Don’t spiek
Hey!
Gisteren had ik (en de rest van mijn klas ook, trouwens :P) een toets Engels. Ik ben ongelofelijk slecht in het onthouden van Engelse woordjes, en daar hadden we juist toets over. Aangezien ik de laatste tijd gewoon veel te veel tijd tekort kom om al mijn schoolwerk te maken en te leren, had ik dit proefwerk niet geleerd.
Simon zat rechts van mij. En Simon, die lijkt een overschot aan tijd te hebben. Hij had dus wel geleerd. Nu, ik had het al tijden niet meer gedaan, maar ik moest wel als ik niet gebuisd wilde worden: spieken. We zaten helemaal achteraan, meestal is dat een strategisch voordeel. Ik had vlug mijn haar los gedaan, dat bevorderde het spieken ook wat. Simon ging helemaal links aan zijn tafel zitten, ik helemaal rechts.
Toen dat…, méns binnen kwam, keek ze direct in mijn richting, alsof ze direct voelde dat ik niets had geleerd, en wat mijn plannen waren om toch een voldoende te halen. De rillingen liepen direct over mijn rug. Ze gaf mij als laatste het proefwerk, ook zoiets. Verder heeft ze de hele tijd achter mij gestaan. Op een bepaald moment probeerde ik zo onopvallend mogelijk op Simon zijn blaadje te kijken, en ik dacht: ‘het is me gelukt!’ Ze leek niets gezien te hebben.
“Oké mensen, ik kom het ophalen”, klonk het na twintig minuten. Mevrouw eindigde bij mijn tafel. Ze haalde haar rode nakijk-pen uit haar zak en zette een verticale lijn op mijn papier: een één. “Alsjeblieft, Dorien”, zei ze, “Je cijfer.” Dan liep ze weg, zonder mijn blaadje. “Merde!” zei ik. “Waarom nu? Ik heb niet gespiekt!” “Maar je was het wel van plan,” zei zij, “en dat is al erg genoeg!” “Jaaa, Dorien”, zei Steven, “Don’t spiek, hè!” “Houd Uw bakkes!” riep ik, waarna ik opstond en naar het bureau liep. “Mevrouw Reymer, ik vind dit niet kunnen! Dit is niet terecht! Ik heb niet gespiekt! U kijkt mijn proefwerk normaal na, en geeft mij een normaal punt, of ik ga naar de rector!” “Je doet maar,” zei zij koeltjes, “als je maar niet denkt dat ik jou een hoger cijfer dan een één geef.” Daarop stond Simon op, liep naar het bureau met mijn blaadje en legde dat voor Reymer haar neus. “Dorien heeft niet gespiekt”, zei hij. “En dat weet ik, want toen ik klaar was heb ik nog op haar blaadje gekeken. Ze heeft alles fout, dus ze kan niet gespiekt hebben.” Ik keek verbaasd Simon zijn kant op. “Awel, merci!” zei ik. Reymer bestudeerde mijn blaadje en begon te lachen. “’t Is spijtig dat ik U geen nul mag geven, juffrouw De Bondt,” zei ze, “want inderdaad, alles is fout.” Ze pakte opnieuw haar rode pen, en streepte de één door. “Maar weet je, deze toets telt tóch niet mee voor Uw rapport, dus…”, zei ze, waarna ze een nul op mijn blaadje schreef, en mij hetzelfde blaadje overhandigde. “Alstublieft”, zei Reymer, met een grote (maar vooral valse) glimlach. „Deju hè!” riep ik.
Nouja, toen ik aan mijn moeder vertelde dat ik een nul had gehaald voor die woordjestoets, moest ik direct gaan leren. Ze zou mevrouw Reymer bellen, om te vragen of ik die toets opnieuw mocht maken. Dat mocht, ik zou dan wel een andere versie krijgen. En een grotere toets ook trouwens, omdat ik haar zo’n last bezorgd heb…
Nu ben ik dus die woordjes aan het leren. Tenminste, dat hoor ik te doen. Mama is nu even weg... Maar goed, het probleem is dus dat ik nu nog meer moet doen! … Ik ga maar weer leren. Tot volgende week (hoop ik).
Dikke kussen,
Dorien
(©June, 21/10/05)
|