Vooral rustig blijven
Hallo allemaal,
Afgelopen week moesten Raymond en ik in heel Gent ontruimingsoefeningen begeleiden. Scholen, fabrieken, kantoren van verzekeringsmaatschappijen, enzovoorts. Zeg maar gerust dat we heel Gent hebben moeten ontruimen. Niet mijn favoriete klus…
We moesten ook De Wingerd begeleiden bij een oefening. Ik denk dat ik alle kinderen wel heb horen klagen: “Djezus, waar is dit in hemelsnaam voor nodig?”, “Ik zat midden in een proefwerk!”, “Moet dit?” met cetera. De docenten haalden vaak hun schouders op: “Het is dat ’t verplicht is, anders had ik ’t niet gedaan”, zei er één.
Eerst is ‘t nog leuk, na vijf keer gaat ’t nog maar begint ’t al flink te irriteren, en na twintig keer wil je in je hele verdere carrière geen enkele ontruimingsoefening doen. Als je de hele tijd hetzelfde moet doen (‘de hele tijd’ is zéér lang in dit geval) zou je willen dat je een oproep kreeg. Desnoods een ontruiming bij een bommelding of brand.
Twee seconden nadat ik de gedachte over een oproep uit mijn hoofd verbannen had, kwám er een oproep. Een bommelding in het winkelcentrum, of we niet eens wilden komen helpen bij het ontruimen van het gebouw en afzetten van de omgeving. Jasper Metsiers van Transmissie wíst dat Raymond en ik bezig waren met ontruimingsoefeningen. “Dat kunnen jullie nu makkelijk aan, een goede warming-up heb je al gehad”, grapte hij. Ik heb niet meer gereageerd.
Toen ik vanmiddag thuis kwam (ja vanmiddag, ik heb een halve dag verlof kunnen krijgen) werd ik in de hal begroet door een brandweerman die eerder die week had meegeholpen bij de oefening van De Wingerd. “Er is een gaslek aan het begin van de straat, en we hebben de opdracht gekregen de directe omgeving te ontruimen.”
Dominique zag aan mijn gezicht dat ik op het punt stond te ontploffen. Hij heeft de brandweerman subtiel buitengewerkt door te zeggen dat ze zo weg zouden zijn. Dan heeft hij mij recht in de ogen aangekeken. “Vooral rustig blijven, Wilfried, vooral rustig blijven”, zei hij. “We zullen wel uit eten gaan, misschien dat je er dan even niet aan denkt.” We zijn naar het Pakhuis gegaan, dat (voor de verandering) werd ontruimd vanwege een brandje (één die niet snel genoeg wilde doven) in de keuken. *diepe zucht*
Kortom: ik heb een zeer leuke week gehad, maar niet heus. Ik hoop dat ’t volgende week iets beter wordt…
Toffe groeten,
Pasmans
(©June, 10/02/06)
|