Istanbul blues

Hallo iedereen,

“Turkije, here I come!” zei Dominique met een grote glimlach toen we op Zaventem de douane voorbij liepen. Hij was er helemaal klaar voor. Klaar voor de honderd procent toeristen-vakantie. Winkeltjes, musea en moskees in en uit lopen, foto’s maken van alles wat op het pad komt, de hele mikmak. Dat we in een klein, gammel vliegtuig kwamen te zitten en dat een van onze mede-reizigers er op Atatürk Airport achterkwam dat zijn paspoort nog ergens in de toiletten op Zaventem lag, ging allemaal aan hem voor bij. Dominique & Pasmans versus Turkije, en niks of niemand anders. Ik heb het geweten.

Dominique had direct commentaar op het hotel, zelfs toen hij nog niet eens binnen was. De straat er naartoe was vuil en het uitzicht minder mooi dan op de foto’s. Binnen was de vloer niet schoon genoeg, het personeel sprak niet voldoende Frans en Engels en de service bij het inchecken was beneden alle maat. De kamer was te klein, stonk en de badkamer niet goed gereinigd. “Dominique”, zei ik geërgerd, “bekijk het positief: Uw hotel is véél beter dat dit, en over twee weken zie je het weer terug.” Dominique keek verbaasd; hij weet donders goed dat ik niet van geklaag hou en dat hij er direct mee moest ophouden. Hij werd rood. “Sorry”, zei hij zachtjes, “beroepsmisvorming”. Ik kon mijn lach niet inhouden. “’t Is al goed!”

Zon, zon, en nog eens zon, qua weer hebben we (op één wolkje na) nog niets anders gezien. Alhoewel, veel tijd om naar de zon te kijken en ervan te genieten heeft Dominique mij nog niet gegund: we waren nog maar net geland of we vertrokken al naar Istanbul vertrokken. Dominique wil niks anders meer, hij lijkt wel bezeten! Nee, dat is overdreven. Hij heeft mij wel heel Istanbul doorgetrokken. Ayasofia, Topkapi paleis, de blauwe moskee, we hebben het allemaal al gezien. We hadden er twee weken over kunnen doen, maar we hebben alles in één week gezien. Beter nog: zes dagen. 

Begrijp me niet verkeerd, het was gewéldig! Ik moet bekennen dat ik eigenlijk ook niet meer uit Istanbul weg wil. Istanbul is gewéldig. Er is zoveel moois te zien, je komt ogen te kort. Op de Grote bazaar zijn we alle, maar dan ook álle winkeltjes minstens drie keer voorbij gelopen. Elke keer zag Dominique wel iets anders moois. Ik vrees dat we een koffer erbij moeten kopen om alle souvenirs mee naar huis te kunnen nemen. Ikzelf was helemaal weg van de Egyptische bazaar. Al die kleurige kruiden, en die geur die er overal hangt... Heerlijk!

Dinsdag zijn we gaan eten in een luxe visrestaurant, niet zo ver van ons hotel. We hebben héérlijk gegeten voor een klein bedragje. Daar kom je in België écht niet veel verder dan de McDonald’s. Enfin, we hebben besloten om de laatste dag van onze vakantie nog eens in dat restaurant te gaan eten. Dominique heeft alvast maar gereserveerd, “voor het geval dat...”, typisch Dominique.

Gisteren hebben we een boottocht gemaakt op de Bosporus. Dominique had de boot van een goede vriend van een goede vriendin van hem geleend (inclusief iemand voor aan het roer natuurlijk). Een ge-wél-dig uitzicht over de Bosporus en de stad, en dat in combinatie met het meest verrukkelijke eten dat ik ooit gegeten heb... Ik kon Dominique wel zoenen. ... Dat heb ik dan ook gedaan, aja!

Morgen gaan we naar het Aziatische deel van Istanbul. Ondanks dat men zegt dat er véél minder te zien is, wilde Dominique er toch heen: “We kunnen altijd terug, om te zoveel minuten gaat er een boot terug naar Europa.” “Om ze zoveel minuten, jaja”, was mijn antwoord. Enfin, we zullen zien. Ik ben heel benieuwd of we nog iets van de rest van Turkije gaan zien. Enfin, je hoort het volgende week. We vliegen aan het einde van de week terug naar België; de column schrijf ik dus gewoon vanuit België. Enfin, tot de volgende!

Toffe groeten,

Wilfried.

(©June, 16/06/06)

Vorige Start Omhoog Volgende
* ©©©©© Alles op deze site is Copyright van de eigenaar en mag dus nergens anders geplaatst worden ©©©©©

*