Het telefoongesprek
Woensdag, halfvijf. Mama was vroeger thuisgekomen zodat ze in alle rust wat verbalen kon typen. Ik stond in de keuken een pan soep te maken, toen de telefoon ging. Ik verwachtte nog een telefoontje van Hanne, dus ik liep richting de woonkamer.
‘Michiels…’
Ze zuchtte. ‘Ik geloof niet dat ik jou wil spreken.’
‘Waarom blijf je me dan bellen?’ Ze klonk geïrriteerd.
‘Geen denken aan. Je komt het huis niet binnen.’
‘Je blijft bij haar uit de buurt!’
Er volgde een lange stilte. Aan haar lichaamstaal zag ik dat ze zich nogal druk aan het maken was.
‘Ik dacht dat we alles geregeld hadden…’
‘Ik had dat inderdaad zwart op wit moeten laten zetten. God…, ik zou willen dat Mark er nog was, die had je wel van ons vandaan kunnen houden.’
‘Dit is iets tussen jou en mij, Johan en Simon hebben hier niets mee te maken.’
Ik zag dat ze kwaad werd. Ze beet op haar hand, waarschijnlijk in een poging om zichzelf enigszins in te houden. ‘Luister, ik wil dat je ophoudt met bellen, met continu langsrijden en voor de deur parkeren. Ik wil dat je mij en mijn gezin met rust laat. Als ik je nog één keer in mijn buurt opmerk, bel ik de politie.’
Daarna heeft ze opgehangen, en heeft ze zichzelf opgesloten in de meterkast om vervolgens een half uur lang te staan gillen.
Even dacht ik dat alles weer oké was. Mama scheen weer haar gestreste, overwerkende zelf te zijn, zonder zenuwachtig of raar te doen, maar dat ene telefoontje heeft daar terug verandering in gebracht. Ik heb geen idee met wie ze belde. Toen ze een paar uur later aan het koken was, heb ik de telefoon gepakt zodat ik het nummer van de beller kon opzoeken; dan zou ik er gauw genoeg achterkomen wie er had gebeld. Het geheugen was leeg; ze was me voor geweest.
Nouja… Ik ga mijn best doen om mij er zo min mogelijk aan te storen. Bovendien vertrek ik morgen met de musketiers voor een kleine week naar Westende. Lien heeft het huisje van haar buren kunnen regelen voor een zacht prijsje. Komende vrijdag komen we weer terug, dus normaal gezien ben ik er gewoon om mijn column te schrijven. Tot dan!
Dorien.
(©June, 11/07/08)
|