Stupid boys
Hoi,
‘Ik zou blij moeten zijn.’
‘Maar...? Dat ben je niet?’
‘Nee.’
Nee. Ik ben niet blij. ‘t Is vakantie, maar ik ben niet blij. Ik heb een trauma opgelopen. Stomme Steven. Ik haat dat joch! Ik haat ‘m! Hij verpest mijn leven zélfs als hij er zelf niet bij is!
‘Wil je erover praten?’
‘Nee. D’r valt niks te zeggen...’
‘Want...?’
‘Hij doet niks. ‘t Is vakantie! Hij zit ergens in Oostenrijk geloof ik. Skivakantie.’
‘Dat je dat weet...’
‘Ofnee, hij doet wel wat. Hij heeft mij een kaart gestuurd. Happy carnaval, dat stond erop. Hij dóet ‘t erom hoor!’
‘Da’s toch al vooruitgang. Of heeft hij Jeroen, Carel en Benoit namens jou hetzelfde kaartje gestuurd?’
‘Geen idee. Ze hebben hier nog niet voor de deur...’
*dingdong*
Ik liep naar het raam en schoof voorzichtig het gordijn opzij zodat ik kon zien wie er had aangebeld. Ik hoorde Simon lachen. Hij had de deur open gedaan. ‘Simon!’, siste ik zacht. Hij mocht dit niet doen! En owee als hij ze vroeg om even naar binnen... Ohnee.
‘Kom toch even binnen jongens. Dorien zit in de living.’ Grrrrr! Ik lokte Djembe naar mij toe. ‘Je moet nú dríngend gaan lopen, hoor je.’ ‘Hey Dorien!’
Ik glimlachte breed. ‘Héé, dag jongens! Ça va?’ Ze knikten. ‘Zeg sorry, maar Djembé moet nu écht naar buiten. Hij loopt al een half uur te piepen.’ Ik ging naar de gang, deed Djembé zijn riem aan en sprintte zo onopvallend mogelijk naar buiten. Ik liet Simon weten dat hij mij mocht bellen als ze weg waren. ‘En geen geintjes deze keer.’
Grrr. Jongens. Ze zijn allemaal hetzelfde. Simon ook. Zélfs mijn Simon! ARGG!! Gelukkig is Djembé wel te vertrouwen. Ik weet dat hij ‘maar’ een hond is, maar hij belazert mij tenminste niet waar ik bij sta.
Tss. Jongens!
Kus!
Dorien.
(©June, 23/02/07)
|