Delhaize
Hoi,
‘Pff…’ Ik gooide de krant samen met mijn pen op tafel. ‘Stomme sudoku…’ Simon grinnikte. Hij had die middag al minstens vijf sudokus opgelost, en ik zat nog altijd aan mijn eerste. ‘Ik geef het op.’ Simon grijnsde. ‘Dat is dan tien euro alstublieft.’ Ik nam mijn portemonnee en gaf hem met een chagrijnig gezicht een briefje van tien. ‘Ik speel nooit meer met u een wedstrijdje sudoku,’ zei ik, terwijl ik naar hem wees. ‘Ik ben er al veel te veel geld door verloren.’
Verbaasd keek ik naar het journaal. ‘Ik geloof dat we juist op tijd zijn teruggekomen van de kust…’ Het ging over het noodweer, dat er zoveel regen was gevallen. ‘Mja,’ zei Johan, ‘maar vergeet niet dat we in België wonen hè. Het weer kan binnen een paar minuten vollédig omslaan.’ Hij had het nog maar amper gezegd, of de lucht betrok. Een kwartier later begon het te regenen.
Mama had toen diep gezucht en Johan kwaad aangekeken. ‘Wil je zoiets nooit meer zeggen?’, zei ze, waarop wij grinnikten. En toen kwam Simon met een plan; ‘Zullen we een spelletje doen?’ Ik schudde mijn hoofd. ‘Nee Simon, geen sudoku.’ Hij haalde zijn schouders op. ‘Iets anders dan? Risk, of Scrabble desnoods.’
Een kwartier later hadden we al onze spellen naar beneden verhuisd, en zijn we beginnen overleggen wat we nu eigenlijk wilde doen. En iedereen wilde iets anders spelen natuurlijk. ‘Zullen we dan beginnen met dit spel?’ Johan hield de doos van Risk omhoog. ‘Dan zien we daarna wel.’ Uiteindelijk hebben we het de rest van de dag zitten spelen.
Tijdens het eten tussen twee potjes door kwam mijn moeder met een geniaal idee; ‘Is het niet iets als je een baantje gaat zoeken?’ Ik heb me kunnen beheersen, maar had al het eten dat ik op dat moment aan het kauwen was, over de tafel gelegen. ‘Waarom?’, vroeg ik met volle mond. Mama keek naar Johan; ze durfde ’t waarschijnlijk niet goed alleen aan. Johan zag dat en nam het woord; ‘Je moeder wil gewoon dat je al wat werkervaring opdoet, en ze dacht dat je het extra geld wat je dan hebt, ook niet onaardig zou vinden.’ Ik keek naar Simon. ‘En hij?’ ‘Ik mag volgende week beginnen bij de Kruidvat,’ was zijn antwoord. Ik zuchtte. ‘Ik kan me niet voorstellen dat er nu nog ergens werk te vinden is.’ Mama boog naar de kast, nam daar de krant vanaf en gaf die aan mij. ‘Ze zoeken onder andere nog iemand bij Delhaize aan de Watersportbaan.’ Ik zuchtte. ‘Maar allez, een supermarkt…’ Ze legde haar hand op de mijne. ‘Denk er op z’n minst over na.’ Ik zuchtte en knikte. ‘Oké.’
Ze heeft afgelopen week nogal lopen pushen, dat ik zou reageren op de advertentie. Ik heb gisteren dan maar even gebeld, ik kan maandag op gesprek komen. Om half negen ochtends. Eens zien of ik dat overleef…
Groetjes,
Dorien.
(©June, 10/08/07)
|