Kippensoep
Hoi,
‘Juffrouw, er is in de hele winkel geen kippensoep meer te bekennen.’
‘Misschien dat het is uitverkocht? Volgens mij was het in de reclame.’
‘Kunt u misschien even ergens gaan informeren of er misschien nog érgens iets staat?’
Ik knikte. ‘Tuurlijk.’ Ik liep het magazijn binnen, maar van zodra ik me terugdraaide zag ik dat de deur weg was.
En daarna zat ik recht overeind in bed. Ja lap, dat was al minstens de zoveelste keer dat weekend dat ik zo’n nachtmerrie had. Ik droomde continu over kippensoep, en ik ging me hoe langer hoe slechter voelen. Mijn moeder bleef stug volhouden dat het een griepje betrof en dat het wel weer over zou gaan, en het maakte niet uit hoe lang of hoe hard ik schreeuwde dat ’t niet zo was, ze weigerde een dokter te bellen.
En ondertussen raakte ik steeds verder achterop met mijn schoolwerk. Gelukkig was Simon er, die mij een beetje uitleg gaf als ik iets niet snapte. Als hij dan op school zat, maakte ik tussendoor wat huiswerk. En op de momenten dat ik mij wat beter voelde, kwam mama aanzetten met een kop kippensoep. Van zodra ik doorhad dat de kippensoep steeds vooraf ging aan een sprint naar de wc, ben ik de soep gaan weigeren. Toen ze dat niet snapte, ben ik naar beneden gespurt en heb ik alle resterende kippensoep door de wc gespoeld. ‘Ik hoop dat je er zelf niets van gegeten hebt, want anders denk ik dat je heel ziek gaat worden,’ zei ik toen ik haar de lege pan in haar handen duwde. ‘Uhm...’ Haar gezicht verbleekte, waarna ze doorliep naar de living. Ik hoorde haar zeggen dat de soep niet eetbaar was. ‘Dat had je me niet hoeven zeggen, hoor,’ zei Simon, die twee bekers in de wc leeggoot. Einde probleem. Dinsdag zat ik weer terug op school.
Vanmorgen, veel te vroeg ’s ochtends. Ik herkende het zachte kraakje van mijn slaapkamerdeur die openging. ‘Mama, laat mij slapen… ’t Is nog geen zeven uur...’ Maar al snel merkte ik dat het niet mama was die mijn kamer in was komen lopen. Ik voelde een natte, ruwe tong over mijn voetzolen gaan. Direct schoot ik overeind; ik was klaarwakker. ‘Djembé!’, riep ik luid, ‘Buiten!’ Blijkbaar schrok hij hiervan, want hij dook direct weg onder mijn bed. Ik zuchtte. ‘Djembé, kom onder mijn bed vandaan…’ Toen er geen reactie kwam, gooide ik de dekens van mij af en ging op mijn buik op het voeteneind liggen om onder het bed te kijken. Direct zag ik twee onschuldige ogen mij aankijken. ‘Ik snap niet dat je daar nog onder past…’ Hij kroop iets dichter naar mij toe. ‘Kom, dan maken we na school een grote wandeling.’ Da’s dé truc natuurlijk.
En belofte maakt schuld. Djembé zit al de hele namiddag bij mijn deur, af en toe zachtjes jankend… Ik moet nu echt gaan. Tot volgende week.
Groetjes,
Dorien.
(©June, 14/09/07)
|