Pechweek: een week pech
Hallo iedereen,
Ook deze week heb ik Bruno als partner gehad en dus op de moto gereden. Tenminste, op de moto gereden…, na zondag niet meer. Maandag was de lak beschadigd, en Nauwelaerts vond niet dat we met beschadigde moto’s door de straten konden rijden. We kregen de opdracht maar in een combi rond te rijden. Bruno kon daar niet mee lachen: “Een paar stomme krasjes en we moeten al met ne combi!”
En met die krasjes was het nog niet afgelopen. De dinsdag begon goed. Bruno kwam fluitend naar het commissariaat. De moto’s zouden rond 9u00 worden afgezet aan de Belfortstraat. Om 9u04 kregen wij bericht van Carla: ze stonden buiten. Twee minuten laten stonden wij dat ook, al starend naar de lekke banden. Bruno kon zijn helm wel op de straatstenen stuksmijten, maar ik heb hem tegen gehouden. “Anders kunt ge nog een dag wachten, Bruno”, zei ik hem. Bruno kalmeerde. “Danku Wilfried, ge hebt mijn leven gered”, zei hij, waarna hij, op zijn eigen Bruno-is-de-lolbroek-manier, mij een zoen op mijn wang gaf.
Woensdag. Alles leek goed te gaan. Het was al over twaalven toen we het Sint Lucas uit wandelden na een uur in de alcohollucht gestaan te hebben. Een of andere man was met zijn dikke BMW tegen een boom gereden, op klaarlichte dag. Hij had een glaasje teveel op, meer dan één glaasje zelfs. En dat hebben we geroken. *zucht* Eenmaal buiten zuchtten Bruno en ik allebei zeer diep. “Eindelijk frisse lucht”, hoorde ik Bruno opgelucht zeggen. Hij snoof de lucht op. Ik rook ondertussen al wat anders: benzine. Een of ander iemand had onze tanks leeg laten lopen (dat gaat blijkbaar nogal simpel als je weet hoe de tank open te krijgen zonder sleutel). We konden dus de takelwagen bellen, aangezien de tank helemaal kaduuk was.
Donderdag zaten we alweer op de moto’s. We hadden er ondertussen weinig hoop in dat de twee ‘beestjes’ vandaag ongeschonden zouden blijven. In De Combi maakten we een plan om de dader te pakken. Eenmaal een goed plan, stapten we weer naar buiten. Ik keek verbaasd naar de lampen van de moto’s. “Tiens, ik dacht dat ik mijn lichten had uitgezet…”, zei ik, waarna de lichten uit zichzelf uitgingen. “Mijn accu!” riep Bruno, en probeerde tevergeefs zijn moto aan de praat te krijgen. Met wat hulp en een startkabel van een vriendelijke in een auto passerende passant, konden we onze moto’s toch weer starten.
Vandaag kwam Bruno met een lang gezicht de teamruimte in gewandeld. “Ik durf niet meer, Wilfried”, zei hij zacht. “Ik ben veel te bang dat vandaag of morgen mijn moto ineens vlam vat.” “Bruno, we vinden die vandalen wel”, zei ik. “Op een gegeven moment maakt hij een fout. Dan kunnen wij ‘m inrekenen en voila, zaak opgelost.” “Ik hoop dat het zo snel gaat als jij het vertelt, Pasmans”, zei Bruno. “Zullen we dan maar weer gaan rijden?” Vroeg ik. “John wil dat we gaan patrouilleren. Richting oosten en weer terug.” We gingen maar, we hadden toch niets beters te doen. We reden rustig over de Kasteellaan, het was rustig dus we wilden even een beetje genieten. Op een gegeven moment zagen we dat een auto een brommer aanreed, en ervandoor ging. Bruno en ik gingen er achteraan; voor de motorrijder werd al gezorgd. We hadden de auto al snel ingehaald, nog voor het einde van de straat (da’s altijd positief). We remden af, maar Bruno deed dat vanuit een toch wel vrij hoge snelheid. Tenminste, hij dacht dat ie remde. Hij kon niet remmen, en gaf dan maar geen gas meer, “da’s hetzelfde als remmen”, zei hij. “En die vandaal die aan mijn motor heef lopen knoeien, krijgt een fikse bon.” Maar de moto van Bruno minderde maar heel gestaag vaart. Ik was de automobilist aan het bekeuren, en net na het afscheuren van de bon hoorden we een iets over het asvalt glijden. Het was Bruno, met zijn moto…
Hij heeft niets ernstigs, enkel wat schrammen en een paar lichte kneuzingen. Hij moet de rest van de dag en morgen nog thuis in zijn bed liggen, maar het komt allemaal wel goed met hem. Zeker nadat hij hoorde dat de automobilist die we hadden opgepakt ook onze vandaal was. Of zoals deze meneer het zelf zei: “Ik heb aan jullie moto’s geprutst, ja. En weet je waarom? Omdat ik een hekel heb aan moto’s, en aan de flikken!” Meneer had een fikse boete en een voorwaardelijke straf gekregen.
Nou, dit was het verslag van de pechweek… Hopelijk is het volgende week weer wat beter. Britt, Merel, Raymond en Nick zijn er maandag weer, dus dan is alles misschien weer een beetje bij het oude.
Toffe groeten,
Wilfried
(©June, 29/07/05)
|