Van ingeving tot ontknoping
Beste allemaal,
Hier voor je ligt column 200 over het leven van mij, Wilfried Pasmans. Het toeval wil dat ik juist voor deze column goed nieuws heb wat betreft de zaak rondom de hoofden: we hebben ’t deze week helemaal kunnen oplossen.
‘Een overzicht: de hoofden werden achtereenvolgens gevonden in een wasserette, een kleine supermarkt, de bibliotheek, het commissariaat, het grote shoppingcenter, het stadhuis, en een kleedkamer in een sporthal.’
‘Met alle respect inspecteur, maar ik kan mij herinneren dat er nog twee andere hoofden gevonden waren, in woonhuizen. Waarom vermeldt u die er niet bij?’
‘Omdat die van een zogenaamde copycat waren. Die zaak is reeds afgerond. En ’t is Hoofdinspecteur.’
‘Hoofdinspecteur… … Gaat u vooral verder…’
‘Bij een uitgebreide analyse van de hoofden, en dan vooral de onderkant, of laat ons zeggen, de nek, zien we dat de structuur van het snijvlak steeds veranderd. Bij het eerste hoofd lijkt het alsof de dader meerdere keren heeft moeten snijden of hakken om het hoofd van de romp te kunnen scheiden. Langzamerhand is dat snijvlak steeds gladder geworden, waardoor het lijkt alsof het laatste hoofd er in één soepele beweging is afgehakt. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een guillotine. En ondanks dat deze apparaten op dit moment enkel in diverse musea te vinden zijn, zijn we toch eens gaan zoeken naar mensen die de beschikking hebben over zo’n ding. Dit is onze grote doorbraak geweest.’
‘Ah?’, zei de onderzoeksrechter enthousiast, waarna die wat rechter in zijn stoel ging zitten, ‘Vertel eens?’ Ik glimlachte. ‘We hebben de dader toen niet gevonden.’ De onderzoeksrechter zuchtte, waarna ik verder ging met mijn verhaal. ‘Afgelopen vrijdag stond ik bij de beenhouwer bij mij om de hoek, toen ik zag dat ze daar nog altijd van die grote messen gebruiken om grote stukken vlees te snijden. Een van de werknemers hakte met een mes een stuk vlees in één keer in twee stukken. Toen ging er bij mij een belletje rinkelen.’
‘En toen?’
‘Ik heb met mijn Commissaris overlegd, en met het hele team zijn we alle beenhouwers afgegaan. We hebben alle messen laten testen op een varken, om zo het moordwapen eruit te halen. Aangezien we heel vaak hetzelfde patroon kregen, hebben we alle messen laten testen op bloedresten. Ook dát was niet waterdicht, want het luminol reageerde ook op bloedresten van de beesten… Dus alle messen getest op menselijk bloed - dat duurde dágen – en voila: zie hier het resultaat.’ Ik toonde de mensen voor mij het laborapport. ‘We zijn teruggegaan naar de beenhouwer waar het mes positief testte, en de zaakvoerder wist dat er maar één iemand met dat mes sneed, en dat was zijn zoon.’ ‘Zijn zoon?’, vroeg de onderzoeksrechter. Ik knikte. ‘We hebben hem direct meegenomen voor verhoor. De jongen verklaarde ooit een lief gehad te hebben dat illegaal in het land was. Ze waren twee jaar bij elkaar toen zij terug moest naar haar vaderland. Zodra hij dat hoorde hebben ze slaande ruzie gekregen, en zij heeft hem bekogeld met messen uit de beenhouwerij. Hij heeft dat nooit echt goed kunnen verwerken blijkbaar… En daar zijn deze moorden uit voortgevloeid.’
‘En hoe zat het nu met die copycat?’
‘Die had gewoon teveel naar het nieuws gekeken. Én naar Amerikaanse series. Daar moeten we ons echt niet druk om maken.’
De onderzoeksrechter knikte. ‘Oké. Ik neem het dossier mee, dan kan de zaak afgerond worden.’ Ik schudde hem de hand, waarna hij de teamruimte verliet. Ik draaide me om naar het team. ‘Tijd voor champagne, ik trakteer.’
Hier en daar werd er wat aanhang opgetrommeld, waarna we met het team naar De Combi zijn vertrokken. We hebben daarna tot in de vroege uurtjes gefeest.
En ik drink er nog eentje op de tweehonderdste. Santé!
Toffe groeten,
Wilfried.
(©June, 13/07/07)
|