van start gaan.
Afgelopen week was Sofie ziek. Alsof het niet erg genoeg was dat Sofie ziek was,
tot overmaat van ramp werd ik gekoppeld aan Pasmans! En dat voor een hele week!
Het heeft de meest onmogelijke situaties met zich mee gebracht.
Een warenhuis had de flikken ingeschakeld voor een winkeldief. Precies een taak
voor ons, volgens Vanbruane. Natuurlijk vond Pasmans dat ook, hij kruipt de baas
bij tijden in de kont.
We zouden de winkeldief op heterdaad betrappen en binnenbrengen, zo luidde
Nadine's idee.
Natuurlijk kwam Pasmans met dé briljante aanpak. Ik zou buiten blijven, mocht
hij ontsnappen, zou ik hem intijds in de kraag kunnen krijgen. En Pasmans zou
het 'echte' werk binnen doen. Zo gezegd zo (niet) gedaan.
Ik stond al enige tijd buiten te wachten, zonder enige contactering van mijn
briljante collega. Ongeduld stak de kop bij me op. Ik had al een aantal mensen
buiten zien lopen, maar ik kon natuurlijk niemand grijpen. Het begon nu toch té
lang te duren, en ik kreeg al gauw het vermoeden dat mijn zo'n briljante collega
met zijn nóg briljantere idee in de problemen geraakt was; óf hij had de
winkeldief gemist óf het was nog erger. Mijn vermoeden werd al snel bevestigd,
mijn gsm ging over.
"Dag Pasmans, wat scheelt er? Ik zie geen dieven", sprak ik uiterts
koel.
Een korte stilte viel aan de andere kant van de lijn.
"Nee euhm klopt. Hij is waarschijnlijk achter buiten gelopen."
"Dus we hebben em gemist!?", riep ik verontwaardigd uit.
"Zoiets ja. Ja luister Britt, ik kon er echt niks aan doen! Die verrotte
sloten hier ook!"
Ik wist niet waarover hij het had, maar ik had ook geen zin om er op in te gaan.
"Ge moogt het zelf aan Vanbruane zeggen!", sprak ik hem kwaad toe.
Briljant figuur zeg. Flater! Als de mannen dit horen, dan ben ík volgende week
ziek! En de rest van de maand ook! Maar dit was het ergste nog niet.
"Allez, kom naar buiten nu dan kunnen we gaan."
"Ah ja, dat gaat niet makkelijk hè."
"Pasmans wat nu weer!"schreeuwde ik hem toe. Zucht van ellende.
"Ik euh ik zit opgesloten in de wc.."
"Wat!? Hahahahaah hoe krijgt ge dat nu weer gedaan!?"
Naar het antwoord heb ik niet eens meer geluisterd, ik wou het niet weten ook.
Wat niet weet, wat niet deert.
"Pasmans het spijt me, er hangt hier een bordje op den deur", sprak ik
vol sarcasme.
"Bordje? Wat voor bordje?"
"Ge weet wel, zo'n bordje met een hond erop; 'ik moet buiten wachten'. Het
spijt me Pasmans, geen rottweilers in het warenhuis. Dag Pasmans."
Ik heb de combi genomen en ben binnen gereden....
Pasmans scoorde één-nul met zijn rottweiler Michiels. Ik vond mijn grap toch
absoluut vier punten waard.
Dus het eindigde vier-één voor Britt Michiels, de blonde rottweiler.
Volgende week zal Sofie er weer zijn, gelukkig maar. Tot volgende week!
(23-3-03) |