Glibber, glibber, glij
Hoi,
‘Oh kijk mama, kijk!’
‘Wat is er lieverd?’
‘Kijk! Het sneeuwt!’
‘Ja heel mooi schat.’
‘Ik ga direct naar buiten.’ Ik rende direct naar de gang om mijn jas aan te trekken en Djembé aan te lijnen.
‘En uw huiswerk dan?’, vroeg mama direct, want oeioeioei, ik had een 5.5 teruggekregen ség.
‘Dat komt wel. Zie je niet dat ‘ie nodig moet?’ Ik had Djembé naar mama gestuurd. Hij keek zielig.
‘Jaja, oké, maar niet te lang. Uw huiswerk.’
‘Jaja!’ De deur viel achter mij in het slot.
Sneeuw. Ik kan daar ontzettend van genieten. Al is het maar één vlokje, ik ben erbij. Het liefst zie ik van die dikke pakken sneeuw, zoals op tv, alleen zit dat er hier niet echt in. Jarenlang heb ik gebeden op een winter met sneeuw, een witte kerst en al die bullshit, maar nooit kwam er meer dan vijf centimeter uit de luchtvallen. Tenzij dat plaatselijk niet is gebeurd natuurlijk, dat er juist in mijn omgeving minder dan vijf centimeter valt.
Daarom heb ik de kleine beetjes leren waarderen. Want nu is er eindelijk sneeuw, speciaal voor mij, want verder wonen er geen kinderen of sneeuwfanaten in de straat – zo geeft Simon ook niks om sneeuw; hij heeft zelfs overwogen thuis te blijven. Bakken met sneeuw, speciaal voor mij. Ik hou van dat knarsende geluid van dat witte goedje onder mijn voeten, en als het sneeuwt ga ik naar buiten om mij helemaal te laten ondersneeuwen.
‘Kom Djembé, kom!’ Ik nam Djembé mee naar buiten.
‘Kom schat, ‘t is niet eng, ik leef toch ook nog?’ Eerst vond ‘ie ‘t eng; hij dacht steeds dat er nog iemand liep en keek steeds angstig om.
‘Kom nu, doe niet flauw!’ Toen hij doorkreeg dat ik zo knarste, was hij al een stuk minder bang. De sneeuwvlokken vond ‘ie maar niks, dat was wel duidelijk. Ik heb dan maar een bal uit de garage gepakt en met ‘m op straat gespeeld. Even later zijn we richting het bos (lees: een parkje met wat kleine heuveltjes en wat bomen hier en daar) iets verderop vertrokken, voor de afwisseling. Dat hadden we beter niet gedaan. Ik had de bal een paar keer weggegooid, en Djembé was ‘m gaan zoeken. Hij was zeiknat toen ‘ie terugkwam en op de een of andere manier vond ‘ie ‘t nodig om tegen mij op te springen en mij tegen de grond te duwen.
En daar lag ik dan, languit in de sneeuw. Ik voelde hoe mijn kleren langzaam nat werden. Zowel van Djembé, die boven op mij was gaan liggen, als van de sneeuw onder mij... *zucht* We zijn toen maar naar huis gegaan. Wat ik niet doorhad, was dat het dunne laagje sneeuw dat er lag was gaan bevriezen en ondertussen spekglad was geworden. Huppakee! Daar zat ik ineens op mijn kont op een koude stoep. Ik heb er nog steeds last van... Ik vind dat echt wel leuk hoor, sneeuw, echt waar, maar niet als het zo moet...
Allez, ik ga eens, mijn kont begint serieus zeer te doen (zélfs met een kussentje eronder). Tot de volgende maar weer!
Dikke kus,
Dorien.
(©June, 26/01/07)
|