Being home again
Hoihoi,
Goh... Ik was vergeten hoe goed die bank zit. Ik was vergeten hoe scheef mama’s zelf geschilderde schilderij kan hangen. Ik was vergeten hoe de vloerbedekking ruikt. Ik was vergeten hoe vuil de ramen zijn. Ik was alles vergeten. Maar nu..., alles komt terug. Ik kan Dorien al horen. Ze roept de hele tijd. “Doriiiieeen?!” Niks. “Doriiieeen?!” Niks. ... Soms heb ik het idee dat ze achter me staat. Maar dan kijk ik om en dan is er niets. Dan hoor ik haar weer. “Doriiiieeen?!” Ik roep terug. “Dorien?” “Hey!! Waar ziiit je? ... je? ... je?” “Hiiier! ... iier!” “Waar is hiiier? ... iier?” Enzovoorts.
“Nee, ze wil het niet. Daarom bel ik u ook.” Ze belt naar de abortuskliniek. “Ze wordt vijftien.” Ik sta op (met laptop en al) en ga tegenover haar zitten om maar niets te missen. “Hoezo eerst een test? Madam, ze is zwanger, daar zal geen enkele test iets aan veranderen. ... U heeft wát? Zonder mijn toestemming? Tsss, goeiendag!” Kwaad gooit ze de telefoon op tafel. “Die mensen van dat internaat zijn jouw medisch dossier komen aanvullen in het Sint Lucas, en die mensen van die kliniek aan de Martelaarslaan hebben daar net jouw dossier opgevraagd...” “En dus?” vraag ik kortaf, en zonder op te kijken. “Ze willen dat je eerst een test doet, en dan pas een afspraak maakt”, zegt ze, “allemaal onder het motto: ‘we willen u niet op onnodige kosten jagen, mevrouw’...” Ik zucht diep.
“Anyway”, begint ze, “ik kan weer een telefoonnummer op de lijst wegstrepen.” Ze pakt haar potloot van haar oor en krast iets door op een papier dat voor haar ligt. “En nu dat internaat. Ik wil mijn geld terug.” Ik sta op. “Hadden ze een ‘niet goed, geld terug’-garantie dan?” Ze kijkt verbaasd op. “Sorry, ik had dat anders moeten zeggen”, zegt ze grote-bambi-kijkers-zielig. “Ik ga even naar de wc”, zeg ik. … Klein momentje dus…
…
“Madam, ze is daar vollédig doorgedraaid. Hebt u haar columns wel eens gelezen? Nee, bij mij was het ook al even geleden, maar ik ben er vrijdag even voor gaan zitten en ik moet zeggen: ik was geschókt. Mijn dochter zat met opgekropte gevoelens die ze niet kwijt kon, ze kon nergens heen, niemand die naar haar luisterde. Ze kwam gekker naar buiten dan dat ze naar binnen ging. Bovendien: u hebt niet eens gemerkt dat ze zwa…” Ik leg mijn hand op haar mond. “Wat is er nu Dorien?” vraagt ze verbaasd, als ik mijn hand weer van haar mond heb gehaald. “Ik ben niet zwanger”, zeg ik direct. “Ga maar kijken in de wc voor een bevestiging.” “Wat bedoel je?” vraagt ze; ze weet het echt niet. “Ga kijken dan”, zeg ik. Ze staat op, legt de telefoon op tafel (zonder op te hangen) en loopt naar de wc. “En vergeet niet om door te trekken”, zeg ik nog. Een zachte “Ow…”. Ze komt terug de kamer ingelopen. Stilletjes gaat ze zitten en pakt ze de telefoon. Ze schraapt haar keel. “Ik wil mijn geld terug”, zegt ze zo kwaad als ze kan. “Uw therapieën hebben niets geholpen, in tegendeel zelfs. … Hoeveel? Uhm…, ongeveer vijfduizend euro. … Ja, zoveel ja. … Als u het zo veel vind, is het misschien een goed idee om de prijzen wat te verlagen. … U kunt natuurlijk ook uw deuren sluiten. Ik kom dat met plezier doen. U hebt mijn rekeningnummer? Ja? Fijn. Ik hoop dat u niet te lang wacht, ik heb contacten. Dag mevrouw. Dááág.” Een tevreden glimlach. “Zullen we gaan shoppen?” Ping! “Wanneer gaan we?” vraag ik enthousiast. “Nu direct”, zegt ze. “Kom.” Ze springt op. “Volgens mij heeft ‘ie wel iets gebruikt”, zeg ik, vanuit het niets. Ze draait zich om. “Wie?” vraagt ze verbaasd; ze snapt mijn vanuit-het-niets-zin niet. “Dylan”, verduidelijk ik. “… Ja. Hij heeft het mij nog getoond.” Opnieuw een tevreden glimlach. “Kom”, zegt ze opnieuw.
Daag.
Dorien.
PS: ik voel mij een stuk beter nu.
(©June, 12/05/06)
|