Smeltend ijs

Hoi,

‘Ahh, dag Dorien!’
‘Meneer Nieuwenhuys, wat fijn om u nog eens te zien…’
‘Dus jij vult hier nu de vakken?’
‘Ja.’
‘Tof hoor. Verdient dat ook nog wat.’
‘Toch wel iets.’
‘Allez, ik ga eens door, anders smelt mijn ijs. Daag.’
‘Daag meneer Nieuwenhuys.’
‘Ahhhh, dag De Bondt? Fijn aan het werken?’
‘Jawel, mevrouw De Smet.’
‘Dus jij vult hier nu de vakken?’
‘Ja.’
‘Leuk hoor. Verdient zeker wel aardig?’
‘Toch wel, ja.’
‘Allez, ik ga eens door, anders smelt mijn ijs. Daag.’
‘Daag mevrouw De Smet.’

Bijna heel De Wingerd doet zijn boodschappen in de Delhaize. ’t Begint op te vallen. Door de weeks komen er verdacht veel jongeren, en dan vooral om de net gevulde schappen met snoep te plunderen. ’s Avonds en in het weekend komen dan weer de leraren, én, ik heb zelfs de directeur al een paar keer zien passeren, samen met zijn vrouw. 

Het enige leuke van in een supermarkt werken is dat het goed verdient, én dat de volwassen altijd tegen elkaar lopen te kibbelen bij de groentes, het vlees en de alcohol. Soms gaat het werkelijk nergens over; over sokken van de Hema bijvoorbeeld – ‘Nee, die blauwe waren leuker,’ met als antwoord dat de rode veel toffer waren én bovendien twee centen goedkoper – en daar zijn de groentes het slachtoffer van. Men koopt namelijk gemiddeld een ons minder groentes tijdens gekibbel, dan tijdens een goed humeur.

‘Dag meneer Luyten. Ik vul hier inderdaad de vakken, en dat verdient best aardig. Ga maar vlug door, anders smelt uw ijs. Daag meneer Luyten.’

Zúcht.

Groetjes,

Dorien.

(©June, 24/08/07)

Vorige Start Omhoog Volgende
* ©©©©© Alles op deze site is Copyright van de eigenaar en mag dus nergens anders geplaatst worden ©©©©©

*