Antwerpen
Hallo iedereen,
Afgelopen week was ‘Antwerpen’ het meest gebruikte woord op het commissariaat. Eerst viel het niet op, halverwege de week wél. Toen kon iedereen er nog mee lachen. Vandaag was het verboden om de naam van de stad of provincie in de mond te nemen.
Zaterdag was het de laatste werkdag van commissaris Steven Peeters. Diezelfde avond gaf hij een feestje, heel het korps was uitgenodigd. Ja, heel het korps. De korpsen uit de andere Gentse Zones waren opgeroepen het centrum in de gaten houden. “Voor Peeters doen we alles”, was een veel gehoorde reactie. Peeters was en is immers een gerespecteerde agent in Gent en omstreken. … Enfin, het feest. Peeters zat met een groot probleem: hij kende eigenlijk alleen de mensen uit zijn team. Hij herkende ook nog enkele ex-teamleden. Oftewel: hij herkende míj nog. Toen ik begon bij de politie (en dat is ondertussen héél lang geleden) werd ik in zijn team geplaatst. Heel lang heb ik daar niet gezeten: er was een vacature bij Deprez, en volgens een bekend gezegde gaat degene die er als laatste bij kwam er ’t eerste uit…
Ik heb even met Peeters staan praten. Hij vertelde dat hij een baan aangeboden had gekregen in Antwerpen. “En dit moet je niet doorvertellen hoor”, zei hij, “zéker niet aan de grote bazen. Ik ga daar in Antwerpen véél meer verdienen dan de best betaalde flikken hier in Gent. Hou het maar op zevenhonderd per maand dat ik meer verdien.” Daar verschoot ik van: Steven Peeters was altijd een geldwolf geweest, maar had nooit interesse gehad in beter betaalde banen buiten Gent. Maar goed, mensen kunnen veranderen…
Maandagochtend werd John gebeld door een hoofdcommissaris uit Antwerpen: of hij enkele agenten mocht ‘lenen’ voor een interventie. John wilde eerst niet, maar moest toch instemmen na een kwaad telefoontje van een Antwáárpse zone chef. Enkel Raymond en ik bleven in Gent, de rest van het team ging diezelfde ochtend nog naar Antwerpen. John bleef voor alle zekerheid maar hier in Gent; hij wist niet zeker of hij zichzelf zou kunnen beheersen als hij de mensen die hij die ochtend aan de lijn had gehad zou tegenkomen… Pas dinsdagmiddag was het hele team weer in Gent. John is toen direct vertrokken naar Antwerpen, om die hoofdcommissaris en de zone chef eens duidelijk te maken dat hij nooit meer andermans problemen zou komen oplossen. Om half vier kwam hij geïrriteerd terug binnenlopen. We hebben er maar niets meer tegen gezegd…
Woensdag hebben we (lees = voornamelijk Bruno) alleen maar grapjes gemaakt over Antwerpen. ’s Ochtends zwegen we als John ineens voorbij kwam, tot hij rond één uur per ongeluk een grap opving en erom lachte. Tot het einde van onze shift gingen de grappen door – Bruno is een kei in dingen volhouden – terwijl iedereen z’n buik er eigenlijk al van vol had. Donderdag had Bruno ook nog maar zat grappen klaarliggen, maar ook hij had er niet veel trek meer in. Om vijf uur – precies vijf uur – maakte hij zijn laatste grap. Iedereen lachte nog een beetje, John niet meer. Hij werd woest, en besloot dat wij de volgende dagen géén Antwerpen meer mochten zeggen.
Nouja, ik ga er eens vandoor. Dominique en ik gaan morgen naar Antwerpen. Heb er eigenlijk geen zin meer in…
Toffe groeten,
Wilfried
(©June, 13/01/06)
|