Dominique
U heeft 12 oproepen gemist.
...
U heeft 13 oproepen gemist.
...
U heeft 14 nieuwe voicemailberichten.
...
‘Wilfried, alstublieft... Neem die telefoon alstublieft een keer op en luister naar wat ik te vertellen heb... Laura... Shit. Ik kan ‘t allemaal uitleggen, echt waar! Bel mij terug... Alstublieft...
...
Ik zie u graag...’
‘Ik u ook...,’ zeg ik tegen de stem die mij erop wijst dat er nog 13 nieuwe voicemailberichten op mij wachten.
Ik weet dat hij elke dag voor mijn deur staat, elke dag, vlak voordat ik naar mijn werk vertrek. Ik wil hem niet zien, maar aan de andere kant juist wel. Ik mis hem. En hij gaat niet uit mijn hoofd. Zelfs op mijn werk denk ik aan hem, inclusief de reden waarom ik aan hem denk en hem mis. Normaal zou ik onder de indruk zijn van een dubbele moord of een simpel verkeers ongeval, en zou ik willen dat de dader gevat wordt, maar nu kan ik mijn kop er gewoon niet bijhouden. Ik heb zelfs geen goesting om zo’n stuk krapuul zélf tegen een muur te kwakken en te arresteren, trots te kunnen zeggen “u hebt ‘t recht om te zwijgen”.
Ik heb zo vaak op het punt gestaan de Holiday Inn binnen te lopen en ‘m alles uit te laten leggen om ‘m vervolgens te vergeven. Maar ik kán het niet. ‘t Doet te veel pijn. ‘t Sloopt mij door de dag heen al, doordat ik de hele tijd aan hem denk. En ‘s nachts kan ik maar moeilijk slapen omdat ik zijn warme lijf niet tegen mij aan voel, zijn arm om mij heen.
De brief die ik vandeweek in de brievenbus vond heb ik al tig keer over gelezen. Hij zegt dat het niet was wat ik dacht, dat Laura problemen heeft, hij haar geholpen heeft en zij hem bedankte door een keer te trakteren op café. ‘t Klinkt zo simpel. Té simpel.
Ik zou willen dat ik het kon, willen dat ik het zomaar kon vergeten, alsof het niets is... ‘’t Is ook niets. Zij heeft inmiddels laten weten inderdaad verliefd op mij te zijn. Ik heb haar dan direct duidelijk gemaakt dat het níet wederzijds was. Dat in dat café..., je had langer moeten blijven kijken, dan had je gezien dat ik ben weggegaan. Ik weet niet of ik haar wil blijven zien voor de danslessen... Misschien stop ik er wel helemaal mee, ze zijn toch niet meer hetzelfde. ‘t Liefst had ik jou nog steeds als mijn danspartner gehad, want ondanks dat het – vooral volgens de leraar – niet lekker danst, hou ik van jouw houterigheid. Ik vermoed dat ik het na al die jaren gewoon geworden ben en het ben gaan appreciëren.’
Het deed pijn. De hele dag die vragen. ‘Waar is Dominique?’
‘Hebben jullie ruzie?’
‘Jullie gaan toch niet scheiden?’
Niet echt leuk op je verjaardagsfeest.
Nog een geluk dat er niet veel volk was...
‘Hij moest werken...’
Leugenaar.
En dan nog om hem te beschermen...
Ondanks alles sta ik dan toch weer voor dat hotel... Een stereotype beeld van iemand op een parking die zich niet gedraagt als de andere mensen op de parking. Tegen je auto leunend met je handen in je zakken en dankzij de koude wind met een blik alsof je moet niezen.
Ik draai mij om en open het portier van mijn auto. En vlak na dat moment en het moment dat ik bedenk dat ik toch niet naar binnen ga lopen omdat ik niet durf of omdat ik vind dat hij maar naar mij moet komen (waarom neem ik dan niet op als hij belt of doe ik de deur open als hij aanbelt?), hoor ik zijn stem achter mij.
‘Wilfried?’
Ik draai mij terug, in een reflex ren ik op hem af en omhels hem innig. ‘Ik wil u alles uitleggen...’ Met een zoen leg ik hem ‘t zwijgen op.
‘Laat maar.’
(©June, 24/02/07)
|