Briefje vergeten

Hallo iedereen,

Het was weer een drukke week, de afgelopen week. We hadden die zaak over die fotoshoots, waar ik vorige week ook al wat over heb verteld. We hebben deze maandag vingerafdrukken genomen van de vrouw die we hadden gearresteerd. Gelukkig leverde dit wat op: naam, adres, strafblad, de hele mikmak. 

Er stond ook een ‘huidig’ adres bij. Raymond en ik zijn daar maar eens gaan kijken. En we hadden direct prijs: door de ramen zagen wij een man zitten, en die man zat geld te tellen. Véél geld. Dat kon bijna geen toeval zijn. We hebben dan maar eens aangebeld, vriendelijk gevraagd waar dat geld vandaan kwam en meneer voorzichtig in de boeien geslagen. Gotcha!

Ook hadden we deze week nog een soort verdwijning. Een populaire kruidenier opende op een dood normale dag zijn winkel niet. De klanten die voor de deur stonden werden ongerust en belden de politie. Wij waren de enigen die nog niet op een zaak zaten, dus John stuurde ons maar. “Ondervraag al de mensen die voor de deur staan te wachten”, beval John ons, “Het zijn er toch maar tien. Dus denk maar niet dat ge om versterking kan komen vragen.” 

Op het moment dat er gebeld werd stonden er tien mensen voor de deur, toen we aankwamen waren het er al drie keer zoveel. En we durfden eigenlijk allebei niet naar John te bellen voor versterking; John was die ochtend duidelijk in een slechte bui. We zijn er maar gewoon aan begonnen; we kónden niet anders. 

Toen we klaar waren, waren we ‘slechts’ een uur verder. Maar we hadden wel wat bruikbare informatie. Twee mensen hadden de avond ervoor een donkere auto zien wegrijden, één daarvan had een deel van de nummerplaat kunnen opschrijven. Maar geen merk. 

We zijn terug naar het commissariaat gegaan; bij die winkel konden we toch niets meer doen. Raymond heeft in de computer alle mogelijke combinaties met de cijfers en letters die we hadden, geprobeerd, maar het leverde niets op. Nee, dat zeg ik verkeerd: het leverde té veel op. “Ik vrees dat we niks aan die letters en cijfers hebben”, begon Raymond, “Er zijn tweehonderd auto’s in Gent en omstreken die het zouden kunnen zijn.” “Laat eens zien”, zei ik, en ging achter de computer zitten. 

Ik heb die lijst vijf keer opnieuw bekeken, maar ook ik kon geen connectie met de kruidenier vinden. Ik keek de lijst dan nog maar een keer over. Ik bleef hangen bij ‘De Ridder’. “Raymond”, zei ik, “De Ridder, heet die kruidenier niet zo?” Raymond knikte. “Robert De Ridder.” “Die rijdt met een zwarte BMW, en al deze letters en cijfers zitten in de nummerplaat”, zei ik. Raymond en ik waren het met elkaar eens dat meneer De Ridder met zijn eigen wagen was weg gereden. Maar verder wisten we niets. We besloten de dag erna terug te gaan naar de winkel. 

We stonden daar dan ook, om halfzeven, in de regen. Een kwartier later opende een vrolijk fluitende De Ridder de deur van zijn winkel. We zijn eens gaan informeren: meneer zijn dochter was juist bevallen. ’t Was zijn eerste kleinkind, dus hij moest er naartoe. Het was nogal laat toen hij terugkeerde, en hij besloot zijn winkel de volgende dag dicht te houden. “Ik heb een briefje op de deur geplakt”, meende hij. “Niemand wist van een briefje, meneer”, zei ik. De man dacht diep na. “Dan moet ik het briefje vergeten zijn op te plakken.” 

Maar goed, het is dus allemaal nog goed afgelopen. De man had net zo goed ontvoerd en vermoord kunnen zijn. 

Ik ga mijn pv’s typen. Tot volgende week!

Toffe groeten, 

Wilfried

(©June, 04/11/05)

Vorige Start Omhoog Volgende
* ©©©©© Alles op deze site is Copyright van de eigenaar en mag dus nergens anders geplaatst worden ©©©©©

*