Sing, sing, sing, sing!

Hallo iedereen, 

Wat een week. *zucht* Maandag stond er een of andere rare snuiter voor de deur van het commissariaat te zingen. ‘I’ve got the music in me’, die is vast niet onbekend. Heel de ochtend stond hij al te zingen (nog vals ook), toen Raymond en ik er op af werden gestuurd. John kon het liedje toen al niet meer horen. 

Nou, wij naar buiten, en wij proberen om die man duidelijk te maken dat hij moet ophouden. Raymond dacht hem af te schrikken door te zeggen dat je een vergunning nodig hebt om op straat te gaan staan zingen, maar de man keek niet op of om. Hij bleef maar zingen. Hoe meer wij zeiden dat hij op moest houden, hoe harder de man ging zingen. Na een half uur hebben we het opgegeven. We hebben een aantal setjes met oordoppen gekocht. Niet dat het hielp, want we zouden nog lang last van de man hebben. 

We kregen dinsdag al meer klachten dan maandag. Bij elkaar een stuk of vijftig. Van John moesten we maar eens alle psychiatrische inrichtingen in de omgeving bellen. Tien telefoontjes hebben we gepleegd, maar nergens was er iemand ontsnapt. John werd bijna gek, dat kon je zien. We konden die inrichtingen bijna terugbellen, zo gek werd hij ervan. 

Woensdagochtend stelden we opgelucht vast dat de man nog niet had staan zingen. Tot we erover begonnen te praten. De valse tonen galmden weer door het commissariaat, nog altijd in de vorm van ‘I’ve got the music in me’. John vloog direct zijn kantoor uit. “Arresteren! NU!” riep hij geïrriteerd. Raymond en ik gingen zuchtend naar beneden. Tot onze verbazing liet de man zich, zonder te protesteren, arresteren. Hij had niets bij wat een door zou kunnen gaan voor een identiteitsbewijs. 

Tot donderdagochtend heeft de man in een van onze cellen gezeten, wegens daglawaai. De onderzoeksrechter kon daar niet mee lachen, en hij wilde de man met eigen ogen zien. Zijn belofte was dat hij de man wel stil zou krijgen, en dat we van hem af waren zodra we met hem waren gearriveerd. John stuurde ons direct naar de onderzoeksrechter toe. 

Ik weet niet hoelang het precies duurde, maar ’s middags stond de nog altijd zingende man naast een kwaaie onderzoeksrechter weer op de stoep. Hij zei dat hij ‘m persoonlijk kwam afzetten, omdat wij de man persoonlijk hadden gebracht. Hij bedankte ons ‘vriendelijk’ en wenste ons veel succes. *zucht* 

We gingen met de man maar weer naar een verhoor, omdat we nou toch wel eens wilden weten waarom dat ie nou de hele tijd liep te zingen. Om vijf uur stipt hield hij op. “Weddenschap is voorbij heren,” zei hij terwijl hij opstond, “Mag ik naar huis?” Raymond en ik hingen voorover van verbaasdheid. We hebben de man nog even in het verhoor gehouden; we wilden er nu het fijne wel eens van weten. Het bleek om een stomme weddenschap te gaan, waarbij de man op straat moest gaan zingen, vier dagen lang. 

De man excuseerde zich voor de overlast die hij had veroorzaakt. Dan hebben we hem bijna buiten geschópt, want we waren de hele afgelopen week nog niet vergeten. Kokend van woede zijn we John zijn kantoor binnen gestampt, en hebben we hem gevraagd of we hier nou persé een proces verbaal van moesten maken. John zei dat het zeer kort maar zeer krachtig mocht, omdat we wel betere dingen te doen hebben. Dat was het positieve van deze hele week. 

Nou, het is nu vrijdag negen uur ’s avonds. Over een klein kwartiertje gaan we met het hele team eens even lekker uitblazen in De Combi; dat hebben we wel verdient. Grote kans dat we de tent worden uitgeschopt, want ik heb ergens het vermoeden dat we flink gaan feesten. En áls we dan de tent uit worden geschopt, is die karaoke-bar nog wel open. Kunnen we daar mooi gaan ‘Sing, sing, sing, sing’-en. 

Enfin, tot volgende week! 

Toffe groeten, 

Wilfried. 

(©June) (20-5-05)

Vorige Start Omhoog Volgende
* ©©©©© Alles op deze site is Copyright van de eigenaar en mag dus nergens anders geplaatst worden ©©©©©

*