De vraag-‘m-maar-mee-jongen, deel 2Hello!! Ik heb beloofd dat ik jullie zou
vertellen hoe het bij Tess was geweest, dus ik ga me daar ook aan houden. :) Simon is dus meegegaan, hè. Met
tegenzin, eigenlijk, omdat hij Tess niet zo mag. Hij had zelfs niet eens een
vermoeden dat ook Anne er ook zou zijn. Anne wist trouwens ook nog niet dat
Simon mee zou komen. Eigenlijk best gemeen van Tess en mij. Maar hé, het is
voor een goed doel hè! Ik had Tess terug gesmst: “Met een beetje geluk moet
ik Simon nu nooit meer meevragen!” Maar goed, Simon is dus meegegaan
met tegenzin, dat zei ik al. Hoe dichter we bij Tess haar huis kwamen, hoe
langzamer hij ging fietsen. “Ge lost niks over wat ik tegen u over Tess gezegd
heb hè?” zei hij tegen mij. “Ze vermoordt me als ze dat hoort.” Ik
grinnikte. “Fiets nou maar door.” Eenmaal bij Tess aangekomen, viel
het Simon op dat er al een fiets buiten stond. “Is er nog iemand?” vroeg
hij. “Misschien,” zei ik kortaf, waarna ik aanbelde. Tess deed open en liet
ons binnen. “Simon, leuk dat je er ook bent,” zei Tess zoals zij altijd iets
zegt tegen Simon: gemaakt lief. Alleen nu lachte ze ook nog met een duivels
glimlachje naar mij. Simon liep nietsvermoedend de woonkamer in. Hij zat al
bijna op de bank toen hij merkte dat Anne in de luxe zetel (tegenover die bank)
zat. Zenuwachtig ging hij weer recht staan. “Dag Simon,” zei Anne.
“Anne,” zei Simon, zachtjes, verlegen, en met een klein glimlachje. (Nog een
geluk dat ik niet direct ben beginnen lachen…) Anne ging op de bank zitten, na
een aantal seconden niks gedaan te hebben (net als Simon). Simon is er maar
naast gaan zitten, heeft een keer voorzichtig opzij gekeken, opnieuw een klein
glimlachje op z’n gezicht geplakt, en weer recht vooruit gekeken. Na een minuut of 5 te hebben
gezwegen, trokken Tess en ik het gesprek een beetje op gang. Standaard babbels
over dingen die we mee hebben gemaakt de afgelopen weken. Simon heeft denk ik
drie woorden gezegd, nog hetzelfde ook (voor de geïnteresseerden: dat woord was
‘ja’). Op een gegeven moment stond ik op. “En nu gaan jullie weg,” zei
ik. “Misschien dat jullie dan wel praten.” Simon sprong op. “Maar
Dorien!” riep hij. “Niks te maar, jullie gaan nu samen weg,” sprong Tess
me bij. “Je hebt de hele avond drie woorden gezegd, en dat was steeds
‘ja’, dus dan zegt ge nu ook ‘ja’,” zei ik. Ondertussen hadden we de
twee al naar de voordeur geduwt. “Maar…!” riep Simon weer, terwijl Tess de
deur opende. “Dáá-hááág!” riepen ik en Tess samen, waarna Tess de deur
sloot. Wij hebben de rest van de avond naar een film gekeken met ene grote zak
chips. Pas de volgende ochtend bij het
ontbijt werd duidelijk dat ze toch een goed gesprek hebben gehad. En de
afgelopen week is hij toch verdacht veel weggeweest. Dat vonden mama en Johan
ook verdacht. “Simon,” vroeg Johan gisteren, “Waar zijt gij nou eigenlijk
de hele week naartoe geweest?” “Naar Anne…,” zei Simon zachtjes.
“Anne?” vroeg Johan verder, “Wie is Anne?” “Een vriendin…,” zei
Simon nóg zachter. “Meer niet?” vroeg ik plagend. “Jaja, oké, ze is mijn
lief…,” zei Simon nóg zachter. “Goed zo, was de koppelpoging toch niet
voor niets,” zei ik lachend. “Waar gaat dit over?” vroeg mama verbaasd.
“Niks, niks,” zeiden Simon en ik in koor. “Zoals gewoonlijk.” Simon
spurtte naar boven, ik ging lachend aan tafel zitten. “Simon een lief,” zei
ik zacht. “Wie had dat kunnen denken.” Nou dat was het zo’n beetje. :)
Volgende week volgt vast en zeker meer hierover. :) Kusjes, Dorien
|
|
|