KAARTEN EN KAARSEN
Hallo iedereen,
Hier thuis heerst er momenteel een echte tennisrage. Het begon allemaal toen Johan vertelde dat hij had meegedaan aan een wedstrijd om tickets te winnen voor de finale van de vrouwen op ‘Roland Garros’. En dinsdag kwam er een telefoontje met de boodschap dat Johan twee tickets gewonnen had! Dat betekende dus dat hij maar één iemand met zich kon meenemen. En aangezien de kinderen moeten studeren voor de examens, vroeg hij het aan mij. Eerst wou ik niet mee omdat ik de kinderen (vooral Dorien) niet alleen wou laten, maar ze hebben mij uiteindelijk toch overtuigd. Dorien zei dat het een eerste goede proef in haar nieuwe leven zou zijn. En ikzelf moet trouwens terug vertrouwen in haar hebben.
Omdat ik bijna niets over tennis weet, mijn kennis gaat niet verder dan Clijsters en Henin, hebben Johan, Dorien en Simon mij woensdag een snelcursus ‘Tenniskennis’ gegeven. Ik deed er ondertussen al vijf jaar over om te begrijpen wat al die witte lijnen op een tennisveld betekenen en waarom de scheidsrechter het steeds over ‘Love’ had. Als ik dit aan Dorien vertelde heeft ze zo’n vijf minuten zitten lachen.
Nadat ze was uitgelachen en ze me plechtig had beloofd om niet meer met mij te lachen, konden we eindelijk aan de les beginnen. Ze leerden me alles, van backhand tot dropshot, van out tot advantage en van Raphaël Nadal tot Maria Sharapova. Na vier uur hard zwoegen, begon ik het tennis steeds leuker te vinden. En het beviel me al helemaal toen ik nog eens 42 op 50 had op de test die Dorien en Simon voor mij hadden gemaakt.
Ik geloof dat ik er nu wel helemaal klaar voor ben om morgenvroeg richting Parijs te vertrekken.
Dinsdag, 06/06/’06 om 06.06 stipt, werd ik plots opgebeld. Aan de andere kant van de lijn hing een oude vrouw die helemaal over haar toeren was. Ze had zojuist een inbreker haar huis horen binnendringen. Ik wist eerst niet goed wat te doen, hoe kwam ze trouwens aan mijn nummer? , maar ik vroeg haar uiteindelijk toch waar ze woonde. Terwijl ik me klaarmaakte, heb ik Merel ook opgebeld en haar het adres doorgegeven.
Het huisje van de oude vrouw lag net aan de rand van een bos en het zag er nogal angstaanjagend uit. Toen ik uit de auto stapte, kwam Merel ook net aangereden. We klopten aan, maar er deed niemand open. Merel nam de ene kant van het huis, ik de andere. Achter aan het huis stond het keukenraam open en Merel en ik gingen langs daar naar binnen. De keuken zag er alles behalve aangenaam uit. Er stonden wel duizenden kaarsen te branden en overal lag er knoflook verspreid. We stapten verder naar de leefruimte en daar troffen we hetzelfde scenario aan. Toen ik de deur van de hal wou openen, schreeuwde de vrouw plots “Qui est là?” (Wie is daar).
Ik riep dat we van de politie waren en vroeg haar ook of ze ongedeerd was. Daarop antwoordde ze “Il m’a trouvé et il va m’emporter !” (Hij heeft mij gevonden en gaat me meenemen). Vervolgens vroeg ik haar wie haar had gevonden. Het bleef even stil en dan antwoordde ze ‘Den’, maar verder kwam ze niet. Merel had ondertussen de benedenverdieping al helemaal uitgekamd, maar er was niemand.
Dan gingen we naar boven. In de eerste kamer was er niemand, in de badkamer ook niet en uiteindelijk troffen we de vrouw in haar slaapkamer aan. Daar stonden opnieuw duizenden kaarsen en er lagen nu naast knoflook ook allerlei andere kruiden op de vloer. De vrouw zat op haar bed en gaf geen kik. Het leek wel alsof ze versteend was. Naast haar lag een boek en toen ik dat wilde nemen, nam ze plots mijn hand vast. Ik schrok me haast een ongeluk! Ze begon aan een stuk door te ratelen “’t Is vandaag de zesden van de zesde maand van ’t zesde joar hé. Den dag van” Ze zweeg even en fluisterde toen “Den Duivel. Hij komt in alle huizen kijken en als’t em niet bevalt neemt hij je mee naar den Hel. Kem nog zo mijn best gedaan om hem buiten te houden, mo tis mij ni gelukt. Gelukkig had ik aan onzen lieven Heer gevraagd wat dat ik moest doen als em toch zou binnen geraken. ‘K moest dan stantepéde dees nummer bellen.” Ze toonde mij een briefje, waar een nummer opstond dat ik maar al te goed kende… Mijn gsmnummer!
We hebben er nog ongeveer een halfuurtje over gedaan om de vrouw te kalmeren en we zeiden haar ook uitdrukkelijk dat zoveel kaarsen in huis veel te gevaarlijk zijn. En zeker in een huis dat naast een bos staat. Als haar huis in brand schiet, gaat die brand over naar het bos en zijn de gevolgen catastrofaal.
Eén ding houdt me wel al de hele week bezig. Hoe komt zij in Godsnaam aan
mijn telefoonnummer?
Britt
(© Lieneke, 9/06/’06 )
|