Pannenkoeken

Hey,

‘De Bondt, goed dat je zo snel kon komen.’ Ik was nog maar amper in de winkel toen ik de dankbare blik van de manager op me af zag komen. ‘Het is vollédig crisis hier, al sinds vanmiddag eigenlijk.’ 
‘Vertel liever even wat er aan de hand is, ik heb niet veel meegekregen van je verhaal toen je belde.’
‘Wel, de actie die we op dit moment hebben is ineens een ongelofelijk succes geworden, en ’t is verschrikkelijk druk…’ Ik liet mijn blik over de kassa’s gaan. ‘Maar alle kassa’s zijn volzet…? Wat is het probleem dan precies?’
‘Wel euhm, een halfuur geleden is er in gang vier iemand gestruikeld over een losliggende tegel…’
‘Ik ben niet zo goed met tegels…’
‘… en nu ligt een heel rek met pannenkoekenmix over de vloer.’
‘… en ook niet met pannenkoekenmix. Wat wil je nu eigenlijk?’
‘We hebben iemand nodig die de boel opkuist.’
Plots stond ik stil. Zo plots, dat er bijna iemand tegen mij aanliep. ‘Zég…!’, siste ik, ‘Ik ben uw kuisvrouw niet!’ Hij zuchtte. ‘Dat weet ik, maar we hebben even niemand anders…’ Ik zuchtte. ‘Oké, geef me één werknemer, een bak met eieren, een aantal litertjes melk, boter, wat vanillesuiker, een paar pannen en een gasfornuis. En vergeet de poedersuiker, stroop en servetten niet.’ Ik grijnsde. ‘Op de kosten van de zaak uiteraard.’

Binnen een uur stond ik samen met een collega in de hoogste versnelling pannenkoeken te bakken, en ondertussen ook te verkopen. ‘Wilt u een pannenkoek, mevrouw? Het is gratis!’
‘Ohh, heerlijk kind…! Zelf gemaakt?’ Ik knikte dan uitbundig. ‘Zeker!’
Na een tijdje stroomden ineens de mensen binnen. Blijkbaar was de tamtam al rond geweest. Na bijna vier uur bakken was alle mix weg. De manager was de hele dag druk geweest met allerlei zaken, en hij was verbaasd toen ik kwam vertellen dat alle spullen weer terug konden naar de rechtmatige eigenaar. ‘Zélfs uw gang is geveegd.’ Voor ik wegging, vroeg ik ‘m nog even naar een eventuele I-just-saved-the-manager-his-ass-bonus. Ik kon opflikkeren. 

‘En? Hoe was het op het werk?’
Ik plofte op de bank. ‘Stressy. Ik zal ’t straks vertellen. Wat eten we?’
‘Je lievelingseten.’
‘Hete kip?’
‘Pannenkoeken.’
Ik zuchtte. ‘Jám… Lekkér…’ 
Zelfs nadat ik vertelde wat er op het werk was gebeurd, snapte ze niet dat ik geen hap naar binnen kreeg. Zúcht.

Groetjes,

Dorien.

(©June, 12/10/07)

Vorige Start Omhoog Volgende
* ©©©©© Alles op deze site is Copyright van de eigenaar en mag dus nergens anders geplaatst worden ©©©©©

*