Parkeermeter Pasmans

Hallo iedereen,

Mijn benen en rug doen pijn. Véél pijn. Ik heb gisteren niet veel anders gedaan dan gestaan. Mijn collega’s waren natuurlijk nergens te bekennen... *diepe zucht* En ja, dan ben ik natuurlijk de pineut... *zucht* De dag begon zó goed...

Het was half negen. Ik zat nog maar amper achter mijn bureaustoel toen John mij bij zich riep. Hij vertelde mij dat ik examen zou mogen doen om bevorderd te worden tot Hoofdinspecteur – OGP. “Wauw Wilfried,” zei Raymond toen hij mijn gelukzalige glimlach zag, “opslag gekregen?” Ik schudde mijn hoofd. “Ik wordt Hoofdinspecteur,” zei ik, nog steeds breed glimlachend, “als ik het examen haal, tenminste.” Vervolgens werd ik door alle aanwezige agenten gefeliciteerd. Mijn hand doet nog pijn van de handdruk van ‘de Moustache’...

Om half elf kwam er een oproep binnen via John. “Mensen, er zijn hier een paar straten verderop een paar parkeermeters omvergereden en leeggeroofd. Ik wil dat één van jullie in de straat gaat pattrouilleren en alle auto’s gaat opschrijven die er gaan parkeren, en zorgen dat ze betalen.” “Opdat de stad geen inkomsten mist, dus,” zei ik zacht. “Juist Wilfried,” zei John. “Awel, omdat je er zo vrolijk over doet, mag jij er gaan staan. Vergeet niet om een paar pennen, een blok papier en veel lege bonnen mee te nemen. Je zult wel een keer afgelost worden.” Toen John weer in zijn kantoor was, begon Raymond te grinniken. “Parkeermeter Pasmans.” Ik kon er niet mee lachen. De rest van het team wél.

En daar stond ik dan. 
“Mevrouw, hoe lang wilt u hier staan?”
“Vijf euro alstublieft.”
“Danku.”
“Daag.”

Na vijf uur werd ik afgewisseld. “Eindelijk,” zei ik opgelucht. “En ik wil alles wat van mij is terug op mijn bureau zien morgen. Ik ga nu eerst bij John klagen over vandaag en vragen om een bonus. Nee. Ik ga ‘m eisen. Dit is geen normaal werk meer...” Ik wilde weglopen, maar draaide mij na een paar stappen terug naar mijn collega. “Succes ermee,” zei ik, “je zult het nodig hebben.” Dan ben ik recht naar het commissariaat gelopen, recht naar John zijn kantoor. “Je kan vijfhonderd krijgen,” zei hij, nog voordat ik iets kon zeggen, “meer niet. Minder wel, natuurlijk.” “Neenee, vijfhonderd is goed...,” stamelde ik. “Ik zal het regelen,” zei hij, waarna hij mij met een handgebaar liet weten dat ik weer kon vertrekken. “En ga maar naar huis nu.” “Danku Commissaris,” mompelde ik zacht. Langzaam liep ik naar de kleedkamer, terwijl ik alvast een paar knopen van mijn overhemd losmaakte. 

Vanochtend heb ik mij ziek gemeld. Ik had overal pijn; in mijn benen, in mijn rug... Ik kwam uit mijn bed en kon amper recht staan. “Kom, ga maar terug liggen,” zei Dominique toen hij zag dat ik zowat verging van de pijn. “Jij gaat vandaag niet werken. Ik zal het telefoonnummer van de wachtofficier wel opzoeken.”

Ik heb de hele dag op bed gelegen. Na een paar uur was ik eindelijk zover dat ik mijn bed uit kwam, en naar de douche gesukkeld ben. Het warme water heeft mij goed gedaan. Dominique is in zijn middagpauze naar huis gekomen om mij helemaal in te smeren met wat voltaren gel, om de spierpijn maar een beetje te kunnen tegengaan.

Dominique is thuis. Ik denk dat ik ‘m direct maar ga vertellen dat hij erop moet rekenen dat we morgen waarschijnlijk niet naar de salsa-les kunnen. Ik vermoed dat hij dat niet leuk gaat vinden... ... Nee, ik weet het zeker. Ik hoop dat hij hierom mijn nek niet omdraait... Enfin, jullie zullen volgende week wel merken of er een column verschijnt ja of nee...

Toffe groeten,

Wilfried.

(©June, 17/11/06)

Vorige Start Omhoog Volgende
* ©©©©© Alles op deze site is Copyright van de eigenaar en mag dus nergens anders geplaatst worden ©©©©©

*