Musketiers aan de kust
Hoi,
‘Kijkkijkkijk!’ Lieselot wees en moest zich inhouden om niet enthousiast te beginnen gillen. ‘In ’t echt ziet die er dus nog béter uit hè.’ Ik leunde over de hekken om het beter te kunnen zien. ‘Is dat Dean? Tiens, klein manneke… Ik dacht dat die groter was.’ Een tel later voelde ik een zakte tik tegen mijn hoofd. ‘Auw!’, zei ik fel overdreven, terwijl ik over mijn hoofd wreef en Lieselot kwaad aankeek. ‘Ik zei toch niet dat hij niet knap is? Hij kan zingen, dat vind ik het belangrijkste.’ Ik kuchte een keer. ‘Ongelofelijk dat ik nog kan praten, amaai…’ Lien grinnikte. ‘Je weet wat een weekje met de musketiers met je kan doen hè. Weinig tot niet slapen, veel lachen, veel babbelen, en tja, na een paar dagen is je stem weg…’ ‘Mja…,’ was mijn antwoord, ‘Misschien morgen even wat keelpastilles halen.’ Hanne knikte. Ze probeerde zelfs niet om iets te zeggen, maar nam direct haar notitieblok en schreef wat op, waarna ze het aan ons toonde. ‘Al denk ik niet dat dat veel gaat helpen,’ las Lien voor. ‘Ik zou mij als ik u was rustig houden vanavond, misschien heb je morgen dan wat stem.’ Hanne knikte. Vervolgens was ze diezelfde avond degene die het hardst meezong en aan ’t gillen was.
’t Was tof, ons weekje aan de kust. We hebben zoals voorspeld veel in de zon gelegen - ’t was dan ook redelijk goed weer, maar we zijn ook met de kusttram de hele kust afgegaan, met als bestemming Oostende. Daar hebben we geshopt, nog meer op het strand gelegen én werkelijk verrukkelijk ijs gegeten. Na het eten liepen we voorbij het Casino, toen Lien ineens een briljant idee kreeg: ‘Zullen we naar Kuifje gaan zien?’ Eerst hadden we haar verbaasd aangekeken, maar een paar tellen later hadden we allemaal onze schouders opgehaald. ‘Tof,’ zei ik, waarna ik iedereen meetrok naar de ingang. ‘Eens horen of er nog tickets zijn.’ Uiteindelijk zijn we naar de musical gaan kijken. We zaten midden in de zaal, en we konden alles perfect horen en zien. We hebben op de terugweg de hele tijd de liedjes zitten neuriën, en met stip op één stond toen ‘Kuifje en Bobbie’. Tja…
We zijn ook richting de Panne gegaan. ‘We zullen Plopsaland maar overslaan zeker?’, vroeg Hanne, waarop we allemaal geknikt hadden. We zijn toen op het strand gaan zitten. Alleen zitten, want het was echt te koud om in bikini te liggen zonnen. Op een gegeven moment kreeg ik een idee; ‘We kunnen misschien de grens over lopen en een Dame Blanche gaan eten?’ Opnieuw knikte iedereen. ‘Dat vind ik nu eens een goed idee, se!’, zei Lien, die direct opstond. ‘De calorieën lopen we er dan wel weer af.’ En dus zijn we over het strand de grens over gelopen, een (duur!) ijsje gegeten en weer terug. Veel viel er toch niet te beleven in Bray-Dunes…, wat dat is ook zo’n beetje ’t enige dat ze daar hebben, duinen…
Eniewee, we zijn dus weer terug. Een stuk armer, maar we hebben wel een hele toffe week gehad. Heb daarnet mijn koffer leeggegooid boven de wasmand, en nu ga ik eerst Djembé kroelen; hij heeft me gemist zegt mama. En daarna moet ‘ie naar buiten. Dus tot volgende week!
Groetjes,
Dorien.
(©June, 03/08/07)
|