Blergh!
Hoihoi!
“Zu-hucht...”
“Idem hier...”
“Zu-hucht...”
“Amen.”
“Zu-hucht... ... Weet je?”
“Nee?”
“Ik wel.”
“Wat?”
“Ik wil naar hui-uis!”
“Ik ook...”
Ik ben het nu al zat, school. Blergh! Ik ben het zat mijzezelf steeds opnieuw te moeten voorstellen, “Ik ben Dorien, vijftien, en geïrriteerd”, en dan die hele heisa over wat je in de vakantie gedaan hebt. De leraren weten dat ze ons zo beter kunnen leren kennen, maar wat ze niet weten is dat wij het vervelend vinden steeds exact hetzelfde verhaal te moeten ophangen.
De lessen zijn verder ook niet heel interessant. We beginnen elk jaar met wat herhaling van het vorige jaar. Die herhaling duurt één, twee, soms drie lessen. En dan is het eindelijk gepermitteerd om je boeken van dit jaar open te slaan, wordt je meteen voor de leeuwen gegooid. Enfin, half.
“Juffrouw De Bondt.” Dat mens van Frans weet dat ik niet van spreekvaardigheid hou, daarom pikt ze mij eruit.
“Ja?”
“Vertelt u eens wat u in de vakantie heeft gedaan.”
Zúcht. “Oké.”
“In het Frans.”
Ik viel bijna achterover van mijn stoel. “In het Fráns?”
“Ja. Ik heb gehoord dat u goed kan improviseren in het Frans.”
Ik gaf Simon een trap. Hij moest het lek zijn, dat kon niet anders.
En daar sond ik dan. “Je suis euh... J’ai uhhh... Et-euuhhh... Nouja. Ge verstaat dat wel.” Mevrouw euh..., De Coo (?) liet weten dat ik de eerste zal zijn voor het mondeling. Ik snap het niet. Alle leraren hebben direct de eerste les een hekel aan mij... Wat doe ik in hemelsnaam fout?
Oja, even snel over die demo’s: Brussel was net niet genoeg overtuigd. Bovendien doen ze geen zaken met minderjarigen... Ja, daar ben ik vet mee... Enfin, we hebben nog een paar labels... Misschien weet ik volgende week meer. Tot dan!
Kus,
Dorien.
(©June, 08/09/06)
|