Adios!
Hey,
Mensenmensen, wat een week. Mama en Johan kwamen op het geniale idee om op vakantie te gaan. Last-minute geboekt en hup, twee seconden later waren ze op weg naar Zaventem. ‘Johan heeft een reisje geboekt naar Valencia. Daar gaan we even een weekje in de zon liggen en leuke dingen doen. Jullie redden het wel hè? Er ligt genoeg geld in de la, en mocht het toch niet genoeg zijn, dan vraag je aan de buurvrouw maar wat geld, zeg dat we het wel terug zullen betalen. Allez, dag hè! En braaf zijn!’ Nog een natte zoen op onze neus en ze waren vertrokken.
‘Nou, lekker is dat,’ was het eerste wat Simon zei.
‘Wat eten we vanavond?’, was het eerste waar ik op kon komen. ‘Is er nog wel genoeg te eten?’
‘Weetje, we zullen spaghetti maken. Dat is er nog wel, denk ik.’
Ik zuchtte. ‘Oké…’
Een uur later waren we druk bezig om vrienden uit te nodigen voor een feestje bij ons thuis.
‘Dan hebben we weer eens wat lol zonder dat er gezaag komt…’
‘Tenzij de buren komen klagen, natuurlijk.’
‘Nodig je vriendinnen nu maar uit, dan zullen we zo wel even boodschappen gaan doen.’
Voorwaarde om binnen te komen was wel dat iedereen een fles drinken zou meenemen. Wij zouden dan wel voor hapjes zorgen. ‘Dat scheelt in ieder geval al het geleur met flessen cola en fanta enzo…
‘Paprika of pickles?’ Simon hield twee zakken chips omhoog. ‘Paprika én pickles…,’ zei ik na even nagedacht te hebben. ‘En pak ook nog een zak bolognese, je weet hoe hard de musketiers kunnen eten hè…’
En: ‘Kijk, kijk, deze kan je ook in de pan doen...’
‘Oké dan…’
‘Desnoods frituren we in een gewone pan…’
‘We kunnen ook gewoon die frituurpan vragen aan de buurvrouw.’
‘Dat kan ook ja…’
‘En pak ook van die frikandellen enzo…’ Ik wees naar het vriesvak verderop.
‘Als we toch bezig zijn…,’ zuchtte Simon, waarna hij een pak frikandellen en bitterballen in het karretje legde.
‘En kunnen we ook ijs meenemen? Jawel hè?’ Ik stuiterde alvast naar het vak met het ijs.
‘We moeten het ook nog naar huis krijgen, hè…’
‘Waarom denk je dat ik jou heb meegenomen?’
Het duurde een half uur voordat we weer thuis waren én om de boodschappen uit te laden bij de vriezer. Die overigens al hele maal vol zat met restjes eten, brood, beleg en stukken vlees.
‘Wat is dit?’
Ik trok het bakje uit zijn handen. ‘Dat staat erop. Groene kool. Vijf-vijf-nul-vijf. Die kan wel weg.’
‘Hebben wij restjes in de diepvries van drie jaar oud?’
‘Blijkbaar. En er zitten dus ook nog voordelen aan het feestje: ons mam zal nu voorlopig niet meer zeuren over dat ze geen bakjes heeft om restjes in te doen én de diepvries is opgeruimd.’
Drie uur later waren alle hapjes op en Simon z’n vrienden waren dan maar naar huis vertrokken. De Musketiers zijn nog gebleven om een bak straciatella-ijs leeg te lepelen onder het genot van een film. ‘Oeeww, die Hugh Grant is zó’n hunk!’, kirde Hanne de hele tijd. ‘Om te kwijlen gewoon!’ En dat dan twintig keer per minuut. ‘Ik kijk nooit meer een Hugh Grant-film met jou!’, grapte Lien. En dat resulteerde in een viervoudige lachbui van ongeveer twintig minuten. ‘Ohh, wat jammer nu…,’ zei Hanne aan het einde van die lachbui. ‘Nu moeten we een stuk terugspoelen… Nog langer Hugh Grant op tv…’ Lachbui nummer twee was een feit.
Gelukkig zijn de Musketiers aan het eind van het feest niet te beroerd geweest om te helpen met opruimen. ’t Was eigenlijk nog gezellig. Stereo op vol volume en schoonmaken maar!
En nu ben ik moe, haha! :P Tot volgende week maar weer!
Dorien.
(©June, 06/06/08)
|