Lekker dan
Hoi...
‘t Was een verschrikkelijke week, afgelopen week. Of zoals ik tegenwoordig altijd zeg: Kwalitatief Uitermate Teleurstellend. Dat aangezien ik niet meer mag vloeken…
Zaterdag wilde ik juist naar Lieselot (een vriendin van school) gaan, kom ik erachter dat de achterband van mijn fiets lek is. Ik kon dus mooi op Simon zijn fiets gaan. Mooi niet dus. Simon was juist naar de voetbaltraining. En aangezien Johan zijn fiets te groot is, en mama haar fiets stond bij de fietsenmaker. Mama en Johan waren allebei weg, geen auto, niemand om mij te brengen. “Ja Lies, ik ga later zijn”, zei ik in een verontschuldigend telefoontje, “Ik heb een platte band en niemand kan mij komen brengen. Ik zal moeten lopen.”
Van net buiten het centrum naar het centrum van het centrum lopen is niet bevorderlijk voor je voeten. Ik heb aan die wandeling van ruim een uur dus wel mooi een grote blaar op mijn rechtervoet overgehouden. En aan de terugweg heb ik ook nog een blaar op mijn linkervoet gekregen. En die van mijn rechtervoet is gebarsten. :( Toen ik terug thuis was zeiden zowel mama, Johan als Simon dat ik ofwel had moeten bellen, ofwel betere schoenen had moeten aantrekken. En dat zeggen ze dán pas.
Met die blaren heb ik twee dagen mank gelopen. Dinsdagochtend heeft mama ze echt helemaal doorgeprikt en leeg gedrukt. Geloof me, dat was een opluchting. Pleistertje d’rover en ik kon weer normaal lopen. Godzijdank. :)
Dinsdagmiddag kreeg ik ineens heel erge hoofdpijn. Ik kon niet meer rechtop blijven staan, en mijn eetlust was helemaal weg. En het ergste was: paracetamol, aspirine, ’t hielp allemaal niets. Ik heb de hele dag in bed gelegen, met een kruik op mijn kop. Mama kwam me dan elk uur een kop met thee brengen… Niet dat dat helpt, maar goed… Ik heb dus nog eens drie dagen op bed gelegen.
Vandaag was ik terug weer wat beter. Ik zat beneden op de bank, wat te zappen tussen TMF en JIM. Ze draaiden toevallig hetzelfde nummer. JIM was nét iets sneller dan TMF, viel me op. Toen ik aanstalten maakte om naar mijn bedje te gaan (ik kreeg terug wat hoofdpijn), zei Johan dat ik eens aan tafel moest gaan zitten. Hij en mama wilden iets met mij en Simon bespreken.
Daarnet maakte mama zo’n beetje bekend dat ze zwanger is. Of wat ze letterlijk zei: “Wat zouden jullie ervan vinden als jullie nog een broertje of zusje zouden krijgen?” “Ik heb het gezegd, hč Simon”, zei ik zuchtend, waarna ik me tot mama en Johan wendde. “Kijk hč, ik heb het er eens met Simon over gehad…” “Jullie wisten het al?” vroeg mama verbaasd. “Nee, we hadden een vermoeden”, zei Simon. “Ik heb het er dus eens met Simon over gehad”, zei ik opnieuw, “en met alle respect, maar wij vonden allebei dat wij te oud zijn om nog een babybroertje of –zusje te krijgen. Pas op, we willen jullie geluk niet in de weg staan, maar wij denken dat zo’n leeftijdsverschil niet goed is. Voor ons niet, voor die kleine niet.” Je zag de gezichten van mama en Johan betrekken. Mama stond precies op het punt om te beginnen wenen. Simon probeerde ze nog wat op te peppen: “Maar als jullie persé samen een kind willen, en het is al um…, gemaakt, dan kunnen wij daar toch moeilijk iets aan veranderen. Toch Dorien?” Ik knikte hevig. Mama begon terug te glunderen. “Dat is dan genoteerd, toch Johan?” Johan knikte net zo hevig als ik gedaan had.
Nou, ik ga terug mijn bed in. Hopelijk ben ik volgende week dinsdag terug beter, want we gaan dan met het hele gezin naar Antwerpen. Shoppen, naar de bios, naar de PizzaHut… “Met z’n vijven”, zoals Johan trots zei. “Met z’n vieren, en een beetje”, zei ik er achteraan.
Maar goed, dit was mijn column voor deze week. Have a nice week en tot de volgende maar weer!
Groetjes + kusjes,
Dorien
(©June, 05/08/05)
|