Victor
Hallo iedereen,
‘Menier, u moet mij helpen! Mijn hond is gedognapt!’ Onze zaak dinsdag, een dognapping. Mevrouw had even met haar buurvrouw staan praten over koetjes en kalfjes. Eenmaal terug binnen kon ze haar chihuahua niet meer vinden. De enige persoon die bij de deur geweest was, was de postbode. Die had de post op de mat gelegd. ‘Die heeft mijn Victor meegenomen!’ Raymond en ik vonden het uiterst vreemd dat een postbode een hond zou meenemen, aangezien honden en postbodes ook in het echte leven niet goed samengaan.
We besloten de Post te contacteren om te achterhalen wie er die dag in die wijk bezorgd had. Na een paar minuten wachten hadden we een naam: Peter Vandenbroek. We lieten hem naar het commissariaat komen voor verhoor. Hij was uiterst verbaasd toen hij doorhad dat hij werd beschuldigd van dognapping. ‘Wablief? Wie vertelt deze onzin?’ ‘Het slachtoffer zijn baas,’ zei Raymond; hij moest moeite doen om zijn lach in te houden. ‘Ik heb die hond niet eens gezien,’ vertelde Vandenbroek. ‘En al had ik ‘m gezien, ik had ‘m niet aangeraakt.’ Hij stroopte zijn linker mouw op. ‘Ik heb een nogal nare ervaring gehad met een hond.’ Wij knikten. We waren zo goed als zeker dat hij het niet was.
Maar wie was het dan? We besloten terug te gaan naar de plaats delict. ‘Ohh!’, zei de vrouw direct toen ze ons voor de deur aantrof, ‘Heeft u mijn Victor gevonden?’ Wij schudden ons hoofd. ‘Het spijt ons,’ zei ik. ‘Maar we zouden graag nog wat vragen stellen, en direct een kijkje nemen in uw huis.’ De vrouw knikte, ‘Kom vooral binnen.’ We bedankten vriendelijk voor een tas koffie, en doorzochten het huis eens.
We hadden heel het huis doorzocht, en waren terug in de woonkamer. We hadden stilletjes gehoopt dat de hond zich ergens verstopt had, maar we hadden ‘m niet kunnen vinden. We wilden juist weggaan toen Raymond en ik een zacht gepiep hoorden. We liepen op het geluid af en kwamen bij de servieskast uit. Toen ik een deur opende, sprong er een hond tegen mijn benen. ‘Ah, dag Victor!’ ‘Victóóór!’, klonk het achter mij. De hond rende in de armen van zijn baasje. ‘Victor! Ik maakte mijn zo’n zorgen! Gelukkig ben je terug!’
De vrouw vertelde dat ze pas een nieuw hoorapparaat had, en dat die waarschijnlijk niet goed afgesteld was. Ze wilde er al mee teruggaan naar de winkel, maar het kwam er maar niet van. Waarschijnlijk had de hond de hele tijd gepiept, maar had de vrouw het niet gehoord. Voor de hond ben ik blij dat de vrouw de politie erbij had gehaald. Anders had ‘ie daar waarschijnlijk nog wel even gezeten…
Maar goed, ik ben er weer van tussen. Tot de volgende!
Toffe groeten,
Wilfried.
(©June, 26/01/07)
|