Surprise, surprise
Hallo iedereen,
Regen, zon, regen, zon, regen, zon, regen, de weergoden wilden niet echt meewerken. Ik denk dat ik maar eens een mailtje naar boven stuur, gewoon om eens te informeren of ze ook wat beter weer hebben... Alleen zou het helpen als ik een mailadres had... Weergoden@boven.com misschien... En anders boek ik een lastminute naar Tenerife...
Waarom ik mij zo druk maak om het weer? Nou, we hebben heel veel buiten gestaan deze week. Direct maandag, twee minuten nadat ik het commissariaat binnen was gelopen, twee seconden nadat ik in mijn bureaustoel was gaan zitten, was er een zaak. ‘Dat moet dan wel een rare zijn’, dacht ik nog, omdat Carla niet goed wist hoe te reageren op hetgeen dat ze ging vertellen. “Er is een tuin gestolen, in het zuid.” Raymond en ik waren in een klap wakker. “Een túín!?”, riepen wij allebei.
Omdat ook wij niet goed wisten wat we ermee aanmoesten, gingen we maar direct ter plaatse. We reden de betreffende straat in, toen we beseften wát onze opdracht nu eigenlijk was. Onze ogen gleden door de straat, op zoek naar een groot gat in de grond. In plaats daarvan kwam er een man op onze auto afgerend toen ‘ie ‘m in de gaten kreeg. “Mijn zonnebloemen! Twee jaar zwoegen voor niks! Vierduizend euro uit mijn tuin geplukt!” Hij bleef maar schreeuwen.
Na een half uur was de man eindelijk gekalmeerd. Hij toonde ons een foto van hem en zijn zonnebloemen. “Deze is gisteren genomen. Ik deed mee aan een wedstrijd. Ik kreeg de eerste prijs voor mijn zonnebloemen. Een flinke geldprijs, een artikel in een tuin-blad, eeuwige roem... Nu is dat gewoon uit mijn tuin geplukt.” “Hoeveel zijn die zonnebloemen ongeveer waard?”, vroeg ik. “Voor mij heel veel, meneer”, zei de man, “maar in euro’s ongeveer twee duizend euro. Per stuk.” “Dat is toch een serieuze diefstal...”, zei Raymond. “We zullen een uitgebreid buurtonderzoek gaan doen.”
Niets gezien, niets gehoord. En dat een keer of honderd. De man was flink teleurgesteld toen hij dat hoorde. “Maar we gaan zeker uitgebreider onderzoek doen”, zei Raymond. “We vinden uw zonnebloemen wel.” Toen we terug naar het commissariaat reden, zagen we in de voortuin van een huis, slechts twee straten van het huis van het slachtoffer verwijderd, een man omhoogkijken naar twee grote zonnebloemen. We zijn uitgestapt om eens te informeren. “Mooie zonnebloemen heeft u daar”, zei ik. “Die zijn vast veel waard. Tweeduizend per stuk zou me niets verbazen.” Toen al keek de man verbaasd. Alsof ons uniform niet genoeg was, toonden we onze penningen ook nog even. “Ze zijn precies net geplant”, merkte Raymond op; hij fluisterde het, zodat de ‘eigenaar’ het niet zou horen. We zijn terug in de auto gestapt, en terug gereden naar het huis van de eerste man. We hebben hem kort de situatie uitgelegd, waarna hij is meegekomen naar het huis van zijn buurtbewoner. Daar ontstond een heel getouwtrek over wie dat nu eigenlijk de eigenaar van de zonnebloemen was. Het eigenlijke slachtoffer kwam met bewijs: de foto. Toen was alles redelijk snel opgelost. “Maar het waren míjn zonnebloempitten”, verklaarde de tweede man. Tja...
‘Dominique wacht op me’. Dat was de laatste zin van mijn vorige column. Hij had een verrassing. “Voor mij?”, vroeg ik. Ik was echt verbaasd. Er schoten duizenden dingen door mijn hoofd; wát kon die verrassing zijn? Dominique zag mij denken en glimlachte; hij weet dat ik niet van verrassingen houd, toch niet als het heel lang dreigt te duren voor ik te weten kom wát die verrassing is. Hij bracht ons naar Brussel, naar een van de duurste restaurant van de stad. Direct wist ik waarom we daar waren: het was die dag vijf jaar geleden dat we elkaar voor het eerst hadden ontmoet. Ik stond er versteld van dat Dominique dat nog wist, aangezien ík er zo lang over moest denken. Enfin, we hebben een geweldige avond gehad, één die we nog vaak over zouden moeten doen. Dominique was het daar mee eens.
“Zéker. En santé.”
“Op ons.”
“Op ons.”
Toffe groeten,
Wilfried.
(©June, 11/08/06)
|