ROTWEER

Goedendag iedereen,

Deze week was eindelijk nog eens een ‘normale’ week. Met normaal bedoel ik dat ik terug kon gaan werken, want inderdaad, dat vind ik normaal.

Het weer deze tijd van het jaar bijvoorbeeld, dat is níet normaal. De massa’s wateroverstromingen en blikseminslagen, dat is níet normaal. Door die inslagen en wateroverlast stond de telefoon op het commissariaat roodgloeiend. Op maandag bijvoorbeeld belde een collega met het nieuws dat in de straat waar hij woont, de Vaardenweg, een bliksem was ingeslagen in een huis. In dat huis woonde één gepensioneerd koppel. De man lag nog in zijn bed te slapen en de bliksem heeft hem recht in de onderbuik getroffen. Hij was op slag dood. Zijn vrouw, Henriëtte, was al beneden en had enkel een luide knal gehoord.

Ik moet eerlijk zeggen dat ik de manier waarop de man overleden is, nogal gruwelijk vind. Je ligt rustig in je bed te slapen en je denkt dat je in je huis veilig bent tegen bliksem e.d. en plots… krijg je een bliksem recht in jou. Het kan eender wie overkomen. Zo zie je maar dat ieders leven op deze planeet aan een zijden draadje hangt.

Henriëtte moest toch mee met de ziekenwagen voor een volledige check-up. Uiteindelijk viel het lichamelijk allemaal zeer goed mee, alleen emotioneel zat de vrouw er helemaal door. De dokter vertelde ons dat ze tijdens het onderzoek geen enkel woord heeft gesproken tegen hem of een van de verpleegsters. Hij vond het verstandig dat ze daar nog een dag ter observatie zou blijven, voor alle zekerheid.

Gisteren hebben we Henriëtte kunnen ondervragen. Ze was al wat bekomen van de shock en sprak terug, maar helemaal genezen was ze nog niet. Ze moet blijkbaar gedacht hebben dat wij iets anders op het spoor waren gekomen, wat in feite zo niet was, want toen ze Merel en mij haar kamer zag binnenkomen begon ze te vertellen.

‘Vijftig jaar heb ik voor onzen Gerard gezorgd, eten gemaakt, zijnen was en plas gedaan, alles heb ik voor hem gedaan. Ik was zijn vrouw niet, moar zijn slaaf. En ik was niet de enige die da dacht, want ’t is mijn dochter die mij op het idee heeft gebracht om eens wat meer uit huis te gaan. Moar dat vond onzen Gerard niet kunnen, een vrouw moest thuis werken, niet op een ander. Met de steun van mijn dochter leerde ik steeds meer en meer van mij afbijten en zo ging ik elke week twee keer buitenshuis. Gerard werd met de week nijdiger op mij. Hij sprak zelfs nimmer tegen mij. Buiten maandagavond… Toen we wakker werden, zei hij tegen mij dat ik zijn vrouw niet meer was. Dat hij mij nimmer moest hebben. Ik was zo vies op hem. Ik had godverdomme vijftig jaar alles voor diene man gedaan!’ Henriëtte zweeg even en droogde haar tranen af. ‘Uiteindelijk heb ik met een pan op zijn hoofd geslagen. Hij is bewusteloos gevallen en ik ben blijven slaan totdat zijn hart nimmer klopte. Dat dienen bliksem hem trof, was puur toeval en geluk voor mij…’

Henriëtte vertelde ons later dat ze niet kon leven met de leugen, dat zij haar man had vermoord. Daarom had ze ons alles verteld, ze vond dat ze moest gestraft worden voor haar daad.
Enfin, ik moet jullie laten. Het is 1 september en Dorien en Simon hadden vandaag hun eerste schooldag. Ze kunnen elk moment gaan thuiskomen en ik wil er toch wel voor hen zijn.

Groetjes,
Britt

(© Lieneke, 01/09/06)

Vorige Start Omhoog Volgende
* ©©©©© Alles op deze site is Copyright van de eigenaar en mag dus nergens anders geplaatst worden ©©©©©

*