Lift mét
Hallo iedereen,
Ik stond op van mijn stoel. ‘Allez, ik ga maar eens naar huis,’ zei ik tegen Raymond. ‘Dominique vond het al erg genoeg dat ik vandaag moest werken, hij wordt helemaal gek van de stress als we naar da...’ Ik keek de teamruimte rond, en zag dat mijn collega’s mij aanstaarden. ‘... als we weg moeten,’ vervolledigde ik mijn zin. ‘Hij denkt steeds dat we te laat komen...’ ‘Hoe laat moet je er zijn?’, vroeg Raymond, die duidelijk lang had nagedacht over de formulering van de vraag, om het woord ‘dansles’ maar niet te moeten laten vallen en het een beetje vaag te houden mocht een van de collega’s vragen gaan stellen. ‘Half acht,’ zei ik. Ik wenste mijn collega’s een goede avond toe en wilde weglopen, toen ik bijna tegen John aanliep. Hij hield mij tegen; hij had een stel papieren in zijn handen, en dat kon eigenlijk maar één ding betekenen: ‘Je dansles zal even moeten wachten, Pasmans,’ zei hij. Ik draaide mij om en keek kwaad naar Raymond, die zijn schouders ophaalde. Ik keek opnieuw de teamruimte rond; niemand leek het gehoord te hebben. ‘Jullie moeten nu een aantal krakers uit elkaar een gebouw gaan halen,’ ging John doodleuk verder. ‘Ga u maar rap omkleden, het gebouw gaat over een goed uur de lucht in.’
En daar stonden we dan, in ons volledige outfit, met een stormram op de deur bonkend. Het duurde een goede tien minuten voordat we ‘m open hadden. Het vinden en arresteren van de krakers ging vrij vlot, binnen een half uur was iedereen uit het gebouw. Toen we klaar waren keken we de wegrijdende combi’s tevreden na. Plots begon mijn maag te rommelen. Ik keek op mijn horloge. Zeven voor half acht. Ik vloekte. ‘Raymond, geef mij een lift mét, alsjeblieft,’ zei ik. ‘Ik moet over vijf minuten bij de dansles zijn, en het duurt minstens een kwartier om daar te komen.’ We sprongen in onze combi en reden weg. De sirene stond nogal luid afgesteld, maar ik hoorde ze allang niet meer. Ik moest en zou optijd op de dansles geraken, anders zou Dominique mij minstens een week niet meer aan willen kijken.
Ik verruilde mijn zware interventiekostuum voor mijn normale uniform, want ja, ik had er natuurlijk niet op gerekend dat ik van mijn werk direct naar dansles moest gaan zonder dat ik zelfs maar naar huis kon om wat passende kleren op te pikken, laat staan te eten. Om drie voor half ging mijn gsm af. ‘Het is Dominique,’ zei ik tegen Raymond. ‘Hij zal kwaad zijn...’ ‘Neem nu maar op,’ zei Raymond; mijn gsm was al minstens een keer of tien overgegaan. Ik zette het apparaatje aan mijn oor. ‘Dominique?’, vroeg ik voorzichtig. Ik hield mijn gsm een tijdje wat verder van mijn oor; Dominique praatte zo luid dat ik het nog kon horen. Hij was razend. ‘Dominique...,’ probeerde ik, ‘ik ben onderweg nu. Raymond brengt mij met de combi.’ ‘Dat hoor ik ja,’ zei Dominique, ‘die sirene herken ik nu onderhand wel.’
Even later stond Dominique voor mij. ‘Je hebt geluk dat je met mij bent,’ zei hij, ‘en dat de leraar er zelf nog niet is, anders had je een groot probleem gehad.’ Ik keek op mijn horloge. Het was precies half acht. We gaven elkaar een zoen. Vlak daarna verstarde zijn blik. ‘Waar zijn je kleren?’, vroeg hij. ‘Het was al tien voor half geweest toen we wegreden,’ zei ik zacht. Dominique zijn ogen groeiden van verbaasdheid. ‘Zeg dat het niet waar is...,’ zei hij zacht. ‘We hadden geen tijd meer om langs huis te gaan...,’ ging ik verder, nóg zachter dan een paar seconden eerder. ‘Dan moet je in je uniform...’ Hij zuchtte pijnlijk. ‘Oh nee... Neeneenee...’ Hij zuchtte opnieuw. ‘Allez, kom.’ ‘Merci Raymond, voor het brengen,’ zei ik nog, voordat Dominique mij aan mijn blouse mee naar binnen trok. Hij heeft onderweg naar de zaal mijn bouse nog even juist dichtgeknoopt, want dat was nogal misgegaan in de auto... Hij heeft mij na de dansles, meerbepaald onderweg naar huis niets tegen mij gezegd, en hij heeft me ook niet aangekeken. Ik kon zo vaak sorry zeggen als ik wou, maar het leek niet tot hem door te dringen.
Toen hij de voordeur had opengedraaid, draaide hij zich om. ‘Dat uniform hè,’ begon hij, ‘dat flik je me nooit meer.’ Ik schudde mijn hoofd. ‘Beloofd. Ik leg vanaf nu elke week mijn kleren in de auto, oké?’ Dominique knikte. Het bleef even stil. ‘Gaan we nog naar binnen?’, vroeg ik verbaasd. Dominique knikte opnieuw. ‘Ja,’ zei hij. ‘Je weet toch wat je nu te doen staat hè?’ Ik haalde mijn schouders op. ‘Waar doel je op?’, vroeg ik. Hij glimlachte. ‘Je mag het nu goed maken.’ Hij haalde zijn hand door mijn haar en drukte een kus op het puntje van mijn neus. Dan liep naar binnen. Ik liep hem achterna. Hij was het alweer vergeten..., gelukkig!
We hebben daarnet een discussie gehad over of we doorgaan met de lessen ja of nee. ‘We gaan alleen door als jij het ook wilt,’ zei hij. ‘Je weet dat ik weet dat jij daar eigenlijk al een antwoord op weet, maar ik zeg het toch maar.’ Ik knikte. ‘Ik zal er over nadenken.’ Hij stond op en liep naar de telefoon. ‘In dat geval zal ik de dansschool bellen dat we niet doorgaan.’ Hij had de telefoon al in zijn handen en wilde een nummer gaan draaien, toen hij zich omdraaide en mij verbaasd aankeek. ‘Wablief?’, vroeg hij. ‘Ik zal erover nadenken,’ zei ik opnieuw. Hij glimlachte en zette de telefoon terug in het station en ging terug zitten waar hij eerst zat, nu met een gelukszalige glimlach op zijn gezicht. ‘Denk maar rustig na,’ zei hij, ‘we hebben nog tijd om te beslissen.’
Ik heb hem beloofd vanavond te koken, dus dat ga ik ook maar doen. Tot volgende week maar weer!
Toffe groeten,
Wilfried.
(©June, 01/12/06)
|