De belofte – la promesse
Hey,
Soms geloof ik mensen te snel, terwijl ze ’t eigenlijk niet verdienen geloofd te worden. “Even doen alsof we niets misdaan hebben, Dorien gelooft het toch wel”… Wat ik bedoel is dat mensen mij bedonderen waar ik bij sta. En dat heeft zo zijn gevolgen…
Je op je werk concentreren is moeilijk als je aan heel andere dingen moet denken. ’t Was woensdag. Ik had keihard geleerd voor een toets Frans (heel veel woorden, en nog heel veel meer). Een uur voor ik aan die toets moest beginnen, dertig minuten voor ik naar school zou vertrekken, explodeerde hier de boel… Het was bijna een week stil geweest hier in huis. Één week geen geruzie of uit de hand gelopen discussies. Simon en ik kregen, nee, hadden weer hoop dat ’t weer goed ging tussen mama en Johan. En dan gaat ’t weer fout… Ze hadden het beloofd. Ze beloofden te stoppen met ruziën, ze beloofden te beginnen met praten, ze beloofden allebei hun affaire te stoppen, ze beloofden van alles. Net vijf dagen nadat ze die belofte gemaakt hadden, verbraken ze ‘m alweer. Of nee, dat hadden ze al gedaan, maar pas na vijf dagen kwamen Simon en ik erachter. Zodra wij ’t van hen wisten, wisten zij het van elkaar. En dan die explosie…
Ik geloofde ’t altijd als iemand mij zei dat Frans de taal van de liefde is. Wel, ik weet nu dat ’t volkomen bullshit is. Ik zal ’t uitleggen: de nacht van dinsdag op woensdag was mama niet thuis. Johan vond het raar, want ze had niets laten weten. We waren alledrie vrij bezorgd toen ze woensdag ochtend om half acht ineens op de stoep stond. Buiten de restjes van de vorige dag had ze geen make-up op en had dezelfde kleren aan als de dag ervoor… Johan begon te schreeuwen dat ie zo ongerust was geweest en dat ze best even had mogen bellen, en nog van die dingen. Mama begon terug te schreeuwen. Ze zwaaide wild met haar armen, daardoor viel er een hele stapel visitekaartjes van het Sofitel uit haar tas. Mama en Johan waren aan het ruziën, en ik, ik was het zat. Ik ging me ermee bemoeien. “Ik dacht dat Nieuwman al vertrokken was?” vroeg ik rustig. Ze voelde zich duidelijk betrapt. “Dat zijn jouw zaken niet, Dorien”, zei ze, terwijl ze de kaartjes één voor één van de vloer raapte. “Dat heb ik wel”, zei ik kwaad. “Merde!”, en was ik vertrokken…
Ik heb daar staan roepen en tieren over vertrouwen, trouw, en de belofte die ze gemaakt hadden; in ’t Frans. Ik wist niet dat mijn woordenschat zo groot was als ’t om Frans gaat… … Maar goed, ik heb kwaad de deur achter mij dichtgegooid en ben hard naar school gefietst. Eenmaal daar was ik juist op tijd voor de toets. Ik ging daar zitten, kreeg dat blaadje voor mijn neus, en begon eraan. Nou, ik heb twintig minuten naar dat vel zitten staren, ’t een paar keer omgedraaid, maar er kwam niets meer uit. Ik heb ’t op een gegeven moment maar gewoon afgegeven, met alleen de velden achter ‘naam’ en ‘klas’ ingevuld…
Vanmiddag heeft mama het hele verhaal ‘Nieuwman’ aan Johan opgebiecht. Ook híj had wat te vertellen, over zíjn vlam. *diepe zucht* Hij besloot dat ’t zo niet verder kon, en hij is vertrokken met de woorden dat hij voorlopig in een hotel logeert. “Dan kunnen de kinderen hier blijven. Dan hebben ze er ’t minste last van.” Tien minuten nadat Johan de deur achter zich had dichtgetrokken, begon mama te huilen. “Ik heb ’t verkloot!”
Nouja, op dit moment zit mama op de bank een wrak te wezen, wat betekent dat Simon en ik moeten koken. Spaghetti. Simon zegt dat dat niet zo moeilijk is…, met een goed recept…
Tot volgende week (hoop ik).
Dorien
(©June, 03/02/06)
|