Vla
Hallo iedereen,
‘Allez toe, Wilfried...’
‘Nee. Geen duimbreed.’
‘Allez... Ik weet dat je vindt dat je te goed bent om op straat te patrouilleren, nu je Hoofdinspecteur bent…’
‘Da’s gelogen.’
‘Awel dan…!’
‘Nee. Geen duimbreed.’
Commissaris Vermeir zuchtte diep. Ze probeerde mij over te halen om samen met Raymond een dagje te gaan patrouilleren door Gent; ‘Het is goed weer, het is niet al te druk in de stad, niks om je zorgen om te maken. Allez toe, we hebben nog twee mensen nodig…’ ‘Geen duimbreed,’ bleef ik stug volhouden. Het was duidelijk dat ze dat niet gewend was. Vermeir is éigenlijk van de Federalen, maar een lokale vervanger vinden voor John, die – en vraag me niet hoe het kan – met een griepje op bed ligt, is niet altijd even evident. Men lacht je namelijk altijd in je gezicht uit als je vertelt dat John Nauwelaerts een griepje heeft… Al had de zoektocht naar een tijdelijke vervanger veel sneller gekund: persoonlijk had ik liever zelf plaatsgenomen op John zijn stoel, gewoon om eens te proeven van het teamleider-zijn.
‘Wilfried…, toe…’
Ik schudde mijn hoofd. ‘Nee. Geen duimbreed.’
‘Moet ik op mijn knieën gaan?’
Ik sprong op. ‘Oké, ik doe het.’ Liever patrouille dan nóg langer de smeekbedes van Vermeir aan horen, en dan nog in combinatie met een belachelijke vertoning van haar kant…
En daar liepen we dan. ‘Ach Wilfried, niet zo’n lang gezicht…! Het is lekker weer, er is volk, … Ik heb ergere patrouilles gelopen hoor. … Maak er nu maar het beste van, hm?’ Ik knikte. ‘Jaja…, ça va…’ Plots zag ik iets wat niet klopte. ‘Raymond…?’ Ik wees. ‘Kom,’ zei hij, en rende erop af. We hadden voor onze neus gezien hoe een jongen van hooguit vijftien jaar een tas van een vrouw stal. Raymond legde zijn hand op de schouder van de jongen, die zich geschrokken omdraaide. ‘Kom jij maar eens met ons mee, jongen.’ Nog voordat ik aanstalten maakte om mijn boeien te nemen, nam de jongen de benen. Wij gingen er direct achteraan.
We hadden al een heel stuk gelopen, toen we de jongen een grote supermarkt in zagen lopen. ‘Shit,’ mompelde ik, wetend dat de kans nu heel groot was geworden dat de jongen zou ontsnappen. Toch waagden we ’t erop, en renden we de winkel binnen. Het duurde minstens tien minuten voordat we de hele winkel doorzocht hadden, en eigenlijk hadden we de moed al bijna opgegeven. ‘Die is weg,’ zei Raymond. Ik schudde mijn hoofd en glimlachte. ‘Niet omkijken. Hij staat daar, bij de koeling. Hij denkt dat we ‘m niet zien.’ We liepen een willekeurig gangpad in, om zo de jongen via de andere kant te naderen. Toen we in hetzelfde gangpad stonden als hij, floot Raymond op zijn vingers. De jongen keek geschrokken om, en hij wist duidelijk niet wat hij moest doen toen we zijn richting op kwamen gelopen. We waren slechts een paar meter van hem vandaan, toen hij opnieuw de benen nam en het gangpad ernaast in rende. Wij volgden. Hij rende terug het eerste gangpad in. ‘Mijn hemel, die jongen is snel,’ zei Raymond buiten adem, terwijl wij ook weer het eerste gangpad ingingen. Voor ik het door had, gleed ik uit over de vanille vla, die ineens op de vloer lag. Zowel Raymond als ik vielen op de grond. Toen ik doorhad wat er gebeurd was, hoorde ik de jongen lachen. ‘Sukkels,’ zei hij, waarna hij de supermarkt verliet. Wij stonden op en gingen er direct achteraan. Toen we buiten stonden, zagen we hoe de jongen werd gearresteerd door twee van onze collega’s, die nogal moesten lachen door onze vuile uniformen.
Raymond en ik zijn direct teruggegaan naar het commissariaat, en we hebben Vermeir duidelijk laten weten dat wij voorlopig geen patrouilles meer doen. ‘En vanaf vandaag voel ik mij daar te goed voor,’ zei ik nog, ‘want in de vanille vla belanden is niet echt mijn ding.’ We wilden het kantoor verlaten, maar ik bedacht me nog iets. ‘Oja,’ zei ik, waarna ik mij omdraaide, ‘betaalt u de factuur van de stomerij? Danku.’
Bon, dat was het wel weer voor deze week. Tot de volgende maar weer!
Toffe groeten,
Wilfried.
(©June, 20/04/07)
|