Met een schone lei begonnen...
Hey daar!
Nogmaals een heel gelukkig 2006 toegewenst, ook van mama, Johan en Simon. Hopelijk hebben jullie een beetje een fijne jaarwisseling gehad. Bij ons thuis was het in ieder geval verschrikkelijk. Mama en Johan vonden het namelijk nodig om ruzie te gaan maken. Simon en ik hebben dan maar besloten om naar de stad te gaan, waren we tenminste verzekerd van een plezante avond.
Mooi niet dus. We werden nérgens binnen gelaten, zelfs niet in ’t jongerencafé… Dat was echt balen. We zijn dan maar terug naar huis gegaan, terug naar het front. Het front ja, want mama en Johan waren nog altijd oorlog aan het voeren. We dachten eerst dat het niet op zou houden als wij binnen zouden komen, maar dat deed het wel: “zijn jullie al terug?” Vroeg mama poeslief; twee tellen daarvoor had ze Johan nog uitgemaakt voor rotte vis. “Ja, we mochten nergens in”, zei Simon. “Te jong”, zei ik erachteraan. “Heb jij ze toestemming gegeven op café te gaan?” vroeg Johan kwaad. Simon en ik rolden met onze ogen; de volgende ruzie was alweer begonnen. We zijn dan maar naar onze kamer gegaan.
Vlak voor twaalven zijn we terug naar beneden gegaan. Mama en Johan waren nog altijd bezig met ruziën, maar nu ging het weer over die Robert Nieuwman. “… maar gij blíjft maar contact houden met die man!” schreeuwde Johan. “Hallo, weet ge nog, ge zijt met MIJ getrouwd, niet met hém!” Mama zuchtte diep. “Jaloerse bok!” “Ja, en weet je waarom?” snauwde Johan. “Omdat jij hem blijkbaar meer ziet zitten dan mij. Weet je wat je doet?” “Kappen!” schreeuwden Simon en ik erdoorheen. “’t Is nu wel genoeg geweest!” “’t Is tijd voor een wapenstilstand”, ging ik verder. “Hebben jullie je ooit wel eens afgevraagd hoe kínderachtig jullie bezig zijn?” “Doe tenminste nog even gezellig”, zei Simon. “Dat bevordert ons humeur ook een beetje.” “En voor straks: slaap er nog even een nachtje over”, ging ik verder. “Laat het even bezinken, en praat het morgen rustig uit.” En toen sloeg de klok twaalf keer. Mama en Johan waren verbaasd. Simon en ik ook trouwens: we wisten niet van onszelf dat we zo verstandig konden zijn.
Sinds dien hebben we geen geruzie meer gehoord. We blijven hopen dat het zo rustig blijft, alleen heb ik er weinig vertrouwen in. Johan had het gisteren tijdens het avondeten nogal moeilijk om niet uit te vallen. Hij heeft dan maar op zijn hand gebeten, in plaats van in zijn biefstuk. Tja…
Ik ben er weer vandoor. Simon wilde nog even naar de bibliotheek, om nog wat leesvoer te halen. Hij is duidelijk veel van plan, anders had ik niet mee gemoeten… Nouja, tot volgende week!
Dikke kussen,
Dorien
(©June, 06/01/06)
|