On the road
Hallo iedereen,
Afgelopen week hadden we twee opmerkelijke zaken. Niet moeilijk, ’t waren de enige twee zaken die Raymond en ik op ons bord kregen. John probeert ons terug weer wat te vertrouwen, maar het lukt ‘m nog niet zo goed. Elke keer als wij naar hem toekomen, iemand onze namen noemt of hij onze namen ergens tegenkomt, krijgen we van hem een kwaaie blik toegezonden.
Maar goed. Afgelopen week hadden we dus twee opmerkelijke zaken. Ze hadden allebei met de snelweg te maken. Dinsdag, rond een uur of acht, werden we op pad gestuurd om een langzame auto van de weg te plukken. We reden nog maar net op de snelweg met onze combi, of we zagen het gevaarte al rijden. Het ging om een kijk-mij-eens-één-van-de-nieuwste-modellen-Porsche-hebben-auto die op de een of andere manier nog onbeschadigd was gebleven door het toen al een half uur 35 kilometer per uur rijden.
Na een goede vijf minuten achter de wagen gereden te hebben, kregen de auto eindelijk aan de kant. Meneer was een beetje dronken. Godzijdank luisterde hij naar onze bevelen en stapte hij zonder mokken in onze combi. Een halve minuut later was hij al ingedut.
Donderdag kregen we rond vijven een melding van een fietser die op de snelweg reed. Nou, wij er naartoe. Meneer reed gewoon vrolijk verder, ook toen wij ‘m bevolen aan de kant te gaan staan. Toen we ‘m eindelijk zo ver hadden om te stoppen, was een gaap van de man al genoeg om te beseffen dat ook deze meneer nodig zijn roes moest gaan uitslapen. “U hebt zojuist gesolliciteerd naar een nachtje cel om uw roes uit te slapen”, zei ik, “en u bent aangenomen.”
De man verklaarde dat hij op de snelweg reed omdat het fietspad ophield. “Ik moest toch ergens gaan rijden om fatsoenlijk thuis te geraken?” *diepe zucht* En hij had ook zijn licht niet aan. “Wat dat licht betreft: mijn fietsenmaker heeft ‘m gemold.” *nog diepere zucht* We moesten ook even een ademtest doen, zodat we zeker wisten hoeveel de man had gedronken. “Da’s teveel hè”, zei Raymond laconiek. Ik grinnikte. “Bereid u al maar voor”, zei ik tegen de man, “dat wordt een flinke boete.” “Én een flinke kater”, voegde Raymond eraan toe.
Ik heb met een grote glimlach de pv’s getypt en ingeleverd. John was content: “eindelijk weer eens goed werk”, zei hij. Ha! Ik ga dan ook met een grote glimlach het weekend in. Tot volgende week!
Toffe groeten,
Wilfried.
(©June, 21/04/06)
|