ZIGEUNER
Goede dag.
Twee weken na mijn ongeval gaat alles ongeveer opnieuw zijn normale gangetje. Ik werk ondertussen terug, mijn arm ligt wel nog in het gips en enkele ribben doen soms nog was pijn, maar dat belet me niet om mijn werk te doen. Wanneer ik mijn eerste dag terug ging werken, mocht ik in feite enkel bureauwerk van John doen, maar je weet wel hoezeer ik dat woord haat. Uiteindelijk heb ik hem kunnen overtuigen om ook mee op pad te gaan, weliswaar op eigen verantwoordelijkheid.
Donderdag kwam er een alarmerend telefoontje binnen vanuit een kledingzaak in het centrum van Gent. Tijdens het shoppen was een mama haar dochtertje kwijtgeraakt en ze kon haar nergens meer vinden. De gerante van de winkel heeft ons onmiddellijk opgebeld.
Wanneer we de kledingzaak binnengingen, zaten alle klanten die op dat moment aan het shoppen waren aan één kant van de winkel, de gerante en de moeder zochten overal in de winkel. Nadat ook Merel en ik de winkel helemaal hadden afgezocht, was er nog steeds geen spoor. Plots schoot er de vrouw iets te binnen. In een hoekje van de winkel is er een toilet voor de bezoekers en tot dan had niemand daar eerder gekeken. Wanneer we de toiletdeur openden, zagen we op de grond een hoopje haar liggen. Aan de reactie van de moeder kon je onmiddellijk vaststellen dat het haar afkomstig was van haar dochter.
De volgende stap was alle klanten en het personeel ondervragen. Merel en ik konden ons in een klein kamertje installeren en daar zouden we alle personen één voor één als getuigen ondervragen. De nieuwe collectie was die dag net uitgekomen en dat betekende dus voor ons dubbel zoveel werk. Op het moment dat de moeder opmerkte dat haar dochter weg was, zat de winkel zowat stampvol. Ik schat dat Merel en ik zo’n 130 mensen te verhoren hadden.
Na meneer nummer 50 was het logischerwijs de beurt aan mevrouw nummer 51. Deze mevrouw was een zigeunervrouw en had enkele grote zakken bij zich. Ze snapte niets van wat er allemaal aan het gebeuren was en brabbelde steeds in een voor mij onbekende taal. ‘Do you speak English?’ vroeg ik in een poging om haar een beetje te kalmeren. Geen reactie. ‘Please, calm down. You don’t have to be upset.’ Ze stopte met babbelen. ‘So, I guess you can understand me.’ Een korte knik volgde. ‘A mother was shopping with her little daughter in this store and suddenly her child disappeared. My question to you is if you have seen something?’ De vrouw trok haar ogen wagenwijd open en begon opnieuw te roepen, dit keer in het Engels. ‘I haven’t done anything! I swear!’ ‘We don’t say that you have done something. We just want that you answer our question.’
De vrouw bleef maar panikeren en Merel begon dit blijkbaar wat verdacht te vinden. Terwijl ik vrouw nummer 51 bleef kalmeren, kreeg Merel één van haar zakken in het oog. Deze bewoog namelijk heel langzaam, telkens opnieuw. Net alsof er iemand in lag die ademhaalt. Merel had maar een paar seconden nodig om de link te leggen, sprong van haar stoel en opende de zak. De vrouw sprong ook onmiddellijk recht en probeerde te vluchten, wat niet lukte. En inderdaad. In de zak lag een klein, kaalgeschoren meisje gewikkeld in zigeunerkledij te slapen onder verdoving.
Waarom de zigeunervrouw het meisje heeft willen ontvoeren, is mij nog steeds onduidelijk. Sinds dat ze is teruggevonden, is de vrouw namelijk dichtgeklapt. Ze vertikt het om nog maar één woord te spreken. Kijk hé, zij moet het weten. Het zal zeker niet in haar voordeel pleiten als ze blijft zwijgen.
De dochter en de moeder waren in ieder geval heel ontroerd en blij wanneer ze elkaar terug te zien kregen. Een zalig moment, trouwens.
Maar ik ga jullie laten, want ik moet toegeven dat het niet echt handig is om met een plaaster te typen.
Lieve groet,
Britt.
(© Lieneke, 01/06/07)
|