TIEN JAAR
15 januari 1997, 17u30, bij je graf. Onze korpschef heeft me naar huis gestuurd. Hij vond dat ik niet meer de Britt was die hij meende te kennen. Hoe kan het ook anders? Ik ben je net verloren. Weet je, ’t is gisteren beginnen sneeuwen. Ik weet nog goed hoe je daarvan hield. Je vond België zo’n dom land, het sneeuwde hier bijna nooit. Dorien vroeg me gisteren of het in de hemel ook sneeuwt. Ik heb haar gezegd dat het zo is. Weet je wat ze toen antwoordde Mark? ‘Gelukkig maar. Dan kan papa daar ook gelukkig zijn.’ Ik heb gisteren je l’eau de toilette omver gestoten. Het hele huis ruikt er nu naar: de meubels, de kleren,… Overal ruik ik jou Mark… Overal. ’t Wordt te donker. Ik ga naar huis… Naar onze thuis.
Mijn allerlaatste column van dit jaar… Ik had eerst gedacht om er een supervrolijke column van te maken, maar dat zou niet samengaan met mijn gevoel op dit moment. Overmorgen is het nieuwjaar. Voor iedereen onder jullie is dat een echt feest: een nieuw jaar, nieuwe voornemens, aftellen naar twaalf uur, lekker eten,… Maar ten huize Van Lancker-Michiels wordt nieuwjaar steeds met tegenstrijdige gevoelens gevierd. En zeker dit jaar.
26 juli 1997, 13u20, in de tuin. Vandaag is het mijn verjaardag. De allereerste zonder jou. Herinner je je nog wat je me vorig jaar hebt gegeven? Ik heb het sinds je dood nog geen seconde uitgedaan. ’t Was een halsketting met als hangertje een hartje dat je kon openklappen. Je had er een foto ingestoken van ons drie. Die foto die getrokken was in de zoo. Dorien haar mond hing nog vol chocolade, want je had haar net getrakteerd op een ijsje. Ik vraag me af hoelang het nog gaat duren vooraleer ik terug kan verder leven zonder jou. Écht verder leven. Zonder elk moment van de dag aan jou te denken, zonder steeds te denken dat je ’s avonds gewoon terug naar huis zult komen,… Ik word er onderhand gek van. Gek van verdriet, gek van het gemis, gek van jou… Laat me alsjeblieft terug leven Mark.
1 januari 1997, 03u14. Dorien en ik waren bij mijn ouders nieuwjaar gaan vieren. Mijn man, Mark was van dienst, hij werkte net als ik bij de rijkswacht. 1997 beloofde een prachtig jaar te worden. Mark zou promotie krijgen, Dorien ging naar het eerste leerjaar, Mark en ik hadden plannen om een huis te bouwen,… We hadden er allemaal super veel zin in, totdat ene bewuste telefoontje om 03u14.
‘Mevrouw Michiels? Het ziekenhuis. Uw man is net binnengebracht. Hij is neergestoken en in kritieke toestand. We…’ De rest hoorde ik al niet meer.
Wat er de minuten nadien in mij is omgegaan, valt niet te beschrijven. Ik had warm en koud tegelijk, alles begon voor me te draaien en ik kon maar aan één ding denken: bij Mark geraken. Ik ben recht gesprongen en naar het ziekenhuis gereden. Toen ik daar aankwam, waren ze Mark aan het opereren. Een uur later kwam de
dokter bij me. Ik zag meteen aan zijn gezicht dat het niet goed ging… De boodschap die hij had, bevestigde dat alleen maar.‘Euhm… Mevrouw Michiels, we hebben er echt alles aan gedaan om het leven van uw man te redden… Maar euh… Het spijt me ontzettend.’ Dat zinnetje heeft heel mijn wereld doen instorten… Mark, dood. ’t Was zo onwaarschijnlijk. De onfeilbare, beresterke Mark, mijn man, dood!
Dat is nu tien jaar geleden. Tien jaar. Ondertussen heb ik er zo ongeveer mee leren leven en heb ik Johan natuurlijk ontmoet. Hij heeft er gelukkig begrip voor dat nieuwjaar voor mij iets is wat ik niet ten volle kan vieren. En omdat Mark dit jaar tien jaar gestorven is, hebben we met het hele gezin besloten om op 31 december niets te doen. Als eerbetoon en om te tonen dat er geen dag voorbij gaat dat Dorien en ik nog steeds aan hem denken. Dorien en Simon vinden het ook goed zo.
31 december 1997, 11u15, in de zetel. De laatste maanden gaat het steeds beter. Dorien is veel opgewekter, een echt zonnetje in huis. Zonder dat ze het beseft, heb ik echt veel aan haar gehad. Dankzij haar heb ik terug zin in het leven. Zo’n energiebron dat ze is. Twee maand geleden ben ik terug gaan werken, maar daar heb ik het nog steeds moeilijk. Ik hoop dat het nog betert… We zien wel. 1997 beloofde zo’n prachtig jaar te worden. Herinner je je die bouwgrond die we zo graag wilden? Eens ons huis er stond zou er plaats genoeg zijn voor een broer of zus voor Dorien. Jij wou heel graag een zoon, om mee te voetballen. Voor mij maakte het zoveel niet uit. Zolang het maar gezond was… Straks begint 1998, straks ben je één jaar weg, straks begin ik een nieuw leven, zonder jou…
Dank je Mark, omdat je het toelaat dat ik je mag loslaten…
Britt.
(© Lieneke, 29/12/06)
|