Tatutatu

Hallo iedereen,

Phoe, wat een week… Raymond en ik hebben wéér de wind van voren gehad. Eerst die combi, nu dit… John kreeg zowat een hartaanval toen hij het hoorde. Hij vond ons onverantwoordelijk, en zijn hand ging tijdens het woord “degraderen” direct naar de telefoon. Nog een geluk dat de telefoon toen net overging. Het was nog privé ook, dan kon hij even afkoelen. 

We waren aan het patrouilleren. Ineens zoeft er een auto voorbij. Raymond reageerde direct: zwaailicht, sirene, vol gas. We gaven het stopteken, tot zeven keer toe. 50, 60, 80, de auto ging steeds harder. “Nog even en we worden zelf aangehouden”, zei ik nog. 

Na tien minuten door Gent gereden te hebben stopte de wagen eindelijk… Ik was blij dat ik eindelijk het ‘draai maar open’-gebaar mocht maken. “Papieren alstublieft”, zei ik serieus. “No way”, zei de vrouw kattig. Ik zuchtte diep, en keek met een betekenisvolle blik naar Raymond. “Madam, u reed te hard”, ging ik verder. “Ja, sorry hoor”, zei de vrouw, hard op kauwgom kauwend. “Ik vergeet soms naar de meter te kijken.” “En naar uw spiegels”, voegde ik eraan toe. “Mijn collega en ik hebben tien minuten ons eigen leven en dat van de andere weggebruikers in deze stad in gevaar gebracht door achter u aan te rijden. U heeft ons stopteken en de sirene genegeerd. … Misschien zou u ook beter eens langs de dokter gaan om uw oren na te laten kijken, opdat u in het vervolg de sirene wél hoort.” De vrouw stopte met kauwen. “Zeg snotaap, ik doe wat ik wil en daar mee basta”, zei ze. Pas nu hoorde ik dat het van Nederlandse was. “Niemand die mij vertelt wat ik wel en niet moet doen. Dus ook jij niet.” Ze spuugde haar kauwgom in mijn richting. “Raymond”, zei ik terwijl ik de autodeur opentrok, “Schrijf er nog maar één bij. Belediging van ambtenaar in functie.” De vrouw keek mij kwaad aan. “Madam, u bent bij deze aangehouden”, zei ik zo serieus mogelijk. “Uw rijbewijs wordt ingetrokken, en uw auto wordt tot nader order in beslag genomen. Stapt u maar uit, dan kan u met ons meerijden naar het commissariaat.” Ik boeide haar, en begeleidde haar naar de wagen. Van een grote mond zoals een paar minuten eerder, was ineens geen sprake meer. Raymond had ondertussen de takeldienst verwittigd.

Na vijf minuten wachten werd de auto weggehaald. Raymond en ik stonden allebei buiten de wagen te telefoneren, als we vlakbij een auto horen wegrijden. We keken om, naar onze wagen, toen er een belletje ging rinkelen. Onze wagen was weg. De vrouw was op de een of andere manier de auto aan de praat gekregen. Ik greep naar mijn rechterbroekzak, naar de autosleutels. “Raymond, de sleutels zitten er nog in…”, zei ik zacht. “Pasmans!” zei Raymond luid. En daar stonden we dan: zonder auto en zonder arrestant. Ik kon wel janken. “John vermoordt ons nog eens…”

We hebben de andere patrouilles verwittigd, en die zij er als een gek achteraan gegaan. Het was nog een heel karwij. De auto was onvindbaar, en de vrouw schreeuwde van alles door de politieradio zodra de andere wagens contact met haar probeerden te leggen. Pas na twee uur konden de andere wagens haar klemrijden en overmeesteren. Dat laatste was simpel, boeien was immers niet meer nodig.

Ik voelde mij zo klein worden toen John met een kwaaie blik op ons af kwam… En terecht: we hadden geblunderd, en we zouden het weten. Hij heeft tot het einde van de dienst tegen ons lopen schreeuwen, en hij heeft ons nog altijd niet willen aankijken… Ik laat jullie volgende week weten hoe het afloopt. Hoe dan ook, ik wil niet degraderen.

Toffe groeten,

Wilfried.

(©June, 07/04/06)

Vorige Start Omhoog Volgende
* ©©©©© Alles op deze site is Copyright van de eigenaar en mag dus nergens anders geplaatst worden ©©©©©

*