DE VINGER
Hallo,
Jullie zullen het allemaal wel al in het nieuws gehoord hebben of in de kranten gelezen hebben, vorig weekend was het Flikkendag. Elk jaar is er één persoon in het team die een ‘vrijstelling’ krijgt en dit jaar was het mijn beurt. Om alle drukte te ontvluchten, ben ik op zondag bij mijn ouders geweest. Het was al weer eens enkele maanden geleden dat ik hen nog eens een bezoek had gebracht. Johan kon niet mee, want hij moest een dringende zaak bespreken met een cliënte van hem. Zei hij… Dorien en Simon zaten hun toch te vervelen, dus vond ik dat zij mij maar moesten vergezellen.
Eerst was mijn ma lastig op mij omdat ik niet op voorrand had gezegd dat we kwamen en twee minuten later was ze weeral aan het zagen over het feit dat ik hen véél te weinig opzoek. Ok, daar had ze wel gelijk, maar ze wéét toch dat ik én een job én een gezin moet onderhouden.
Dorien en Simon hebben de hele dag TV gekeken of met enkele oude gezelschapspelletjes, die nog van mij waren, gespeeld. Uiteindelijk heb ik goed kunnen bijkletsen met mijn moeder en was de dag eigenlijk veel te snel voorbij.
Toen we ’s avonds thuiskwamen was Johan nog steeds niet thuis. Een uur later had ik al zo’n twintig keer op zijn gsm gebeld, maar ik kreeg steeds ‘Hallo, dit is de gsm van Johan Van Lancker, ik ben momenteel niet bereikbaar, geli…’ te horen. Rond halféén ’s nachts schoot ik wakker door een deur die met een enorme klap dicht vloog. Ik zag Johan daar staan, waggelend op zijn benen. Hij was straalbezopen. Ik ging pas echt overkoken toen hij plots begon over te geven op het tapijt! Uiteindelijk kon ik mijn kalmte nog behouden en besloot ik om de volgende dag maar eens een deftig woordje met hem te praten. Maar hij heeft wel op de zetel geslapen.
De discussie die ik maandag met Johan heb gehad, houd ik liever voor mezelf. Maar ik kan je alvast verzekeren dat momenteel alles terug in orde is tussen ons.
Maandag waren de vuilnismensen nog steeds de straten van Gent aan het schoonmaken. Rond de middag, Merel en ik waren net een broodje aan het eten, stapt er een vuilnisman het teamlokaal binnen. Hij zei dat hij iets had gevonden en gaf me een pakje. Ik keek wat erin zat en voelde al snel mijn broodje naar boven komen. Er zat een afgekapte vinger in. Eén vinger, inderdaad.
Nadat het labo de vinger onderzocht had, wisten we het volgende: De vinger was afkomstig van een vrouw rond de dertig. Ze was van Aziatische afkomst en ze rookte. Nog een belangrijk detail was dat de vinger was afgekapt nadat de vrouw was overleden.
Pasmans en Raymond moesten aan de vuilnisman vragen waar hij de vinger had gevonden en dan zouden zij de bewakingsbeelden die er tijdens de Flikkendag waren gemaakt bekijken. Merel ging de dagrapporten nalezen en ik zocht op of er de voorbije maanden geen melding was gedaan van een vermiste vrouw die aan hetzelfde karakter voldeed. Maandag had niemand resultaat geboekt. We besloten om de volgende dag terug verder te gaan.
Noem het nu puur toeval of niet, maar toen ik dinsdagmorgen de allereerste pv opende, was dat er eentje over een vermiste vrouw die volledig aan het profiel voldeed. We zijn onmiddellijk naar haar huis gereden. Toen we daar aankwamen, stond de deur op een kier. We gingen naar binnen en daar troffen we een man aan die zijn polsen had overgesneden. Het restelijk overschot van zijn vrouw troffen we in de kelder aan. Al haar vingers waren afgesneden. Er lagen er slechts negen naast haar…
Het DNA van de vinger die wij gevonden hadden, kwam overeen met dat van de vrouw. De man had zelfmoord gepleegd enkele uren voordat wij waren gearriveerd.
Hij had enkele dagen geleden zijn vrouw vermoord door haar te verstikken. Hij kon waarschijnlijk de druk niet meer aan. Zijn vrouw lag daar dood in zijn kelder en hij wou geen leven lang in de gevangenis doorbrengen. Waarom hij de vingers van zijn vrouw heeft afgesneden, zullen we jammer genoeg nooit te weten komen…
Kus,
Britt
(© Lieneke, 29/09/06)
|