DE KLEPEL
Hallo iedereen,
‘Michiels.’
‘Hallo, dokter De Decker, ziekenhuis Sint-Lucas. Op kamer 322 hier ligt een oude man. Men heeft hem anoniem binnengebracht. Het enige wat ik over hem weet is dat men hem heeft gevonden in de Oudebergstraat. Nu waarvoor ik bel, de man is binnengebracht met een gebroken enkel en enkele doorligwonden. Aangezien hij op straat is gevonden én hij met zijn gebroken enkel niet ver kan stappen, moet hij ergens in de buurt van de Oudebergstraat wonen.’
‘Ok, dokter. We weten genoeg.’
Na het telefoontje zijn Merel en ik naar het ziekenhuis gereden. Op kamer 322 troffen we een oude man aan. Zijn huid had een zuiders tintje. De kans was dus groot dat hij geen Nederlands sprak. ‘Hello, we’re from the police,’ begon ik, ‘do you speak Dutch?’ Geen reactie. ‘Hola! Somos del policía, habla holandés ?’ De man leek me te begrijpen. ‘No ilegal. No ilegal. Tengo paseporte.’ Waarna hij een paspoort uit zijn jas haalde. Hij heette Juan Almores en woonde in Gent. Wanneer ik verder probeerde te vragen, van waar die doorligwonden kwamen, klapte hij gewoon dicht.
Na ons bezoek aan het ziekenhuis, gingen Merel en ik naar het adres dat op Juan zijn paspoort stond. Wanneer we daar aankwamen, troffen we er een oud bouwvallig huisje aan. Aan het onkruid en de kranten te zien, woonde Juan hier al een hele tijd niet meer. Binnen in het huis troffen we ook niet veel opmerkelijke dingen aan. Dit was niet de plaats waar Juan de laatste maanden had verbleven. Klinkt logisch ook, want zijn woonplaats ligt helemaal niet in de buurt van de Oudebergstraat.
Volgende halte: de Oudebergstraat. Merel ging in de buurt wat rondvragen, ik ging de nabije omgeving wat verkennen. Ik had Pasmans ook gebeld met de vraag of er in de buurt een buurt- of opvangtehuis was. Wie weet verbleef Juan daar. Het resultaat van ons buurtonderzoek was niet echt denderend, om maar te zeggen nihil. Merel en ik waren net van plan om terug te keren naar het commissariaat, wanneer Pasmans belde. ‘Ah Britt, ik hier. Ik heb eerst eens gebeld naar Jef. Je weet wel, Jef, die hier vroeger nog werkte en die nu bij het ‘OCMW’ werkt, maar die kende geen Juan Almores. Dan heb ik…’ ‘Pasmans, ik heb enkel de nuttige informatie nodig. Met de rest ben ik niets.’ ‘Ah ok. De nuttige informatie… Ok, hier heb ik iets. Twee straten van de Oudebergstraat is er een opvangtehuis, genaamd ‘De Klepel’.’ ‘Pasmans.’ ‘Ja?’ ‘Goed werk!’ ‘Dank u Britt. Daag Britt.’
Je kan al raden wat onze volgende bestemming was? Inderdaad, het opvangtehuis ‘De Klepel’. Wanneer we er binnengingen, viel ons direct de penetrante geur op. Het werd er alleen maar slechter op als we voorbij de toiletten gingen. Die waren echt helemaal onbruikbaar. Net als de keuken en de badkamers. Het ergste was nog de manier waarop deze oude mannen met tien in een piepklein kamertje samenleefden. De omstandigheden waarin deze mensen leefden waren echt wel onmenselijk. Voor ons was alles duidelijk. Dit tehuis moest zo snel mogelijk gesloten worden. Nadat we de boeken hadden ingekeken, bleek ook dat Juan Almores in dit tehuis reeds vijf maanden verbleef.
Ondertussen is de procedure op gang om het tehuis definitief te sluiten en om de eigenares te straffen. Alle slachtoffers zijn overgebracht naar het ziekenhuis. Velen hadden, net als Juan, doorligwonden. Nadat ze ontslagen zijn uit het ziekenhuis zullen ze naar andere opvangtehuizen worden overgebracht.
’t Lijkt een banale zaak zoals een ander, maar het bewijst nogmaals hoe onrespectvol sommige mensen zijn ten opzichte van anderen. Als baas van een opvangtehuis heb je net de verantwoordelijkheid om voor mensen te zorgen, ze een thuis te geven, niet om hen aan hen lot over te laten…
Tot de volgende,
Britt
(© Lieneke, 09/03/07)
|