Vijf minuten
Hey,
Zaterdagochtend, veertien over negen. Simon had croissantjes gemaakt, met ham en kaas. Hoewel ik totaal geen honger had, at ik ze uit beleefdheid toch maar op. Verder was ik er ook niet helemaal bij; mama was immers altijd niet terug thuis gekomen. Johan had nagenoeg de hele nacht aan de telefoon gehangen met de politie, maar hij heeft niet meer gehoord dan dat ze niets voor hem konden betekenen. Hij kon het beste gewoon afwachten. En zo geschiedde… Ik heb nog een beetje kunnen slapen, maar Johan had zijn bed zelfs niet gezien. Hij heeft zich eraan gehouden toen hij rond een uur of één tegen mij mompelde dat ik best kon gaan slapen, dat hij wel zou opblijven, dat ‘ie toch niet kon slapen, en nog van die dingen.
Vijftien over negen. Telefoon. Johan was net even naar de badkamer om zich op te frissen, dus nam ik maar op. Het was de politie. Ze hadden mama een uur eerder van de trap van het stadhuis geplukt; nog altijd wat wankel van de alcohol, verder enigszins onderkoeld, moe en uitgehongerd. Ze hebben haar een deken, een kop koffie en een broodje kaas gegeven, en haar vervolgens eens gevraagd wat ze daar deed. Ze kon geen woord uitbrengen.
Om zestien over negen meldde de agent aan de andere kant van de lijn dat ze naar huis zou worden gebracht door een collega. Ik had amper opgehangen, toen om achttien over negen de deurbel ging. Johan was inmiddels al naar beneden gestormd om te vragen wie er aan de telefoon was, en was in geen tijd bij de deur.
‘Ow, Wilfried…’
‘Ik heb Britt mee.’ Johan’s blik ging direct naar Wilfried’s auto; mama stapte net uit en nog voor doorhad wat er gebeurde, had Johan haar al omhelst.
Ik ging in de deuropening staan. ‘Danku Wilfried, dat je haar hebt thuisgebracht. We waren flink ongerust…’
‘Het is niks…’
Ik zuchtte. ‘Heel het commissariaat weet ervan zeker?’ Wilfried haalde zijn schouders op. ‘Dat valt wel mee, geloof ik. Ik heb mijn team alleszins laten beloven dat ze hun mond houden. Maar goed, je weet hoe mensen zijn.’ Ik knikte. ‘Morgen staat het dus in de krant.’ Wilfried haalde lachend zijn schouders op. ‘Hooguit het infobulletin van de politie.’
‘Is dat regionaal?’
‘Lokaal.’
Ik zuchtte opgelucht. ‘Nouja, nogmaals bedankt.’ Wilfried glimlachte en ging weg.
Voor het moment zit mama als een zombie voor de tv, dat is nog niet veranderd. Er komt helemaal niks meer binnen. Geen geluid, geen eten of drinken, niets… We weten niet goed wat we ermee aanmoeten… Pfff…, nouja, we zien wel…
Groetjes,
Dorien.
(©June, 01/02/08)
|