DE ARDENNEN
Hallo columnlezers,
Deze week was het carnavalvakantie. Woensdag zijn we naar de Ardennen geweest. Eigenlijk geraakten we er niet echt uit waar we naartoe zouden gaan, de zee of de Ardennen… Uiteindelijk is het dat tweede geworden.
Johan had alles uitgestippeld. Eerst gingen we een stadje bezoeken. Zo’n typisch klein Ardens stadje. Dorien en ik hebben er wat gewinkeld, Johan en Simon zijn er naar boten gaan kijken. Daarna hebben we gepicknickt langs de rivier. Lekker gezellig. Wat we in de namiddag gingen doen, heeft Johan de hele tijd geheim gehouden. We zouden wel merken wat we gingen doen als we er aankwamen. Hij wou dat we het eerst uit probeerden vooraleer we zouden tegenstribbelen. Wanneer hij dat zei, werd ik er niet geruster op, Dorien al evenmin.
Na een half uurtje reed Johan plots een parking op. Ik zag volgend bord hangen:
‘The Outsider – sports events organiser
Survival and sports’
Hij had ons dus meegenomen naar een soort survivalkamp. Tot zijn grote verbazing vond ik het best wel een leuk idee. Hij had er blijkbaar niet bij stil gestaan dat ik bij de politie werk… Dorien had wat twijfels, maar ze besloot toch mee te doen.
Onze eerste uitdaging was ‘Via Ferrata’. Dan moet je zijdelings op een touw wandelen. Je hebt twee touwen. Aan het bovenste hang je vast met twee veiligheidshaken, onderaan zet je je voeten. Eerst hang je nog niet al te hoog, na enkele meters is de diepte onder jou duizelingwekkend. Daarna volgde er de rappel. Met een touw ga je dan een rotswand naar beneden. Dat ging allemaal perfect.
Daarna werd het iets moeilijker. We gingen nu een rotswand beklimmen. Makkelijk voor mensen met lange armen en benen, moeilijk voor kleinere mensen zoals ik. Soms geraakte ik echt niet aan de volgende houvast. Ik moest er als het ware naartoe springen. Toegeven, ik heb er mijn grenzen wat verlegd.
Na een korte pauze kwam het moeilijkste. We moesten door hele smalle spleten en grotten kruipen. Als ‘opwarmer’ gingen we binnenin een brug. Die had drie ronde bogen. Telkens als de boog op z’n hoogste punt was, was er maar een tiental centimeters plaats om erdoor te kruipen. Geen makkelijk stukje, zeker niet omdat er overal op de grond duivenstronten lagen.
Dan kwamen dé moeilijke stukken. Midden in het bos moesten we plots een trap naar beneden. We kwamen aan een heel klein gaatje. ‘Moeten we dáár door?’, vroegen we alle vier in koor. De begeleider glimlachte en zei ‘ja’. Omdat niemand als eerste wou, besloot ik dat ik zou beginnen. ’t Was licht uitgedrukt niet gemakkelijk. Het was er echt verschrikkelijk smal. Ik had eerlijk gezegd al schrik dat Johan er niet zou doorkunnen en zo dik is die ook niet hé. Uiteindelijk zijn we er allemaal doorgeraakt, wel met enkele blauwe plekken en gescheurde kleren.
‘Wat jullie tot nu toe gedaan hebben is niets met wat er nu volgt. Dit hebben jullie allemaal al één keer meegemaakt, maar jammer genoeg herinneren jullie er niet veel meer van,’ zei de begeleider, ‘Jullie gaan nu de wedergeboorte doen!’
Het was dus niet overdreven, die naam ‘wedergeboorte’. Op een gegeven moment zat ik helemaal vast, ik kon enkel nog verder als ik me helemaal strekte en tegelijk draaide. Echt niet gemakkelijk.
Maar bon, buiten die blauwe plekken hebben we toch een leuke dag gehad. Ik ben blij dat we voor de Ardennen hebben gekozen. Johan en Simon willen nu al terug, maar Dorien en ik wacht graag nog even. Mannen hé, grote mond, maar als het erop aan komt…
Groetjes,
Britt
(© Lieneke, 23/02/07)
|