Vakantieplannen

Hey!

‘Zegzegzeg, wat doen wij deze vakantie?’
‘Was dat appartementje nog vrij?’
‘Nee. Maar mijn nokel, die heeft een huisje in de Ardennen, en hij zegt dat we voor een zacht prijsje daar best in mogen, zo lang als we willen.’
‘Maar hoe komen we daar? Is er een treinstation in de buurt?’
‘Da’s een goeie…’
‘Maar dat valt wel te regelen. We kunnen het eerste stuk met de trein gaan, en er zullen ook wel bussen en taxi’s rijden.’
‘Oké. Maar er is nog een probleem.’
‘Welk?’
‘Wie spreekt er Frans?’
‘Ik nauwelijks,’ klonk het in viervoud. 
‘Kennen we iemand anders met een huisje? Aan de kust bijvoorbeeld? Want dat low-cost-idee zie ik wel zitten.’
‘Des te meer kunnen we aan lekker eten besteden, bedoel je?’
‘Zoiets ja.’
‘Een neef van mij heeft een vriend en die z’n vriendin d’r ouders hebben een huisje in Westende.’
‘Hoe weet je dat?’
‘Het zijn mijn buren.’
‘Kan je niet eens aan hen vragen? Wanneer zij daar niet zijn bijvoorbeeld? En of dat ze ’t verhuren?’
‘Ik zou dat eens kunnen vragen.’
‘Oké. En verder? Gaan we ook nog naar festivals gaan ofzo?’
‘Stan Van Samang treed eind juli op in Antwerpen.’
*stuiter* *stuiter* *stuiter* *stuiter*
‘Gaan we daar naartoe gaan?’
‘Tuurlijk gaan we daar naartoe. Hoelaat begint het?’
‘Laat.’
‘Dan blijven we wel slapen in Antwerpen. Er is vast wel een jeugdherberg ofzo.’
‘Geregeld.’ 
‘En shoppen? Gaan we dat ook nog doen?’
‘Kunnen we niet een paar dagen naar Amsterdam gaan ofzo? Daar kun je vast wel…’
‘Weet je hoe dúúr dat is? Dan moeten we dus een treinticket kopen van Antwerpen naar Amsterdam en terug. Zoveel geld heb ik niet zomaar hoor… Zeker niet als we dan ook nog gaan shoppen…’
‘Kunnen we het niet gewoon wat dichter bij huis zoeken? Brussel of Antwerpen ofzo?’
‘Zou kunnen…’
‘We kunnen ook gaan shoppen in Brussel én Antwerpen. Doen we Gent er ook nog bij en dan zal het wel goed zijn.’
‘In Parijs kan je ook goed shoppen zegt mijn ma.’
‘Jaa, even naar Parijs en terug… Kost ook niks…’

Ik maakte vlug gebruik van de nadenkstilte die volgde. ‘Maar om terug te komen op mijn eerste vraag…’
‘Wat was die ook weer? Help me even…’
‘Wat jullie willen drinken. En ons ma heeft appeltaart gebakken.’
*stuiter* *stuiter* *stuiter* 
‘Zoals normaal en een grote punt,’ klonk het in drievoud.

Terwijl ik de taart sneed en de cola inschonk, ging het gekakel gewoon voort. Hanne had op internet inmiddels een redelijk te betalen appartementje gevonden in De Panne. ‘Jaa leuk, naar Plopsaland!’, gierde Lien meteen. De appeltaart wist de lachbui direct te stoppen.

Dorien.

(©June, 20/06/08)
Vakantieplannen

Hey!

‘Zegzegzeg, wat doen wij deze vakantie?’
‘Was dat appartementje nog vrij?’
‘Nee. Maar mijn nokel, die heeft een huisje in de Ardennen, en hij zegt dat we voor een zacht prijsje daar best in mogen, zo lang als we willen.’
‘Maar hoe komen we daar? Is er een treinstation in de buurt?’
‘Da’s een goeie…’
‘Maar dat valt wel te regelen. We kunnen het eerste stuk met de trein gaan, en er zullen ook wel bussen en taxi’s rijden.’
‘Oké. Maar er is nog een probleem.’
‘Welk?’
‘Wie spreekt er Frans?’
‘Ik nauwelijks,’ klonk het in viervoud. 
‘Kennen we iemand anders met een huisje? Aan de kust bijvoorbeeld? Want dat low-cost-idee zie ik wel zitten.’
‘Des te meer kunnen we aan lekker eten besteden, bedoel je?’
‘Zoiets ja.’
‘Een neef van mij heeft een vriend en die z’n vriendin d’r ouders hebben een huisje in Westende.’
‘Hoe weet je dat?’
‘Het zijn mijn buren.’
‘Kan je niet eens aan hen vragen? Wanneer zij daar niet zijn bijvoorbeeld? En of dat ze ’t verhuren?’
‘Ik zou dat eens kunnen vragen.’
‘Oké. En verder? Gaan we ook nog naar festivals gaan ofzo?’
‘Stan Van Samang treed eind juli op in Antwerpen.’
*stuiter* *stuiter* *stuiter* *stuiter*
‘Gaan we daar naartoe gaan?’
‘Tuurlijk gaan we daar naartoe. Hoelaat begint het?’
‘Laat.’
‘Dan blijven we wel slapen in Antwerpen. Er is vast wel een jeugdherberg ofzo.’
‘Geregeld.’ 
‘En shoppen? Gaan we dat ook nog doen?’
‘Kunnen we niet een paar dagen naar Amsterdam gaan ofzo? Daar kun je vast wel…’
‘Weet je hoe dúúr dat is? Dan moeten we dus een treinticket kopen van Antwerpen naar Amsterdam en terug. Zoveel geld heb ik niet zomaar hoor… Zeker niet als we dan ook nog gaan shoppen…’
‘Kunnen we het niet gewoon wat dichter bij huis zoeken? Brussel of Antwerpen ofzo?’
‘Zou kunnen…’
‘We kunnen ook gaan shoppen in Brussel én Antwerpen. Doen we Gent er ook nog bij en dan zal het wel goed zijn.’
‘In Parijs kan je ook goed shoppen zegt mijn ma.’
‘Jaa, even naar Parijs en terug… Kost ook niks…’

Ik maakte vlug gebruik van de nadenkstilte die volgde. ‘Maar om terug te komen op mijn eerste vraag…’
‘Wat was die ook weer? Help me even…’
‘Wat jullie willen drinken. En ons ma heeft appeltaart gebakken.’
*stuiter* *stuiter* *stuiter* 
‘Zoals normaal en een grote punt,’ klonk het in drievoud.

Terwijl ik de taart sneed en de cola inschonk, ging het gekakel gewoon voort. Hanne had op internet inmiddels een redelijk te betalen appartementje gevonden in De Panne. ‘Jaa leuk, naar Plopsaland!’, gierde Lien meteen. De appeltaart wist de lachbui direct te stoppen.

Dorien.

(©June, 20/06/08)

Vorige Start Omhoog Volgende
* ©©©©© Alles op deze site is Copyright van de eigenaar en mag dus nergens anders geplaatst worden ©©©©©

*