Golfballen
Hallo iedereen,
Woensdag kregen we een bizarre ‘zaak’ toegeschoven: een vrouw had gebeld in verband met overlast. Golfballetjes-overlast. We vonden het allebei nogal vreemd, maar we waren ook best nieuwsgierig naar wat het nu eigenlijk inhield. Druk converserend over alle mogelijkheden kwamen we aan op de plaats van bestemming.
‘Ik doe nachtdiensten, weet u,’ begon de vrouw, ‘en ik had er juist één op zitten. Ik kom dan vaak rond een uur of zes thuis en ik ga dan direct mijn bed in. Maar de laatste tijd wordt ik halverwege de ochtend wakker gemaakt door een raar getik.’ Ze ging ons voor naar de eerste verdieping van haar huis, naar haar balkon. ‘Ziet u wat ik zie?’ ‘Een golfbaan,’ zei ik direct. ‘U zei aan de telefoon iets over golfballetjes,’ ging Raymond verder. De vrouw knikte. Afgelopen maand zijn ze bezig geweest met uitbreidingen, vorige week is dat open gegaan voor publiek. Sindsdien haal ik elke dag minstens vijftig golfballen uit de tuin.’ Ze wees naar beneden. Toen we keken, zagen we een hele hoop golfballen liggen. ‘Ik ben woensdag gestopt met ze op te rapen.’ Ze liep naar binnen. ‘Heeft u de krant gelezen vanochtend?’ Wij haalden onze schouders op. ‘Vluchtig,’ zeiden we in stereo. De vrouw kwam terug met een krant in haar handen; ze toonde ons de voorpagina. ‘De golfclub vraagt zich af waar alle golfballen zijn. Ze denken dat ze gestolen zijn.’ Wij haalden onze wenkbrauwen op. ‘We zullen er eens naartoe gaan,’ zei ik, ‘en ze vertellen dat de golfballen terecht zijn.’ ‘Graag,’ zei de vrouw, ‘en liefst voordat mijn hond naar buiten glipt en in zo’n bal stikt. Normaal slaapt hij buiten in zijn hok, maar ik moet hem nu binnenhouden.’ ‘We gaan er werk van maken,’ zei Raymond, waarna we naar de golfclub vertrokken.
Daar vertelde de manager zijn kant van het verhaal. ‘Sinds die nieuwe baan open is verdwijnen die balletjes als sneeuw voor de zon.’ Wij deelden hem mee dat er achter de golfbaan een woonwijk lag, en dat hij zijn golfballen kon gaan afhalen bij het huis dat direct achter de nieuwe baan ligt. Bij het zien van de manager zijn blik, moesten we allebei moeite doen om onze lach in te houden.
Dominique is helemaal euforisch over Laura. ‘Ze danst perfect. Ze voelt mij aan, ik voel haar aan, ‘t is gewoon perfect. De docent zegt dat ik véél bewegelijke ben dan eerst.’ ‘Awel merci,’ mompelde ik. ‘Wablief?’ Vroeg hij; hij had het echt niet gehoord. ‘Nikskenikske,’ zei ik, waarna ik mijn hoofd schudde. Ik heb voor mezelf besloten alles omtrent de salsales maar goed te vinden, en ervoor te zorgen dat ik niet tegen hem uitval. Want ik heb de afgelopen weken vaak op het punt gestaan. Laura is geweldig, Laura is perfect, ... En ik? ‘t Is al even geleden dat hij zoiets over mij heeft gezegd... ... En ik ben niet jaloers!
Toffe groeten,
Wilfried.
(©June, 12/01/07)
|