Wat een feest
Hallo,
Zoals beloofd zal ik jullie vandaag meedelen hoe het carnavalweekend verlopen is. Toen we zaterdagmorgen in Ninove aankwamen, was iedereen druk bezig om alles klaar te zetten voor zondag. De pennenvriendin van Dorien woonde midden in de stad, in een rijtjeshuis. Shana had nog een jonger zusje Freya en zij woonden daar samen met hun ouders. We werden echt hartelijk ontvangen, de ouders Karel en Magda waren heel vriendelijk.
Toen we alles uitgepakt hadden, zijn we de stad wat gaan verkennen. Met Gent vergeleken is dit een klein stadje, maar het is er wel heel gezellig. We hebben wat gewinkeld in een winkelcenter en daarna zijn we in een taverne iets gaan drinken om ons op te warmen. Het was ook kermis in Ninove en ’s avonds zijn we er naartoe geweest. Dorien en Simon hebben zich samen met Shana en Freya kostelijk geamuseerd in de ‘Shaker’ en Johan heeft op het schietkraam een beertje voor mij geschoten.
Zondag was het de eerste dag carnaval. We hadden geluk dat hun huis in de stad stond en dat de stoet daar dus voorbij kwam. Om half twaalf passeerden de eerste reclamewagens en die stoet duurde zo’n uur. We hebben drie zakken vol met chips, snoepjes, balpennen en nog heel wat andere dingen gevangen. Om één uur kwam de carnavalsstoet er eindelijk door. Er deden in totaal 53 groepen mee en om zeven uur waren ze allemaal gepasseerd. Enkele praalwagens vond ik heel mooi, vooral degene die vorig jaar ook waren gewonnen. Toen al het volk wat weg was, zijn we op de kermis een pak friet gaan eten. ’s Avonds zijn de kinderen naar een fuif geweest en wij zijn samen met Karel en Magda nog iets gaan drinken.
Maandagavond passeerde de carnavalsstoet nog eens en de winnaars waren dezelfde als vorig jaar. Daarna begon het grote feest maar pas. Alle pleinen stonden bomvol mensen en allemaal waren ze aan het dansen. Wij hebben meegevierd tot half vier ’s ochtends en zijn dan doodmoe in ons bed gekropen.
Dinsdag was onze laatste dag daar. We hebben uitgeslapen tot één uur ’s middags en zijn dan onze koffers beginnen nemen. Rond vier uur waren we terug thuis.
Het weekend is veel beter meegevallen dan ik ooit had verwacht. Misschien gaan we volgend jaar nog eens terug.
Maar ik ging jullie ook nog vertellen hoe de zaak van de ‘Sac-Jacking’ is verlopen.
We hebben gisteren in de haven de hele tijd gepatrouilleerd. Alle manschappen waren daarvoor dan ook ingezet. Na vier uur rond te wandelen zonder enig resultaat, begon ik het daar toch wat op mijn heupen te krijgen. Gelukkig klonk er een halfuurtje later door onze radio dat de vrouwen en kinderen waren opgemerkt en dat ze op weg waren naar een vrachtwagen. We hebben gewacht totdat ze allemaal in de vrachtwagen zaten en hebben dan de chauffeur overmeesterd. Alle vluchtelingen hebben we naar een asielzoekerscentrum gebracht.
Merel en ik mochten van John de chauffeur verhoren. Eerst weigerde hij ons alle hulp, maar nadat ik hem verteld had wat er hem te wachten zou staan als hij bleef zwijgen, werd hij toch al wat spraakzamer. Hij vertelde ons waar hij de vrouwen en kinderen naartoe moest brengen van zijn baas. Nick, Bruno, Raymond en Pasmans zijn onmiddellijk naar dat pand gereden en zijn binnengevallen. Daar troffen ze enkele vluchtelingen en vier mannen aan. Eén van hen bleek de ‘big chief’ te zijn. Omdat de federalen nog enkele onopgeloste zaken had lopen rond deze man, hebben we hem aan hen moeten uitleveren. Maar uiteindelijk zijn wij toch maar mooi met de eer gaan strijken.
Ik zie dat deze column toch al lang genoeg is en ga jullie nu laten.
Tot volgende week,
Britt
( © Lieneke, 10/03/2006)
|