Acaciastraat
Hallo iedereen,
Vanmiddag kwam John plots in de teamruimte staan. Hij kuchte een keer. ‘Mannekes...’ ‘Zeg dat ‘t niet waar is...,’ zuchtte ik. Twintig minuten nadat mijn concentratie is weggevallen en tien minuten voor het einde van de shift, kwam John ons even vertellen dat we een zaak hadden. ‘Zojuist is het inbraakalarm afgegaan in basisschool De Feniks. Ik zou graag hebben dat jullie er met z’n allen naartoe gaan...’
En hup, daar gingen we... ‘Waar is het?’, vroeg Raymond toen we eenmaal in de auto zaten. ‘Acaciastraat...,’ zei ik, ‘nummer negenentwintig.’ Ik zuchtte en keek naar buiten. ‘Wat is er?’, klonk het opeens. Ik haalde mijn schouders op. ‘Niks...’ ‘Niks,’ herhaalde Raymond, ‘En dat moet ik geloven?’ Ik keek hem aan. ‘’t Is gewoon dat examen... Ik heb een hekel aan wachten op een uitslag voor zoiets...’ ‘Voor je ‘t weet ligt die brief op de mat,’ zei Raymond lachend. ‘Ja, en dan?’, ging ik bloedserieus verder, ‘Ik weet écht niet of de inhoud van die brief positief zal zijn... Of nee, ik weet het wel: de kans ik groot dat ze negatief zal zijn.’ ‘Hoe kom je daar nu bij?’, vroeg Raymond, die eigenlijk moeite had om zich te concentreren op het rijden. ‘Hoe langer die uitslag op zich laat wachten, hoe onzekerder ik ervan word,’ zuchtte ik, ‘Mijn gevoel zegt steeds meer dat ik gezakt ben voor dat examen. Weg kans op promotie.’ Raymond wees naar buiten. ‘We zijn er.’ Hij remde af, en parkeerde de auto op de dichtstbijzijnde parkeerplaats. ‘Kom. Probeer je nog even op je werk te concentreren, hm? Dan kan je daarna weer verder gaan piekeren.’ Hij legde zijn hand op mijn schouder. ‘’t Komt wel goed.’ Ik glimlachte.
Toen we uitstapten, hoorden we direct waarvoor we gekomen waren. Raymond keek geërgerd naar het schoolgebouw. ‘’t Alarm staat nog niet eens af!’, schreeuwde hij. ‘Wablief?’, schreeuwde ik terug. Raymond gebaarde ‘laat maar’, en we liepen voorbij de afzetting de speelplaats over richting de ingang. Het labo was al druk bezig met het sporen onderzoek. Wij stormden met de rest van het team af op enkele mensen aan de zijkant van de speelplaats. ‘Werkt u hier?’, vroeg ik aan een vrouw. Ze had me blijkbaar verstaan, want ze knikte.
‘Hoe gaat ‘t alarm uit?’
De vrouw haalde een sleutel uit haar zak. ‘Bij de deur zit een kastje. Naar rechts draaien.’ Ik knikte, liep naar de ingang en gaf de sleutel aan een van de mannen van ‘t labo. Ik wees naar een grijs kastje op de muur. ‘Daar. Naar rechts draaien.’
Mijn oren suisden nog wat na van het harde geluid, zo erg dat ik dacht dat het alarm nog steeds aanstond, maar toen ik terugliep merkte ik dat dat niet zo was. ‘Hoor je dat?’, vroeg Raymond, die blijkbaar ook iets hoorde. Ik knikte. ‘Zullen we gaan kijken?’ Raymond liep al naar de auto, waarna ik op mijn vingers floot en de twee motards wenkte. Dan stapte ik in de auto, waarna we langzaam op het geluid af reden. We stopten bij de andere basisschool in de s
..
traat, De Acacia. ‘Hier.’ Ik wilde uitstappen, maar Raymond hield mij tegen. ‘Die auto daar.’ Ik ging uit het raam hangen en liet Nick en Bruno weten dat ze moesten volgen.
Enkele minuten later belde Bruno dat ze de bestuurder en bijrijder van de auto hadden kunnen aanhouden. Ze waren aan het wachten op de combi, ondertussen hoorden ze de twee een beetje uit. Hij was er inmiddels vrijwel zeker van dat die twee hadden ingebroken in zowel De Feniks als De Acacia.
Ik was blij toen we de inbraken konden overdragen aan de mannen van de nachtploeg. Dan kon ik eindelijk naar huis. ‘Ha, Wilfried...!’ Hij gaf mij een zoen op mijn wang. ‘Kom, ‘t eten is juist klaar.’ Ik hing mijn jas op en ging de woonkamer in. ‘Oja,’ zei Dominique vanuit de keuken, ‘er is een brief gekomen voor u. Hij ligt op tafel.’ Ik keek om en zag op de salontafel inderdaad een envelop liggen. ‘t Klinkt misschien gek, maar ik herkende het formaat... ‘’t Is van de politie...,’ zei ik zacht, waarna ik naar de tafel liep om de envelop te pakken. Ik stond daar nog een hele tijd met dat ding in mijn handen. Plots voelde ik een hand op mijn schouder. ‘Maak open dan...!’, hoorde ik Dominique zeggen. Zonder erbij na te denken scheurde ik de envelop open en haalde de brief eruit. Vluchtig las ik ‘m door. ‘Zou de supermarkt nog open zijn?’, vroeg ik vanuit het niets. Ik draaide me om en keek in Dominique’s verbaasde ogen. ‘Of hebben we nog champagne in huis?’ Ik glimlachte.
Over een paar weken is het dus officieel Hoofdinspecteur-OGP Wilfried Pasmans. Proost!
Toffe groeten,
Wilfried.
(©June, 23/03/07)
|