Exit Vermeir
Hallo iedereen,
’t Was deze week een rare week. John is nog altijd niet terug verschenen op het werk, en we horen er precies ook niks meer van. Geen ongeruste telefoontjes over of het allemaal wel goed gaat en of hij toch niet beter zou komen om alles in goede banen te leiden. Vermeir heeft hem altijd weten te sussen. ‘Ik heb alles onder controle.’ Blijkbaar heeft Vermeir een grote overtuigingskracht, want John heeft deze week niet meer gebeld.
Alles onder controle…, jaja. ‘Je hebt geen idee waar wij mee bezig zijn, alle zaken staan op ontploffen en jij hebt geen idee, geen idee!’ Ik was echt woedend. ‘Ik snap niet dat jij ooit Commissaris geworden bent, en dan nog bij de Federalen!’ Ik heb nog heel veel dingen geroepen, en heel het gebouw heeft kunnen meegenieten. … En dan heb ik me nog ingehouden… Maar toch is het volledig geëxplodeerd. Vermeir nam het nogal zwaar op. ‘Als ge het zo goed weet, hè, Hoofdinspecteur Pasmans…!’ Ze beet op haar lip. ‘Doe het dan zelf hè!’ Ze was weggelopen. Een paar uur later kreeg nam ik in John’s kantoor een telefoontje aan. Het was de Zone Chef, met de mededeling dat Vermeir het echt gemeend had. Ik moest toen wel even slikken. Wat nu? Het was duidelijk dat we nu voor onszelf moesten zorgen.
‘Mensen,’ begon ik, ‘ik heb goed en slecht nieuws. Het goede nieuws is dat Vermeir terug is naar haar Federaaltjes. En dat is ook het slechte nieuws. We zitten dus zonder Commissaris.’ Het team keek mij verbaasd aan. Direct rees de vraag wie Vermeir nu moest vervangen. ‘Pasmans,’ klonk het in stereo. ‘Wil ik dat wel?’, vroeg ik verbaast. ‘Ik bedoel… Raymond… Raymond is al eens Commissaris ad interim geweest.’ ‘Jij kan dat ook,’ was Raymond’s reactie daarop. Hij stond op en legde zijn hand op mijn schouder. ‘Laat u maar eens van uw beste kant zien, Hoofdinspecteur.’
Die middag ben ik vroeg naar huis vertrokken. Ik heb al het achterstallig werk van mezelf en van John weggewerkt – Vermeir ‘had geen tijd’ – en had het toen wel gehad. Misschien niet helemaal eerlijk tegenover de rest, maar aangezien ik eigenlijk de hele middag vrij had moeten hebben, vond ik dat ik mijn bazen al wel weer genoeg gepleased had.
Toen ik thuiskwam, was Dominique ook al thuis. Hij zat aan de eettafel met een hele stapel reisgidsen voor zijn neus. Hij bladerde doorheen het hotelaanbod van Griekenland. ‘Dag lief,’ zei hij toen hij mij zag. Hij stond op en gaf me een zoen. ‘Je bent laat.’ ‘Ja…,’ was mijn reactie, ‘ik moest even een koppige Commissaris ad interim vervangen. Het verhaal van ‘de hoogste rang’, blablabla…’ Ik sloeg mijn armen rond zijn middel en drukte hem tegen mij aan. ‘Maar hoe dan ook…, ik ben blij dat ik weer thuis ben.’ Ik gaf hem een zoen. ‘Ik zie u graag.’ Hij glimlachte. ‘Ik u ook.’ We keken elkaar even aan. Ondertussen bleef het stil. ‘Heb je al besloten waar we naartoe gaan?’, vroeg ik op een gegeven moment. Dominique schudde zijn hoofd. ‘Ik ben vanmiddag alle reisbureau’s afgelopen voor folders, maar alles lijkt me mooi…’ Ik grinnikte. ‘Da’s misschien wat veel van ’t goede, hm?’ Hij lachte.
‘Ik zal u helpen.’
’t Zal écht een last minute worden, want we weten het eigenlijk nog steeds niet. Misschien blijven we wel gewoon thuis… Als het zulk weer blijft spaar je daarmee toch een hoop geld uit… Nuja, jullie horen het volgende week wel. Tot dan!
Toffe groeten,
Wilfried.
(©June, 04/05/07)
|