Wonderwater
Hoi,
Donderdagochtend zeventien over elf, Frans, mevrouw Lathouwers. Ik zuchtte diep en wreef nog eens over mijn bovenarmen. ‘Ik voel mij nu nog meer een diepvrieskip, Simon.’ Ik had ’t koud. IJskoud. Simon had mij zijn trui al gegeven, maar nog rilde ik over mijn hele lijf. Ik sliep de laatste dagen ook heel moeilijk en mijn eetlust was ook ver te zoeken. Er kwam een hand op mijn voorhoofd. ‘Je wordt toch niet ziek, hè?’, hoorde ik Simon bezorgd vragen. Ik schudde mijn hoofd en glimlachte flauwtjes naar hem. ‘Nee nee, ’t zal wel over gaan.’
Ja niet dus.
Twee minuten later hing ik boven een wc, in de hoop dat ik alle ellende eruit zou kunnen kotsen. Ik stond daar een goede tien minuten toen ik de stem van Lien hoorde. ‘Dorien?’
‘Hm…?’
‘Ça va?’
Ik deed de deur open van het hokje waar ik me in had opgesloten en keek haar strak aan. ‘Nee.’ Ik liep naar de kraan en liet wat koud water over mijn polsen stromen. ‘Ik voel me hondsberoerd.’ Opnieuw voelde ik een hand op mijn voorhoofd. ‘Je gloeit helemaal.’ Ik knikte. ‘En toch heb ik ’t ijskoud.’ Lien zuchtte. ‘’t Is vast gewoon een griepje, hm? Een paar dagen in bed met kippensoep en je bent weer beter.’ Ik knikte. ‘Waarschijnlijk. Maar ik heb geen zin om zoveel te missen.’
‘Kom anders even mee naar buiten, hm? Even wat frisse lucht.’
Ik knikte. ‘Oké.’
Eenmaal buiten stond ik direct weer met mijn armen over elkaar. ‘Nu heb ik ’t nog kouder.’ Ik liep terug naar binnen en ging bij de verwarming zitten. ‘Zal ik wat water halen?’, vroeg Lien na een tijdje. Ik haalde mijn schouders op. ‘Bwa, ik ben nu toch al ziek, dus dan kan dat water er ook nog wel bij.’
Een half uur later zat ik weer te geinen met m’n vriendinnen, alsof er niks gebeurd was. Ik voelde me ineens weer kiplekker. ‘Misschien dat het water van hier genezend werkt als je ziek bent,’ grapte Lien nog. Ik knikte. ‘’t Zal wel zeker?’ Hanne grinnikte. ‘Het lijkt wel wiskunde.’ Wij hadden haar verbaasd aangekeken. ‘Min en min is plus,’ zei ze met een knipoog. ‘Nuja, zolang ik geen lessen moet missen vind ik het al lang best,’ zei ik, ‘want daar heb ik een hekel aan. Zeker in de eerste week.’
Mama heeft mij aangeraden om dit weekend toch wat ‘uit te zieken’, zodat ik maandag echt weer honderd procent ben. Ze staat nu naast mij met een kom kippensoep en een dekentje, en ik denk niet dat ik kan weigeren… Dus tot volgende week maar weer!
Groetjes,
Dorien.
(©June, 07/09/07)
|