Het leven zoals het is: zeep
Hoi,
‘Kijk hè…, ik weet dat we niet echt een goede start gemaakt hebben…, nuja…, we hebben nooit echt naar elkaar omgekeken, en met Valentijn, die kaarten, dat geklier over en weer…’ Hij keek mij aan. Het was duidelijk dat hij zich ook niet echt raad wist met deze situatie. ‘Geloof me, ’t was niet echt mijn bedoeling om verliefd te worden op uitgerekend jou…’ ‘Dat is dan vollédig wederzijds…,’ mompelde ik. Het was even stil. Ik wist dat híj wist wat ik had gezegd zonder dat hij het eigenlijk had gehoord. ‘Luister…,’ zei ik, omdat hij duidelijk niet het initiatief nam om verder te gaan met het doodgelopen geleuter van ‘m. ‘Ik vind het waarschijnlijk even erg als jij, maar veel kunnen we er niet aan veranderen. Ik denk ook niet dat we dat zouden moeten doen…’ Weer een stilte. ‘Ik denk dat we het best laten zoals het was,’ zei ik nog. ‘Geen relatie, geen vriendschap, geen niks. Enkel afstand.’ ‘Afstand…,’ herhaalde hij enigszins beduusd. ‘Afstand,’ zei ik nogmaals.
Afstand.
Ik voel me net een ouw wijf dat al van alles heeft meegemaakt en al minstens tien keer een relatie op deze manier heeft beëindigd. Daarnaast lijkt het net alsof ik in een soap beland ben. Zulke dingen gebeuren alleen in zeepjes, van die krengen die je in hotels vindt, zeepjes.
‘Het lijkt me beter dat we elkaar niet méér zien dan nodig is.’
Ik hoor hem zuchten. Ik zucht terug. ‘Ik weet dat het niet allemaal even origineel is wat ik allemaal zeg, maar op dit moment vind ik de soapachtige oplossingen het beste. Geloof me, soms zijn die dingen nog nuttig ook…’
Stilte is dodelijk voor de personages, maar de kijkers zitten ofwel te janken, ofwel krijgen zowat een hartaanval vanwege de hoge dosis adrenaline in hun bloed. Wat de twee populairste personages mogen niet uit elkaar gaan, ookal kunnen ze elkaar niet uitstaan. Ze zijn voor elkaar gemaakt. Ik vermoed dat ik dat over een paar weken ook ga zeggen, ‘we zijn voor elkaar gemaakt!’… En ik die dacht dat soap voorspelbaar was…
‘Het ligt niet echt in mijn planning om Romeo & Julia met jou te gaan spelen. Ik wíl niks voor jou voelen…, en ik zou het prettig vinden als hij hetzelfde probeert te doen, niks voor mij voelen. ’t Wordt anders té ingewikkeld. En daar hou ik niet van.’
Hij knikte. ‘Oké.’ Ik keek hem verbaasd aan. ‘Wablief?’ ‘Oké,’ herhaalde hij, ‘ik zal niks meer voor je voelen. Niet positief, niet negatief. Neutraal, niks aan het handje.’ Ik knikte, nog steeds wat verbaasd om zijn reactie. Hij stond op, ik volgde zijn voorbeeld. ‘Maar ik kan niks beloven.’ Hij liep langs mij de kantine uit. Ik keek hem na, ondertussen voelde ik de woede en het verdriet in mij opkomen. Ik was…,
bén… *zucht*
… verliefd op die jongen, maar het kán niet, ik wíl het niet. Ik haat die jongen. Ik móet die jongen haten, anders klopt het niet meer… Mijn beeld stoort nú al als het om hem gaat, ik hoor hem te haten maar nu is daar een ander gevoel bij komen kijken, en dat wíl ik helemaal niet…!
‘Maar ik kan niks beloven.’ Echo. Echo. Echo.
Al mijn gevoelens waren wederzijds.
En dat doet mij duizelen.
*zucht*
Wordt vervolgd.
Wablief?
Soap, weet je nog?
Dorien.
(©June, 06/04/07)
|