In memoriam

Hoi,

Het was een goed jaar. Allez, met diepe dieptepunten en wat minder diepe dieptepunten. Maar over het algemeen was het een goed jaar. ‘t Begon wel niet zo goed, mama en Johan konden niks anders dan ruzie maken. Maar al vrij snel begreep ik waarom: ze gingen allebei vreemd. Mama had d’r Hollander, en Johan z’n troela. Ik ben blij dat ze nu allebei zijn opgehoepeld. Hopelijk komen ze ook niet meer terug, ik denk dat dit gezin nu wel genoeg onder overspel geleden heeft. ‘t Heeft veel te veel veroorzaakt, maar vooral mijn wegloopactie. Ik was het zó zat thuis, altijd dat geruzie door die twee familiesfeer-verpesters... Toen mama mij gevonden had, kon ik direct naar een internaat vertrekken. Fijn hoor..., precies alsof ‘t was mijn schuld! En als het zo was dat het allemaal mijn schuld was, dan was ik misschien wel gek, maar ik werd in dat internaat nóg zotter dan ik dan al was... Maar zodra ik dan thuis was, voelde ik me stukken beter. Ik was eigenlijk al bijna vergeten dat ik in dat internaat gezeten heb, allez ja, niet vergeten, maar het lijkt al zo lang geleden, langer dan een jaar... Dat is zo raar... Af en toe heb ik wel eens zo’n moment..., dan heb ik het idee dat ik een terugval heb gehad en dat alles weer wordt zoals toen... Vaak hou ik me na zo’n moment even bezig met muziek. Ik zet een cd op, of ik pak mijn gitaar, ik schrijf een liedje, ... Muziek helpt mij door zo’n ondiep dieptepuntje heen. Ik denk dat ik pas bij ons bezoek bij tante Joke alles in het internaat verwerkt heb, en als ik er zo eens op terugkijk vind ik ook wel dingen van het internaat terug... Ik denk dat ik overdreven heb met m’n demo’s. Ik hou van zingen, echt waar, maar een cd maken, en dan bekend worden en al... Dat zie ik niet echt zitten. Ik denk dat ik daar ook niet de juiste persoon voor ben. En trouwens, als die liedjes zo persoonlijk zijn doordat er dingen van het internaat in terugkomen, dan wíl ik ze niet eens op een cd hebben, dan wíl ik er niet eens mee touren en al...

*zucht* En dan komen we toch langzaam aan bij het diepste dieptepunt van 2006..., nee, allertijden... Sofieke. De zesde van oktober is ze door een of andere zot neergeschoten... Ik ben direct naar school gegaan toen ik van Simon hoorde van de schietpartij. Verbaasd hield ik halt bij het lint. Simon zei nog: ‘Je mag toch niet naar binnen. We zijn de school uitgesodemieterd en alles is direct daarna afgezet. Je komt er niet in, vergeet ‘t maar.’ ‘Maar ik wil er wel naartoe, punt!’ Ik heb de deur achter mij dichtgetrokken en ben naar school geracet.

Ik wist dat ik het niet kon maken om toch onder het lint door te gaan en naar binnen te lopen, dus bleef ik braaf staan. Ik stond er al ongeveer een uur – ik had al van allerlei mensen naar binnen en naar buiten zien gaan – toen er plots een grijze kist door twee mannen naar buiten werd gedragen. Mama liep ernaast. Ze zag bleek. Toen zowel de mannen met kist als mijn moeder onder het lint door waren, liep ik naar haar toe. ‘Mama?’, vroeg ik. Ze omhelsde me. ‘Ik ben zo blij Dorien,’ zei ze, ‘zo blij dat je vandaag ziek was. Jij had in die kist kunnen liggen...’ Ik maakte me los uit haar omhelzing en keek haar vragend aan. ‘Wat bedoel je?’ Ze zuchtte. ‘Sofie is dood, Dorien,’ zei ze zacht. ‘Ze is neergeschoten. Alle hulp kwam te laat. Een aantal leraren hebben de wonde wel dichtgedrukt van zodra de schutter weg was, en ze hebben ook gereanimeerd, maar het mocht niet meer baten... Het spijt mij, Dorien...’ Ik hoorde het al niet meer. Alles viel weg. Sofie dood? Dat kon niet. ‘Dat kan niet!’, riep ik. ‘Dat kan niet!’

Het volgende wat ik me herinner is dat ik thuis in bed lag, dat ik wakker werd. Mama zat naast me op bed. ‘Hey,’ zei ze, ‘ben je weer wakker?’ Ze streelde over mijn hoofd en gezicht. ‘Je bent flauwgevallen. Ik heb je maar direct naar huis gebracht. Je mag je mentor dankbaar wezen dat je nu in bed ligt en niet voor de ingang van de school. Ik had je niet in m’n eentje naar hier kunnen krijgen.’ ‘Hoe heb je me dan de trap op gekregen?’, vroeg ik duf. Ze glimlachte. ‘Simon...,’ zei ik, nadat ik me herinnerde dat hij ook thuis was, of in ieder geval thuis zou moeten zijn. Op school kon hij toch niet zitten. Mijn gezicht betrok. ‘Sofie...,’ zei ik zacht. Ik begon te huilen. ‘Och, stil maar...,’ zei mama troostend, terwijl ze op een geruststellende manier over mijn hoofd streelde.

[ Juul ] Wablief? :|
[ Dot. ] Ja... :S
[ Dot. ] ‘Ik haat je, stomme bitch!’ was het laatste wat ik tegen haar zei.
[ Dot. ] Ik voel me een monster... :(
[ Juul ] Ohhh! (})
[ Juul ] Och meiske toch! 
[ Juul ] Je moet je geen monster voelen! Ze heeft achteraf vast geweten dat je het niet meende! Jullie zijn toch niet voor niets vriendinnen? Ze kent je door en door, ze wist het gewoon. Je bent geen monster.
[ Dot. ] Vergeet de verleden tijd niet...
[ Juul ] Ja... :*
[ Juul ] Nouja, je begrijpt best wat ik bedoel.
[ Dot. ] Ja.
[ Dot. ] Maar toch voel ik mij een monster.
[ Dot. ] Precies alsof ik haar heb neergeknald.
[ Dot. ] Ik kan het niet meer terugdraaien.
[ Juul ] Omdat die idioot haar heeft neergeknald ja!
[ Juul ] Dat was niet voorzien, en dat weet jij ook.
[ Juul ] Je hand het anders toch gewoon de volgende dag goed gemaakt, nee?
[ Dot. ] Ja...
[ Juul ] Nou dan!
[ Juul ] Die moordenaar is het monster in dit verhaal! Niet jij!



Het was mooi, de begrafenis. Niet al te depressief qua omgeving van haar kist en muziek die gedraaid werd enzo, al heb ik mezelf wel helemaal leeg gejankt. Haar ouders hebben mij gevraagd om iets voor te dragen…

‘Sofie, 

lieve, lieve Sofie,

Sofieke,

Ik had nog zoveel dingen tegen je te zeggen, we gingen nog zoveel doen… Ik vind het op z’n zachtst gezegd jammer dat ik die nu zonder jou moet doen, dat ik niet meer tegen jou kan vertellen hoe leuk iets is. 

Ik kan nu wel een heel lang verhaal gaan houden over hoe erg ik het vind dat je er nu niet meer bent, of over hoe er ik je mis en nog zal missen, maar dat heeft geen zin, ik kan je daarmee niet terug levend maken. 

Ja, ik zal je missen, ik mis je nu al ontzettend hard, en veel zal dat niet veranderen. Maar weet je? Dat is juist goed, denk ik. Want zo, zo ben je altijd in mijn hart.

Want jij woont in mijn hart
Jij woont in mijn hart
Vanaf vandaag, 
voor altijd in mijn hart…

Altijd…

Altijd.’



Ik sta in de deuropening en kijk mijn slaapkamer rond. Mijn hele kamer, de muren en alle spullen die ik en mama speciaal voor de metamorfose gekocht hebben, alles lijkt zo standaard, zo leeg, zo betekenisloos. 

Ik loop naar het raam en kijk naar buiten. Het regent. Het regent al de hele dag, en plots, plots heb ik het idee dat het altijd al geregend heeft, dat ‘t al mijn hele leven regent.

Ik zucht en trek mijn horizontaal gestreepte gordijnen naar elkaar toe. Weg met de regen, denk ik, weg met de negativiteit. Maar ze is niet weg. Ze is er nog steeds. Opnieuw zucht ik, ik draai me terug naar mijn kamer. Ik zie mijn bed, dat waarschijnlijk mijn moeder netjes heeft opgemaakt, toen ze zag dat ik ‘t niet gedaan had. Mijn ogen glijden over het dekbed, en het lijkt alsof er aan het voeteneinde onregelmatigheden zitten, precies alsof er net twee mensen hebben gezeten. Ik doe mijn ogen dicht en probeer aan iets vrolijks te denken. Als ik denk dat het gelukt is, doe ik mijn ogen terug open. Ik zie mijzelf op mijn bed zitten. Naast mij zit Sofie. Ik lees haar voor uit een oude Joepie die ik onder mijn bed gevonden had. We lachen om de stomme vragen van jongeren en de nog stommere tips van ‘deskundigen’ over seks enzo. 

Vlug sluit ik mijn ogen weer, om ze een paar tellen later terug te openen. We zijn weg. Gelukkig... Ik was me zowat dood geschrokken. Sofie, ze leek zo echt. ... Ze zag er goed uit... En als ik even goed terugdenk, zag ze er hetzelfde uit als op de dag dat ze stierf. Haar haren hetzelfde, dezelfde kleren, ... 



Ik zuchtte en ging op het bed zitten, daar waar ik mezelf zag zitten. Ik veegde met mijn hand het dekbed aan Sofie’s kant glad. ‘Godver,’ zei ik zacht. God wat miste ik dat kind.

Djembé blafte, rende op me af en sprong bij me op schoot. ‘Och schat,’ zei ik, zuchtend om het gewicht dat op mijn bovenbenen rustte, ‘Je wordt veel te groot hiervoor.’ Hij liet zijn kopje scheefzakken en keek zielig. ‘Echt hoor. Je wordt te zwaar voor me.’ Hij blafte zacht en gaf een kopje. Ik sloeg mijn armen om ‘m heen en aaide ‘m over zijn zij. Op een gegeven moment viel mijn oog op een foto aan de muur. ‘Papa...,’ zei ik vanuit het niets, waarna ik Djembé optilde en ‘m op de grond zette. Zelf stond ik op en rende de trap af. ‘Mama, mama,’ riep ik luid. Ik vond haar in de living; ze stond uit het raam te kijken. ‘Mama,’ zei ik opnieuw, ‘je weet toch dat...’ Ze knikte. ‘Dat weet ik. Tien jaar... Nog tweeënvijftig uur en driëenvijftig minuten, en dan is ‘t precies tien jaar geleden.’ Ik keek op de klok – tien voor half acht – en knikte. Ik ging naast haar staan en omhelsde haar. ‘Zullen we morgen eens naar ‘m toe gaan, hm?’, vroeg ze. ‘Ja,’ zei ik, ‘graag.’ 

Dikke kus, en een fijne jaarwisseling,

Dorien.

(©June, 29/12/06)

Vorige Start Omhoog Volgende
* ©©©©© Alles op deze site is Copyright van de eigenaar en mag dus nergens anders geplaatst worden ©©©©©

*