 |
- ‘Het spijt me’: menen doet ze
het toch niet, aangezien ze toch schandalig aan het verliezen was. Ze
kan niet pokeren. Het is dat we een doos met fiches hebben en niet voor
echt geld spelen, anders was ze elke keer blut geweest.
|
 |
- ‘We zullen later verder spelen’:
op de zeldzame momenten dat ik géén huiswerk van haar moet maken; in
de huidige situatie wil dat zeggen dat het nog wel een tijdje kan duren
voordat we ook daadwerkelijk weer verder spelen. Voor zover dat ze ’t
meent, dus.
|
 |
- ‘Ik moet weg’: hoeft ze niet te
zeggen, want dat wist ik al toen ze begon te hummen.
|
 |
- ‘Ik weet niet hoe laat ik thuis
ben’: dát had ik ook al begrepen. Ik heb haar namelijk al aan haar
verstand kunnen brengen dat ze best geen beloftes maakte over het
tijdstip waarop ze thuis zou zijn.
|
 |
- ‘Het zal laat worden’: wat is
laat? Voor mij is dat rond etenstijd, voor haar na middernacht of pas de
volgende dag rond etenstijd.
|
 |
- ‘Zeg tegen Johan dat ik ‘m nog
bel’: lekker belangrijk.
|
 |
- ‘Eet iets fatsoenlijks straks’:
de boterhammen met jam komen inderdaad mijn neus uit. Dan maar frietjes.
|
 |
- ‘Slaapwel voor straks’: nee,
precies alsof dat gaat lukken als ik me de ergste en bloederigste
rampscenario’s in mijn hoofd haal.
|
 |
- ‘Niet te veel cola, anders kan je
niet slapen’: zoals ik al zei, slapen doe ik toch niet.
|
 |
- ‘Niet opendoen voor vreemden’:
hoe weet ik of het een vreemde is? Dan moet ik eerst uit het raam gaan
hangen en misschien houdt die verkrachtende inbreker daar wel rekening
mee.
|
 |
- ‘Bel als er iets is’: als die
verkrachtende inbreker mij vermoord heeft zal ik dat zeker even doen.
|
 |
- ‘Ik hou van je’: jaja, niet te
klef…
|