GOEDE DAAD
Hallo iedereen.
Hier ben ik weer met de wekelijkse column.
Hebben jullie soms ook eens het gevoel dat je op een bepaalde dag een goede daad moet vervullen? Toen ik maandagmorgen de krant las en al het kwade wat er in de wereld gebeurt (Het was maandag 11 september en de kranten stonden vol met foto’s van het vreselijke gebeuren in New York, nu vijf jaar geleden), las, vond ik dat het eens tijd werd dat ik nog eens een goede daad verrichte. Ok, jullie kunnen nu denken dat ik elke dag toch tientallen goede daden verricht, door crapuul achter de tralies te steken, maar zo voel ik het niet aan. Dat is mijn werk.
Met die gedachte in mijn achterhoofd ben ik naar het werk vertrokken. Dit keer niet met de auto, maar met de fiets. Dit doe ik, omdat Olivier, mijn personal coach, mij dit heeft aangeraden.
Op het werk aangekomen, bekeek iedereen mij nogal raar. Waarschijnlijk hadden ze nooit van mij verwacht dat ik met de fiets naar het werk zou komen, maar zo zie je maar, elke mens heeft zo zijn verborgen talenten.
John vond dat als ik toch zo sportief bezig was, Merel en ik evengoed konden gaan patrouilleren in de stad. Raymond en Pasmans hadden een zaak en Nick was ziek, dus mocht Bruno het schoothondje van John spelen. Merel was pisnijdig op mij. Ze had blaren op haar voeten en nu mocht ze er een hele dag op stappen. Ik weet niet wat ik maandag had, maar voor één keer vond ik het niet zo erg om te gaan patrouilleren in de stad.
Twee uur en ongeveer acht kilometer verder, was er nog niets gebeurd. Merel en ik besloten dus om wat drukkere straten te gaan bezoeken, zoals de winkelstraten van Gent. Het was middag en de studenten waren volop aan het winkelen of zonnen. Merel en ik hadden er blijkbaar goed aan gedaan om op dit moment naar daar te gaan, want een tiental minuten nadat we daar aankwamen, hoorden we een vrouw roepen ‘Houdt de dief! Daar is em, pakt em!’ Plots botste een jongen bruusk tegen Merel op en ik had maar enkele seconden nodig om te beseffen dat die jongen ‘de dief’ was waarover die vrouw het had. Ik keek nog even naar Merel om te zien hoe het met haar gesteld was, maar ze zei dat ik achter hem aan moest. Dat deed ik. Hij had enkele meters voorsprong en kon dus gemakkelijk in de massa ontkomen, maar hij had het nadeel dat hij een felgele pet op had, waardoor ik die dus makkelijk kon volgen. Het bleek dat de fitness zijn vruchten had afgeworpen, want na een vijftal minuten kon ik de jongen al bij de kraag vatten.
Toen ik even later terug bij Merel arriveerde met de jongen naast mij, zag ik dat er een vrouw naast haar stond. Ze had een batch op met haar naam op en de naam van de winkel ‘Free record shop’. Ze bekeek de jongen eens goed en zei toen tegen mij dat het helemaal niet die jongen was die iets had gestolen, want die had een kleine baard en deze had er geen. Ik vroeg haar of ze zeker was en dat was ze ook. Ik controleerde voor de zekerheid de inhoud van zijn tas, maar er zaten geen gestolen cd’s of dvd’s in. Ik hoorde Merel achter mij lichtjes grinniken en ik lied de jongen gaan. De vrouw mompelde iets in de aard van ‘Tis altijd hetzelfde met die Flikken’. En ik stapte verder met een rood hoofd. Rood van woede, en van schaamte.
Ik zou eens een goede daad verrichten…
Britt.
(© Lieneke, 15/09/06)
|